‘Digitaal’ is onze redding

Metri digitaal

Met het naderen van het jaareinde breekt er vaak een periode van reflectie aan. En we kunnen veel zeggen over 2020, maar een raar jaar is het wel. Niet alleen is ons hele doen en laten compleet veranderd, ook onze gemoedsrust wordt behoorlijk op de proef gesteld. Nog nooit is voor velen van ons in zo’n korte tijd zo veel veranderd.

En niet alleen ons privéleven is volledig veranderd, ook op zakelijk vlak gaat alles compleet anders. Het goede nieuws is dat de samenleving niet compleet is ingestort. Dat hebben we grotendeels te danken aan digitale technologie, durf ik wel te stellen. Die maakt ten eerste dat de veranderingen dragelijk zijn. En voor wie het goed doet: beheersbaar. Charles Darwin zei over verandering al: “It is not the strongest or the most intelligent who will survive but those who can best manage change”. Dit geldt natuurlijk ook voor de vele organisaties die sterk zijn getroffen. Want hoe royaal de steunoperaties ook zijn, ze houden een keer op. En tegen die tijd zitten we wel in een veranderde wereld. Dan kun je je maar beter hebben aangepast aan de nieuwe situatie.

Digital transformation is voor vele organisaties in minder dan een jaar van een modewoord tot pure noodzaak geworden, om ook na de pandemie hun bestaansrecht te garanderen. Velen voorzagen dat die transformatie zich zou voltrekken in meerdere jaren, en dat is nu in sommige gevallen in enkele maanden gebeurd. Zonder ‘digital’ zou nu het moeilijk zijn onze samenleving draaiende te houden. Kunt u zich een wereld voorstellen zonder online shopping? Waar we eerst nog dachten dat juist die partijen met veel data deze als motor zouden inzetten bij hun digitale transformatie, zijn lokale ondernemers in branches die we eerst als traditioneel zagen ook vaak met succes bezig digitale verdienmodellen te ontwikkelen.

Ook degenen die voor de pandemie al digitaal aan het transformeren waren, zullen opnieuw een transformatie moeten ondergaan om zich te kunnen aanpassen aan de veranderde omstandigheden. En daarvoor is geen recept te geven: elke organisatie is anders. De truc zit er vooral in om die veranderingen goed te managen. Maar dat lijkt in de huidige situatie nu juist het moeilijkst. Hoe houd je bijvoorbeeld effectieve brainstormsessies via videobellen? Wat zal het million dollar idea zijn als er nog zo veel ongewis is? Toch kunnen bedrijven zelf de toekomst helpen vormgeven: afwachtendheid is waarschijnlijk geen goed devies.

De gemene deler is dat IT in de transformatie bij vele organisaties een centrale rol speelt en in omvang en belang in de bedrijfsprocessen alleen maar zal toenemen. IT zo effectief mogelijk inzetten zal op lange termijn dus cruciaal zijn. In dit opzicht is weten waar je staat heel belangrijk als je wilt zien hoe ver je op weg bent. Pablo Picasso zei het al: “Action is the foundational key to all success”, dus begin met je aan te passen. En vergeet dan vooral niet alle veranderingen goed te managen – en op elk moment tijdens het proces te weten waar je staat.

Met zijn allen bij elkaar komen om het oude jaar af te sluiten of het nieuwe jaar in te luiden zit er dit jaar niet in. Zo’n bijeenkomst hadden we mooi kunnen aangrijpen om elkaar te vertellen waar we staan. Dus dat zal toch nog even op de nieuwerwetse manier moeten: online.

Gelukkig kunnen we door de ontwikkelingen op het gebied van vaccins alweer een beetje licht aan het einde van de tunnel zien. A change is coming! En voor degenen die niet genoeg kunnen krijgen van quotes nog een laatste van Bassie en Adriaan: “Wat er ook gebeurt, altijd blijven lachen!” Al is het maar via video.

Wil je meer weten?

AI in NL: is het glas halfvol of halfleeg?

METRI

Het Nederlandse bedrijfsleven lobbyde al een tijd voor een beter beleid rond Artificiële Intelligentie. Begin oktober is een heus nationaal, strategisch actieplan AI aangekondigd. Overheid en bedrijfsleven investeren elk flink in onderzoek en onderwijs om maatschappelijk relevante toepassingen van AI te ontwikkelen. Daarnaast moeten kennis en vaardigheden rond AI breder verspreid raken in de economie. Vooral dat laatste is relevant om het glas weer halfvol te maken.

Wereldtoneel

Niets ten nadele van deze schoonheidswedstrijd, maar de macro economische rapportcijfers van Nederland op het gebied van IT zijn niet al te best. Wat betreft mondiale IT-dienstverlening is Nederland flink gezakt, blijkt uit recente cijfers van het CBS. In 2014 had Nederland nog een marktaandeel van 7,1 procent. Drie jaar later is dat teruggezakt tot 4,8 procent. Daar handelt Nederland nog steeds niet naar. Niet alleen Nederland is laat wakker geschud. Werd in 2013 nog maar 1% van de mondiale investeringen in AI in de EU gedaan, vier jaar later zat dat al op 8%. Het grootste deel van deze investering heeft plaats gevonden in drie landen: Engeland (55%), Duitsland (14%) en Frankrijk (13%).

AI lab

Werk aan de winkel en aanzienlijke langetermijninvesteringen voor fundamenteel onderzoek en ontwikkeling om de economie structureel te verbeteren, zou je denken. Niet alleen omdat AI een beeldbepalende trend in de IT is, maar vooral ook een trend die de economie ingrijpend zal veranderen. Niks geen miljarden investering in fundamenteel onderzoek in het actieplan. In plaats daarvan komt er een publieke private aanpak. Tegenover iedere euro overheidsgeld moet ook het bedrijfsleven een euro inleggen. Een flink aantal Nederlandse universiteiten wordt aan een AI-lab voor toegepast onderzoek geholpen. In totaal worden er 25 nieuwe hoogleraren aangesteld. Nederlandse wetenschappers worden voor onderzoeksgeld vooral doorverwezen naar Europese subsidiepotten.

In de pers is het aangekondigde AI-beleid ook wel omschreven als ‘een afwachtplan voor AI dat niet verder komt dan het oppoetsen van de status quo’. Dat is jammer, want Nederland heeft altijd een pioniersrol gehad op dit gebied. Hoe het dan moet? De vermaarde Amerikaanse MIT universiteit stak kort geleden een miljard dollar in een nieuw topinstituut voor AI. In totaal werken er in de VS ruim 15.000 Amerikaanse onderzoekers aan kunstmatige intelligentie – versus 687 in Nederland – blijkt uit de Global AI Talent Pool Report 2019 van de Canadese ondernemer Jean-Francois Gagné. Uit ditzelfde onderzoek blijkt dat Nederland op dit moment een netto exporteur van AI-kennis is geworden: 44% van het AI-talent vertrekt naar het buitenland, terwijl er 35% binnenkomt.

Vestigingsbeleid

Het Nederlandse bedrijfsleven heeft er alle belang bij dat deze trend omgebogen wordt. Het zoekt daarvoor de samenwerking. KLM, Philips, ING en Ahold gaan structureel samenwerken om het vestigingsklimaat in Nederland op het gebied van AI te verbeteren. Naast de aanstelling van hoogleraren gaan Nederlandse organisaties AI competities organiseren en de bestaande Nationale AI-cursus breed verspreiden, ook Engelstalig. Het tekort aan AI-talent wordt verder tegengegaan door de Nederlandse beroepsbevolking bij- en om te scholen. In deze subsidieronde worden het mkb en de sectoren landbouw, horeca en recreatie niet overgeslagen. Deze samenwerking en stimulering van kennisontwikkeling in het beleid zijn positief te noemen. Het glas blijft echter halfleeg omdat het kabinet geen spierballen toont door het investeren van miljarden in fundamenteel onderzoek.

Context

Ondertussen blijft de adoptie van AI in Nederland achter, vooral door alledaagse besognes. Verantwoordelijke IT-managers zitten met hun handen in het haar hoe zij vragen uit de business over kunstmatige intelligentie goed kunnen faciliteren. Neem alleen al het vraagstuk rondom hybrid cloud. Een goede werking van AI vraagt aanwezigheid van deze technologie op alle platforms waar de data en applicaties in gebruik zijn. Het vaak ingewikkelde applicatielandschap en de grote verscheidenheid aan cloudomgevingen staan daarbij vaak in de weg.

METRI komt deze werkelijkheid regelmatig tegen bij de analyses van IT-omgevingen die het uitvoert. Een pragmatische feitenanalyse, opgebouwd uit financiële informatie, een kwaliteits- en risicoanalyse en een IT maturity scan, is de basis voor een adequaat oordeel over het vertrekpunt voor innovatie. METRI heeft de whitepaper ‘De renaissance van AI‘ uitgebracht om mensen, die het technologiebeleid van organisaties vormgeven, uit te leggen waar de hausse rond AI vandaan komt. Deze context biedt een solide basis om zin en onzin van elkaar te scheiden en vast te stellen voor welke keuzes een organisatie staat als het aan de slag wil met AI.

Cloud werkplek: meer voor dezelfde kosten

Complexiteit zo efficiënt mogelijk ondersteunen. Zo zou je de exercitie kunnen noemen die organisaties ondernemen om de eigen medewerkers op een efficiënte en veilige manier toegang te geven tot software en data. Over de jaren heen zijn de kosten voor de ICT werkplek ongeveer gelijk gebleven, blijkt uit de facts van METRI. Voor dat bedrag beschikken organisaties wel over veel meer flexibiliteit en een grote diversiteit aan werkplekken.

Van flexwerkplekken, informele en formele vergaderruimten, concentratie booths, belkamers tot ontspanningsplekken. En dan hebben we het nog niet gehad over het aantal devices en de applicaties die medewerkers gebruiken voor hun werk. Werkplekconcepten ondersteunen inmiddels een grote verzameling aan werkvormen. In toenemende mate zijn deze concepten gebaseerd op de grote public cloudplatformen van Microsoft, AWS en Google. Een voorbeeld daarvan is het Amazon WorkSpaces concept dat gebruikers een snel reagerende desktop naar keuze voorschotelt door de werkplekhardware in deze cloud te beheren, besturingssystemen en patches uit te rollen en virtuele werkplekvormen als VDI (Virtual Desktop Infrastructure) zo efficiënt mogelijk aan te bieden.

Keuzevrijheid

De keuzevrijheid wordt vergroot door de dienst Appstream van deze cloud provider die eindgebruikers toegang geeft tot gerichte enterprise applicaties door deze interface te streamen naar het gewenste apparaat. Zonder specifieke hardware of infrastructuur aan te schaffen, in te richten of te beheren kunnen bedrijven software naar een willekeurig aantal gebruikers streamen. Vanuit een browser krijgen werknemers de volledige desktopversie van deze software bedienen.

En dat is niet de enige cloudsmaak, die werkplekbeheer ondersteunt. Zo heeft Microsoft de dienst Autopilot geïntroduceerd in zijn Azure-cloud. Laptops van bepaalde merken worden al in de fabriek voorgeconfigureerd om met deze dienst samen te werken. Zodra een eindgebruiker de laptop thuis opent, wordt hij of zij via internet doorgestuurd naar de Autopilot dienst in Azure om de juiste configuraties en applicaties te installeren. Hardwareleverancier, beheerders en eindgebruikers komen op deze manier in een heel andere verhouding te staan, waarbij de Azure cloud als een centraal schakelpunt fungeert.

Figuur 1. Verloop in ICT kosten werkplek
Figuur 2. Factoren die werkplek goedkoper maken in procenten.

Over de periode 2010-2018 zijn de kosten voor een werkplek nagenoeg op hetzelfde niveau blijven liggen. In 2018 is een lichte daling te zien in de kosten voor de werkplek ten opzichte van 2017 met 0,3% (zie figuur 1). Belangrijke reden voor deze dalende trend is dat devices en software in toenemende mate vanuit de cloud beheerd worden. De populariteit van Office 365 is daar ook een voorbeeld van. Voor veel organisaties bestaat een eerste stap naar de cloud uit data-opslag, e-mail of office- en bedrijfsapplicaties op basis van een online Office 365 abonnement. Medewerkers hebben het hele etmaal vanaf elk apparaat en op elke locatie veilig toegang tot hun cloud desktop.

Eigen IT-infrastructuur die centrale werkplekvoorzieningen faciliteren zijn bij deze cloudaanpak niet meer nodig. Bij traditionele werkplekconcepten waren centrale en gedistribueerde diensten als het beheer van softwaredistributies, desktops, bestands- en mailomgevingen een voorname kostenpost. Daarnaast zorgden investeringen die nodig waren om een werkplek en de bijbehorende software goed te beheren, ervoor dat een organisatie enkele jaren vastzat aan dit werkplekconcept. METRI ziet in de kosten dat dit aspect van end user management de afgelopen jaren het meest gedaald is.

Het verlagen van de werkplekkosten door een cloudaanpak is vooral terug te zien in de daling van centrale en gedistribueerde diensten die bij traditionele werkplekconcepten een voorname kostenpost waren (zie figuur 2). Deze kostenfactor ging de afgelopen twee jaar met 5,4% omlaag. Ook de dalende trend van kosten voor telematica zetten verder door (-2,7%). Medewerkers zijn dagelijks steeds meer online en gebruiken applicaties ook op andere devices onderweg en thuis. Door de sterk gedaalde kosten van mobiel internet heeft dit bedrijven toch niet op hogere kosten gejaagd. Een combinatie van concurrentie en een enorme toename van de capaciteit door de komst van 3G- en inmiddels ook 4G-netwerken heeft ervoor gezorgd dat providers eenvoudig aan de groeiende vraag naar mobiel internet konden voldoen zonder dat dit ten koste ging van hun omzet en marge.

Daarnaast zijn de kosten voor telematica gedaald door het verdwijnen van de traditionele telefoonlijn en door vast-mobielintegratie. Door deze integratie zijn werknemers bereikbaar via één nummer op zowel een vaste telefoon op het bureau als de mobiele telefoon. Telefooncentrales worden in softwarevorm afgenomen, hetgeen de kosten voor telefonie verder drukt. Die trend zal waarschijnlijk de komende jaren doorzetten als online vormen van Unified Communications doorbreken. In deze toepassing worden meerdere communicatievormen gecombineerd in een app waaronder chat, e-mail, bellen en videovergaderen. Die app is vervolgens op de werkplek maar ook op andere devices te gebruiken.

Hogere kosten

Sommige aspecten van de werkplek zijn juist duurder geworden door het vercloudiseren van de werkplek (zie figuur 3). Zo ging het Management & Advies component wederom fors omhoog met 8% in een jaar tijd. Het afstemmen van klanten op gestandaardiseerde online werkplekconcepten brengt kosten met zich mee. Daarnaast zijn er meer investeringen in security en voor adequaat gebruik van cloudoplossingen zijn belangrijke oorzaken voor deze stijging. Ook de beheerkosten stegen licht met 1,3% voornamelijk doordat de post voor client software bij een cloudwerkplek geschoven wordt onder de kosten voor het beheer. Een andere kostenfactor die de afgelopen twee jaren steeg, was gebruikersondersteuning. De tarieven van servicedesk zijn gemiddeld gezien gestegen door een verhoging van de uurtarieven en de minieme daling van supporttickets. Ook het uurtarief voor on site support is gestegen, maar de kosten voor lokale ondersteuning gingen toch omlaag doordat dit minder voorkomt. De kosten voor training van eindgebruikers zijn gestegen met 2%.

  • ICT mngt & Advies
  • Servicedesk
  • Werkplekbeheer
  • Training
Figuur 3. Factoren die werkplek duurder maken in procenten.

Flexibiliteit

Over de langere termijn valt te concluderen dat het beheer van werkplekken vanuit de public cloud niet tot lagere kosten voor werkplekken hebben geleid. Wel geeft deze aanpak organisaties veel meer flexibiliteit. Bij een cloudversie van een beheerde werkplek zijn dedicated voorinvesteringen niet meer nodig. Daardoor komt er veel meer aandacht vrij voor het realiseren van toegevoegde business waarde. We zien dat terug bij branche gerelateerde werkplekconcepten, waarbij dienstverleners door het gestandaardiseerde werkplekaanbod hun toegevoegde waarde bewijzen door hun klanten te helpen met verbeteringen in het applicatieportfolio.

Daarnaast biedt een gestandaardiseerde werkplek ook het voordeel dat er veel meer aandacht kan zijn voor diversiteit in organisaties. De kwaliteit van het werkplekaanbod is ook belangrijk geworden omdat de millenial generatie aan werknemers inmiddels in groten getale aanwezig is. Zij hebben hoge verwachtingen en stellen hoge eisen aan de werkplek. Verschillende doelgroepen in een organisatie krijgen een desktop aangeboden die optimaal is toegesneden op hun takenpakket. Organisaties krijgen meer mogelijkheden om verschillende types devices af te stemmen op verschillende persona’s in een organisatie. Dienstverleners gaan ook gemakkelijk in deze klantvraag. Doordat het werkplekbeheer uitgeserveerd kan worden vanuit een gedeelde cloudinfrastructuur hoeven zij minder toegewijde investeringen voor losse opdrachtgevers te doen.

Facilitaire kengetallen

METRI werkte dit jaar net als andere jaren mee aan de onafhankelijke facilitaire kengetallen, die NFC Index® Kantoren jaarlijks publiceert. Deze NFC Index® kantoren wordt verkregen door de mediaan van de kosten per vierkante meter van alle hoofdactiviteiten van de norm NEN-EN 15221 bij elkaar op te tellen. De kosten voor de werkplek uitgedrukt naar m2 verhuurbare vloeroppervlakte (vvo) worden verkregen door de gerealiseerde kosten voor Strategisch Facility Management, Gebouw & Infrastructuur, Mens en Organisatie, ICT en Horizontale functies bij elkaar op te tellen. De ICT kosten voor de werkplek zijn tussen 2017 en 2018 licht gestegen met 0,2% per m2 verhuurbare vloeroppervlakte. De NFC Index® KANTOREN, 2018 is gebaseerd op 120 gebouwen met een totaal oppervlakte van 2.009.170 m² vvo. Zie voor meer informatie de website van NFC index.

IT gaat steeds vaker voor all-innovation-clusive

De populairste wielrenner van dit moment is Peter Sagan. De wereldkampioen is niet alleen een van de beste renners, hij heeft ook een geweldige aantrekkingskracht. Vrouwen willen hem hebben, mannen willen hem zijn en kinderen willen hem worden. Aan hem hangt spin-off. En daarom heeft nog onbekende Bora-Hansgrohe hem ingelijfd.

De visie van sanitair-gigant Hansgrohe is te vergelijken met de keuzes die IT-bedrijven vandaag de dag maken, als ze een dienst of leverancier in huis halen. Die keuze is niet alleen gebaseerd op de huidige kunde (de intrinsieke kwaliteiten van de wielrenner Sagan), maar ook op de innovatie die van de partij wordt verwacht (door Sagans komst komen meer goede renners en vooruitstrevende topfabrikanten naar de ploeg). De deal moet vooral all-innovation-clusive zijn. Steeds vaker zit in functionele producten de innovatie ingebakken en krijg je steeds meer voor minder. Office 365 biedt altijd de meest recente versie, AWS van Amazone blijft keurig up to date. En roadmaps voor standaard diensten van Microsoft worden steeds belangrijker. De verwachting die de markt heeft is dat innovatie onderdeel uitmaakt van de cloud-services en functionele diensten en de gebruiker niets extra kost.

De vraag is alleen: is het wel een reële gedachte dat innovatie deel uitmaakt van de service en kost het inderdaad niets? Want waarom betaalt men wel nog steeds voor maintenance bij bijvoorbeeld netwerkapparatuur en software maintenance & support? Waarom zijn die kosten niet bij de prijs inbegrepen? Dit is een ander bedrijfsmodel waarbij grote investeringen vaak wel (richting de board) te verantwoorden zijn en hoge CAPEX en OPEX kosten als gebruikelijk en te verantwoorden gezien worden. Waarom? Omdat het idee leeft dat het hier niet om commodity gaat en juist business waarde toevoegt. Terwijl veel vormen van infrastructuur worden gezien als commodity. Dan is de volgende logische vraag: wat is een commodity? Commodity is een massa-geproduceerd ongespecialiseerd goed. En hierbij zijn volgens Wikipedia zes eigenschappen van belang:

  • De prijs komt tot stand door vraag en aanbod op de markt, niet door een kosten-met-opslag methode door de producent. Klopt!
  • Specificaties van de goederen worden gestandaardiseerd aangegeven, er is onder de goederen geen verschillende kwaliteit. Klopt niet! Er zijn nog steeds verschillen tussen leveranciers. Gelukkig kunnen klanten wel wisselen van leverancier, maar wel tegen hoge migratiekosten.
  • De goederen kunnen fysiek worden geleverd, maar dat is niet noodzakelijk het geval. Klopt!
  • De goederen kunnen een redelijke termijn opgeslagen en bewaard worden (met uitzondering van elektriciteit) Klopt niet, IT veroudert snel en is binnen een korte termijn technisch outdated.
  • De kwaliteit is uniform, verschillende producenten leveren identieke goederen. Klopt niet, anders zou het makkelijk uit te wisselen en te integreren zijn.
  • Het gaat om grote hoeveelheden. Klopt!

IT infrastructuur voldoet dus niet aan veel van de eigenschappen van een commodity. Dat infra binnen IT wel als commodity wordt gezien is niet zo heel vreemd, het is immers wel het meest gestandaardiseerde fenomeen binnen de IT. Maar hier is Eenoog koning, want dat ligt namelijk vooral aan de nog geringe volwassenheid binnen de rest van de IT. Wat niet zo gek is, aangezien we het over een nog relatief jong gebied hebben.

Aangezien infra als een commodity wordt beschouwd, wordt de innovatie vaak als intern van de leverancier gezien. Naast de contradictie van innovatie binnen een standaard ongespecialiseerd goed is het vreemd dat de toegevoegde waarde van infra voor de business niet goed wordt erkend. Infrastructuur en applicaties horen onmiskenbaar bij elkaar zoals een weg en een auto. Een top of the line Ferrari is waardeloos zonder een fatsoenlijke autobahn. Daarom is het opmerkelijk dat er verschillend naar beide elementen wordt gekeken. Dat innovatie deel hoort uit te maken van een dienst is op zich wel logisch, je besteed het immers uit om ontzorgd te worden. Feitelijk zou dit dan ook voor infrastructuur en applicaties moeten gelden.

En gratis? Nee dat is iets natuurlijk niet. De kosten dienen nog steeds terugverdiend te worden. Echter hoe lager de marge, hoe minder ruimte om te investeren en innoveren. Het is goed dat innovatie in steeds meer IT-diensten zit en zou in veel meer diensten dan alleen de infrastructuur moeten zitten. En ga dan niet voor de laagste prijs of voor gratis. Peter Sagan komt ook niet voor een appel en een ei.


Benchmarking voor dummies

‘Wat doe jij eigenlijk voor de kost?’

‘Ik doe aan benchmarking.’

‘Benchmarking? Wat is dat dan?’

Tja…

Ooit, in een ver verleden, besloot ik een informatica-studie te doen. Economie of bedrijfseconomie leek mij niets, want dan hing je later de hele dag boven spreadsheets, zat je uren in vergadering en moet je van alles en nog wat managen. Mij niet gezien. En nu doe ik iets wat niet veel mensen doen. Sterker nog: ik doe iets waar veel mensen niet eens het bestaan van afweten: ik doe aan benchmarking.

Hoe leg je dit uit op een verjaardag? Dat is een belangrijke vraag. Vaak gaat het bij zo’n luchtig gesprek tussen benchmarkers en niet-benchmarkers in de buurt van de koelkast over kosten en prijzen, terwijl dat helemaal niet de essentie is.

Ik pak het als volgt aan. Als ik oprechte interesse voel zeg ik: ik vergelijk IT op het gebied van de bedrijfsmatigheid en adviseer op het gebied van de IT-dienstverlening. Dat is conceptueel genoeg, zodat iedereen het enigszins begrijpt. Maar het is ook niet specifiek en dat heeft als voordeel dat ik niet hoef uit te leggen wat de moeilijkheid is om op verschillende dimensies te meten en het geheel in kaart te brengen en daarna te vergelijken. Want dat is het ook.

Dus is nu de grote vraag: wat is benchmarken nu eigenlijk?

Benchmarken bestaat al heel lang. Het wordt in Azië al duizenden jaren gebruikt. Het gaat erom dat je de best practises – technieken, werkmethoden of activiteiten die zich als effectiever heeft bewezen dan enige andere techniek, methode of activiteit, Wikipedia – kent en die te gebruiken om jezelf te verbeteren. De Chinese generaal Sun Tsu schreef in zijn standaardwerk The Art of War: ‘Als je je vijand kent en je kent jezelf, hoef je niet bang te zijn voor het resultaat van honderd gevechten.’ In de ICT zouden we dit vertalen met: als je jouw eigen ICT-diensten goed kent en deze diensten en tarieven goed hebt vergeleken met de markt, dan hoef je niet bang te zien voor het resultaat van 100 offertes. Nou ja, behalve dat je het ontzettend druk krijgt, maar dat noem ik, zeker in deze tijd, een luxe probleem.

Na de Tweede Wereldoorlog is het benchmarken van producten en diensten erg in opkomst gekomen. In Japan werd goed gekeken naar de beste producten en methodes van het westen en deze werden snel gekopieerd en geperfectioneerd. Pas in de jaren tachtig werd benchmarking in de westerse wereld ontdekt door Xerox, en niet veel later door Ford en Motorola om de toegenomen concurrentie het hoofd te bieden.

In essentie komt het erop neer dat organisaties ‘kennis over anderen’ gebruiken om zich te verbeteren en te leren van wat anderen doen. Eigenlijk de makkelijkste en slimste manier om verbeteringen inzichtelijk te maken. En in onze competitieve globale economie is dat steeds belangrijker.

Toen ik dit verhaal laatst op een familiefeest vertelde, vroeg mijn neef doodleuk: ‘Fijn dat ik nu zoveel over benchmarken weet, maar wat dóe jij nu eigenlijk?’

‘Tja, iets met spreadsheets, vergaderen en managen”, zei ik.



METRI is een Fact Based IT adviesorganisatie gespecialiseerd in sourcing en benchmarking die organisaties helpt bij het verbeteren van de inrichting en besturing. Via een maandelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van marktontwikkelingen en trends.

[wysija_form id=”1″]

Gratis lenen is het nieuwe sparen

‘Gratis geld!’, riep mijn zwager triomfantelijk op de verjaardag van mijn zus toen we het over de rigoureuze – en in mijn ogen onverstandige – acties van de Europese Centrale Bank hadden. Maar hoe moet het nu met al die IT-beheerders, die straks allemaal werkloos thuiszitten? Hij vond mij een azijnplasser. Ik hoop dat hij gelijk heeft.

Op verjaardagen ontstaan de heftigste discussies. Ik mag ook graag grote, wereldse zaken met een vileine glimlach aanroeren. Wat mij momenteel nogal bezighoudt zijn de capriolen van de ECB. ‘Ze zetten de rente op nul of zelfs, in sommige gevallen, iets negatief en dat is een gek idee’, zei ik tegen mijn zwager die net een slok uit z’n bierpijpje nam. ‘Je leent geld en krijgt daarvoor dus geld toe’, ging ik verder. Dat is voor mensen van mijn generatie, die zijn opgevoed met de Zilvervloot-spaarrekening, onbegrijpelijk. De ECB van nu wil liever niet dat we sparen; lenen en uitgeven, dát is het devies. Druist volledig tegen mijn gevoel en opvoeding in.
Mijn zwager schudde met het hoofd en trok de koelkast van mijn zus open. Ik legde uit dat er de afgelopen tijd behoorlijk wat bedrijven winst maken en ook aardig wat kapitaal op de bank hebben staan. Maar daar krijgen ze dus bijna of helemaal niks voor. Als je een investering doet, kijk je naar de return on investment en de terugverdientijd. Nu maakt die laatste niet heel veel meer uit, aangezien de kapitaallasten nihil zijn. Maar het rendement op je investeringen tellen wel. Als jij, zo zei ik tegen mijn zwager, een nieuwe auto koopt die 20% zuiniger is, wil je natuurlijk wel weten hoe lang het duurt tot je de aanschaf hebt terugverdiend en hoeveel geld je ermee bespaart. Maar je kijkt niet meer naar de kosten van de lening of de derving als je je spaarrekening leegtrekt.
Mijn zwager zei doodleuk: ‘Jij zit toch in de IT?’ En daar wilde ik precies naartoe. In de IT is veel hardware nodig, of je dat nu zelf koopt of een ander dat voor je regelt. Daar gaat veel geld inzitten. En als de rente nul is kun je flinke investeringen doen. Je hoeft in een keer geen rekening te houden met de kostenpost rente door leningen. En dat was precies het moment waarop mijn zwager triomfantelijk riep: ‘Gratis geld!’
Maar nu de schaduwzijde. Als het kapitaal niets meer kost, is het aantrekkelijker om meer te investeren. Om een nog zuinigere auto te nemen. Je hoeft immers alleen maar met de terugverdientijd rekening te houden. Je hebt weliswaar een duurdere auto en daar geld voor geleend, maar als je daar bijna niets voor hoeft te betalen, wat maakt jou het dan uit als het daardoor allemaal goedkoper wordt? Zo denken veel IT-bedrijven er ook over. Waarom niet het allerbeste, het allernieuwste aanschaffen als het toch ‘niets’ kost?
En als je het nieuwste van het nieuwste in huis of in de cloud hebt, heb je ook geen beheerders meer nodig, omdat alles veel makkelijker en beter te automatiseren is waardoor je veel minder arbeid nodig hebt. De ECB zorgt er dus voor dat mensen hun werk kwijtraken. Dit is een proces dat al in gang wordt gezet als er nieuwe generaties hard- en software worden ontwikkeld, maar dat proces wordt nu flink versneld omdat investeringen niets kosten. Gevolg: minder beheerders, meer werkloosheid.

Toen werd ik dus azijnplasser genoemd in de keuken van mijn zus. Hij nam er nog een. Z’n laatste, zo beloofde hij vooral zichzelf. ‘Ik ben met de fiets, hoor!’ zei hij. ‘Jij zeker met die zuinige auto van je?’  Ik knikte. Ik heb inderdaad een zuinige auto. Nieuwste van het nieuwste, uiteraard.


METRI is een Fact Based IT adviesorganisatie gespecialiseerd in sourcing en benchmarking die organisaties helpt bij het verbeteren van de inrichting en besturing. Via een maandelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van marktontwikkelingen en trends.

[wysija_form id=”1″]

Wat heeft technologie in petto voor de economie in 2016?

Niet een virtual agent die saai kenniswerk van je overneemt, een spotgoedkope Lora-sensor voor een onverwachte IoT-toepassing of een flashy virtual reality bril voor de huiskamer vallen dit jaar op. Florerende webshops die zorgen voor massaontslag van winkelpersoneel bij traditionele retail merken en massa-sluitingen van bankfilialen eisen de aandacht op. Er is zoveel spanning opgebouwd dat de veerkracht van bestaande structuren opgebruikt is. Die energie zoekt zijn weg in een nieuwe marktordening die niet per se slechter uit hoeft te pakken.

PowerPoint Presentation

Begin december kondigde Rabobank het ontslag aan van 9 duizend werknemers. Net voor de kerst volgde het nieuws dat bij de schoenenwinkels, vallend onder de Macintosh Retail Group, ook 5.500 banen in de Benelux op de tocht staan. Evenals tienduizend werknemers van V&D en La Place dat in twee weken tijd ook failliet werd verklaard. Zodra de beurzen in 2016 opengingen duikelden de koersen naar beneden op nieuws van een verder afkoelende Chinese economie. Geen goed voorteken voor het bedrijfsleven dat juist snakt naar stabiliteit en herstel. Wat zal de rest van 2016 ons brengen na zo’n exemplarisch uiteinde en bewogen start van het nieuwe jaar?

Veelzeggender nog dan deze grote groepen mensen die nu aan de kant komen te staan, is dat de werkgelegenheid niet toeneemt, ook al groeit de economie weer. Een logische verklaring is dat technologische vernieuwingen reguliere banen overbodig maakt. Wie gaat er nog naar een schoenenwinkel als je favoriete merk, op basis van een slim algoritme, op basis van twee jaar koopgedrag proactief een aanbod doet voor een nieuw paar. De verloren gegane werkgelegenheid gaat hem niet zitten in nog meer niche schoenenwinkels of hakkenbars. In de financiële wereld zorgt veranderd klantgedrag voor een even hard gelag. Ook de laatste grootbank die nog wel veel filialen aanhield sluit en masse vestigingen omdat bijna alle transacties met een veeg op het scherm uit te voeren zijn. En dat is nog maar het begin, want tal van Fintech-starters staan te trappelen om de financiële dienstverlening op zijn kop te zetten.

Sporen

We staan nog maar aan het begin van deze ontwikkeling. De toepassing van kunstmatige intelligentie zal een groot spoor trekken door de Nederlandse arbeidsmarkt. In de maakindustrie kennen we de vele robotarmen al in de productiehallen. Ook in andere sectoren zal standaard werk van routine matige handelingen tot administratie verregaand geautomatiseerd worden. Webshops die winkelpersoneel overbodig maken zullen in de niet zo verre toekomst aangevuld worden met robots die zorgtaken aan het bed overnemen en zelf rijdende taxi’s die het stuur overnemen van chauffeurs. In de financiële dienstverlening zal bij de administratieve verwerking steeds minder mensenhanden nodig zijn door het volledig automatiseren van bedrijfsprocessen.

De factor arbeid lijkt steeds minder nodig en de kans dat grote groepen mensen economisch en sociaal buiten de boot vallen, neemt toe. Het aloude adagium in de economie, die van de paardenmenner een machinist op de stoomtrein maakte en telkens zorgde voor nieuwe werkgelegenheid lijkt niet meer op te gaan in tijden dat IT veel werk uit mensenhanden slaat. De opmerking dat er als vanzelf nieuwe banen voor in de plaats komen is te gemakkelijk en klopt ook niet als je het vergelijkt met het reguliere patroon van een crisis. Het herstel van de werkgelegenheid die altijd volgt op het aantrekken van de economie komt dit keer heel moeilijk op gang.

Wat er op dit moment aan de hand is, is goed op een rij gezet door de Britse journalist Paul Mason die in de zomer van 2015 het boek ‘PostCapitalism: A Guide to our Future’ uitbracht. Mason stelt dat de economie de afgelopen twee eeuwen tal van cycli heeft gekend, waarbij de lonen en omstandigheden van werknemers telkens iedere vijftig jaar echt stevig onder druk kwamen te staan. Als reactie op zo’n dip is er iedere keer een vooral technologisch gedreven vernieuwing opgekomen die er juist voor zorgde dat de productiviteit omhoog ging, er nieuwe banen kwamen, mensen meer gingen verdienen en er een nieuwe balans in de economie kwam. Op iedere crisis volgde een nieuwe ordening die de mensheid telkens vooruitgang heeft gebracht. Sinds de 19e eeuw zijn we zo van paardenkar doorgestoomd naar elektrische auto’s en van ganzenveer en papier naar devices met glazen schermen die spraak omzetten in schrift.

Gifpil

Waarom gaat dat dan niet op voor de jongste technologische vernieuwingen die bijna allemaal IT gerelateerd zijn? Waarom leiden zij schijnbaar niet tot meer productiviteit en zorgen zij voor nieuwe banen? Wat dat betreft lijkt de uitwerking van de technologie anno 2016 meer op een gifpil dan op een medicijn. De Brit Mason wijt dit effect aan de opkomst van het neoliberalisme rond 1979. Door individualisering hebben werknemers massaal hun lidmaatschap van een vakbond opgezegd. Verregaande flexibilisering van de arbeidsmarkt heeft de lonen onder druk gezet. Dat heeft organisaties niet gedwongen om hun weg te innoveren uit de crisis door nieuwe technologie in te zetten.

Dat is niet de enige factor. Door productiemiddelen met informatiesystemen optimaal te ontsluiten zijn oude barrières geslecht. Op dit punt leunt Mason zwaar op het denkwerk van de Amerikaan Jeremy Rifkin die in het eveneens vorig jaar verschenen boek ‘The Zero Marginal Cost Society’ aantoonde dat traditionele economische modellen die gebaseerd zijn op schaarste hun langste tijd hebben gehad. Door informatie technologie zijn de marginale kosten om een extra eenheid product te maken extreem laag geworden. Bovendien zijn de middelen om markten te betreden voor iedereen bereikbaar en beschikbaar. Er zijn geen kapitaal of technologiebarrières, om een taxibedrijf te starten of eten te bezorgen, als IT productiemiddelen slim aan elkaar knoopt en benodigde infrastructuur als een webshop een minimale kostprijs heeft. Daarnaast zorgt digitalisering ervoor dat er nieuwe samenwerkingsverbanden opkomen die voorheen ondenkbaar waren. De traditionele hiërarchieën zijn passé in de nieuwe economie. Iets waar we tot nu vaak op vertrouwden en bouwden.

Als geen ander

Opvallend is dat juist de relatief jonge IT-industrie als geen ander last heeft van nieuwe krachten die bestaande marktverhoudingen achterhaald maken. Wat voor de arbeidsmarkt in zijn geheel geldt, gaat zeker op voor de IT-markt zij het op kleinere schaal. Met het concurrerend vermogen van menig IT-leverancier is het niet goed gesteld, omdat ze onvoldoende echte toegevoegde waarde leveren en moeilijk aan de klantvraag kunnen voldoen. Deze malaise, die al jaren stilletjes aan de gang is en begon bij grote internationale concerns als Capgemini, Atos, IBM, HP, T-Systems, Fujitsu en CGI, is inmiddels ook doorgedrongen tot de haarvaten van de Nederlandse IT-industrie.

De tarieven van traditionele IT-diensten staan onder druk. De as-a-service trend die de vraag in het hele IT-veld verandert in een dienstenmodel is op dit moment juist door kleinere partijen moeilijk bij te benen. Daarbij willen gebruikersorganisaties ook een oplossing die optimaal is afgestemd op hun bedrijfssegment. Je hebt schaal nodig om die toegevoegde waarde te realiseren in je klantoplossingen. IT-leveranciers blijven aanhikken tegen echt drastische veranderingen. Vaak is de klacht te horen dat het zo extreem hard is gegaan dat er bijna niet op te plannen en te investeren valt. Als je de boterham moet verdienen met IT-infrastructuur en deze kosten marginaliseren tot een punt dat je geen bestaansrecht meer hebt als bedrijf, dan zal je het echt snel over een andere boeg moeten gooien.

Welke kant gaat dat op? Voor een antwoord op die vraag kun je nu al terecht bij tal van goede voorbeelden in de markt. Het is niet overal malaise troef. Grote partijen die sector specifieke technologiediensten en kennis ontwikkelen gaan als een speer. Hetzelfde geldt voor clubs die het anders aanpakken en marktkennis in huis halen door ecosystemen en ventures op te zetten en de markt met kleine, bewegelijke swat-teams te bewerken. Bestaande disfunctionele leveringsmodellen in de IT moeten echt op de schop. Door IT verregaand te automatiseren en het menselijk handwerk uit producten en diensten te halen, kunnen de operationele kosten omlaag. Een deel van die besparingen kun je blijvend inzetten om te investeren in nieuwe technologie en innovaties. In brede zin moet het tempo van flexibilisering omhoog. Kasstromen en productontwikkeling moeten ingericht zijn op kortere vernieuwingscycli. Werknemers moeten training krijgen om nieuwe vaardigheden op te doen en nieuwe marktkennis te verwerven. Deze mix van randvoorwaarden maakt het juist zo complex voor de meer traditionele marktpartijen.

Wat betekent dat voor de werkgelegenheid? Slimme technologie maakt het mogelijk om organisatie- en logistieke processen veel planbaarder te maken dan ooit het geval is geweest. Organisaties zouden zich hier op moeten richten om hun producten en diensten veel meer waarde toe te laten voegen. Het standaardiseren en automatiseren van handelingen in een waardeketen, om deze zo goed mogelijk te stroomlijnen, moet voor veel organisaties een nieuw doel zijn om de eigen positie overeind te houden of voor zichzelf een nieuwe toekomst uit te werken. Bedrijven moeten echt willen veranderen en investeren in het personeel zodat zij met nieuwe kennis en vaardigheden nieuwe banen kunnen creëren.

Meer dan ooit tevoren zijn er onorthodoxe verbanden nodig om gezamenlijk de veerkracht te organiseren die nodig is voor deze verandering. Een klant-leverancier relatie die in het verleden nogal eens op de spits werd gedreven rond een zo laag mogelijk gehouden kostprijs. Die achterdocht moet ingeruild worden voor een verhouding waarbij solidariteit en vertrouwen centraal staat. Als er geen schaarste is in productiemiddelen als IT-infrastructuur moet je elkaar toch trouw beloven om schokken op te vangen en veerkracht te hebben als een of beide partijen lastige periodes doormaken. Belangrijkste karakteristiek daarvan is vrijwilligheid en keuze. Dus geen jarenlange looptijden, maar contracten met een onbepaalde looptijd die onder redelijke voorwaarden op te zeggen zijn als er aanleiding is voor andere keuzes.

Opgebouwde spanning

Net als in de IT is er in de bredere economie van Nederland zoveel spanning opgebouwd dat de veerkracht van bestaande structuren opgebruikt is. Nederland heeft vernieuwing nodig om het verdienvermogen overeind te houden. Dat staat onder druk door de sterke toename van het aantal flexwerkers en zzp’ers. Van een groeistrategie kan alleen maar sprake zijn als er ook geïnvesteerd wordt in kennis. Zelfstandigen krijgen minder scholing dan vaste werknemers blijkt uit recent onderzoek van verschillende ministeries. Dat knaagt aan de fundamenten van de economie nu banen in een rap tempo veranderen door mondialisering, robotisering en digitalisering. Nederland, overheid, bedrijven en werknemers moeten, veel meer dan tot nu toe het geval is, investeren in kennis om die nieuwe banen te realiseren.

Learning

Naast scholing op de werkvloer is het om een andere reden ook hoog tijd voor een overkoepelende visie op de arbeidsmarkt. Het kan best zo zijn dat er in de toekomst gewoon minder werk zal zijn. Dat zal grote maatschappelijke gevolgen hebben. Wie durft er nu eindelijk eens hardop te zeggen dat het wellicht heel lastig wordt voor veel 50 plussers met een te lage scholing om een baan te vinden? Daar moet de politiek en de samenleving een antwoord op formuleren. Overheid en bedrijfsleven moeten ook om de tafel om onorthodoxe maatregelen te bespreken. Wellicht is weer arbeidstijdverkorting nodig om werk beter te verdelen. Die visie is hard nodig om de energie, waarmee technologie nu een nieuwe marktordening veroorzaakt, in goede banen te kunnen leiden.


IT volgt steeds minder wet van Moore

In 1965, ik was nog niet geboren, deed Gordon Moore, oprichter van chipfabrikant Intel, een voorspelling. Hij stelde dat het aantal transistors in een geïntegreerde schakeling door de technologische vooruitgang elke twee jaar verdubbelt. En inderdaad, in uw mobieltje zit inmiddels meer rekenkracht dan in de Apollo 13. Zijn stelling staat, met een kleine aanpassing onderweg, al vijftig jaar als een huis maar wordt straks de pas afgesneden door de wetten van de economie.

De wet van Moore heeft zeker tot een paar jaar geleden stand gehouden. Feitelijk houdt het in dat er om de twee jaar verdubbeling ontstaat van capaciteit binnen de gehele IT. Maar het is tijd om hem nog eens goed tegen het licht te houden. Want hoe lang nog zal de innovatie voortschrijden in dit tempo? Technisch kunnen we het nog wel een tijdje waarmaken, het kan allemaal nog kleiner en nog sneller, maar voor hoe lang? We zien dat in de (software defined-) cloud steeds meer partijen fuseren of andere partijen opkopen. En dan treedt een economische wet in werking. Er zijn ook nog maar twee of drie vliegtuigbouwers, een handvol gloeilampen (Osram, Philps, GE) en de auto-industrie wordt ook voor een heel groot deel bepaald door VW, BMW en een paar andere grote spelers. Ook in de cloud, waar nu naar schatting een paar miljoen bedrijfjes en bedrijven actief zijn, zal straks een handvol namen overblijven, zoals Google, Amazone en Microsoft. In de cloud doet het er ook niet meer toe hoeveel processorkracht jezelf hebt. Alles wordt steeds meer een black box waaruit je zaken inkoopt en wat dat nu precies is, who cares?

We hebben het over volwassen worden. Zoals gezegd zie je ook bij andere industrieën dat als ze volwassen worden er wordt geconsolideerd en er maar een paar partijen overblijven. Innovatie vlakt dan af. IT wordt gemeengoed, standaard. En dan gaat de wet van Moore het niet redden. Uiteraard wordt alles ook dan weer beter maar niet meer in het onnavolgbare tempo van het begin. We zijn dan nog wel een jaar of tien verder, minstens, maar die kant gaat het echt op. En dan zullen er niet veel cloud providers over zijn. U kunt ze straks op de vingers van twee handen tellen.

IT’ers zullen nu de wenkbrauwen fronsen. Binnen IT heerst het adagium: wat voor anderen geldt, geldt niet voor ons. Zoals ‘de nieuwe economie’ van rond het begin van dit millennium waarin winst maken niet belangrijk was, zolang je maar de grootste was. Nu weten we dat winst maken ook binnen de IT een economische vereiste is. Straks zijn we volwassen en minder innovatief, want ook die wet van de economie laten niet met zich sollen. Hoe speciaal we binnen IT ook denken te zijn. Betekent dit dat het tijdperk van de IT ook haar einde nadert? Nee hoor. Geen zorgen. Zelfs stoomgemalen bestaan nog.

Youp en de hackers: wees gewaarschuwd!

Youp van ’t Hek had het hok toch ook goed dicht gedaan? Zoals hij elke avond deed? En toch was Flappie verdwenen. Ik had mijn deur ook echt goed op slot gedaan, volgens de daarvoor geldende processen. En toch ben ik twee laptops en
een camera kwijt. En Sony en ASML zijn intussen gehackt. Hoe gaat u om met security in 2015?

Bij mij is er laatst ingebroken. Dat heeft mij best verrast, want ik heb een appartement dat nog maar drie jaar terug is opgeleverd. Dan ga je er toch vanuit dat alles veilig is. Klaarblijkelijk heeft de vooruitgang ook inbrekers bereikt en zijn de nieuwe methodes zo geavanceerd dat je niet kunt bouwen op de beveiliging van drie jaar terug. Ze komen zo je huis binnen, als je niet de allernieuwste spullen hebt om ze buiten te houden. Ik had, zo werd me later duidelijk, geen antikerntrekbeslag voor mijn slotcilinder, dat er voor zorgt dat dieven er niets in kunnen doen. Maar ik ben niet de enige die dat niet heeft, dit geldt voor 90% van de bevolking. Binnen een halve minuut waren ze binnengekomen, wist de politie me te verzekeren.

Maar ik ben niet de enige gedupeerde, ook bij Sony is ingebroken en zijn vijf nog uit te brengen speelfilms gehackt. En AMSL werd gehackt door, naar verluidt Chinese legereenheden. Van zulke bedrijven verwacht je toch dat ze hun zaakjes goed op orde hebben, dat ze op z’n minst de virtuele versie van antikerntrekbeslag in huis hebben. Het probleem is: je weet als bedrijf gewoon niet of je alles wel goed op orde hebt. Wat vandaag werkt, is morgen al weer achterhaald. Bedrijven verdiepen zich in de materie, stuiten op ingewikkelde diensten en termen als SIEM, SOC, PKI, Access en Token authentication en zoeken snel een specialist die ze kan adviseren op het gebied van security. Vaak komt die vraag terecht bij een bedrijf dat security-diensten ook levert en die zegt natuurlijk dat u ze allemaal moet hebben. Als ik voor mijn huis morgen naar een beveiligingsexpert ga, moet ik ook ineens van alles aanschaffen. Bij hem, uiteraard.

Zorg er dus voor dat je in zee gaat met een objectieve partij. En laat bijvoorbeeld eens in het kwartaal of halfjaar een goede check doen. Dat is echt noodzakelijk, want er gebeuren zoveel nieuwe dingen, er zijn op dit gebied zoveel nieuwe ontwikkelingen, dat is voor bedrijven zelfstandig niet bij te houden.

Security is binnen het bedrijf vaak een zaak van een afdeling binnen de onderneming en een leverancier. Naast die twee moet één onafhankelijke partij de veiligheid toetsen en de security-afdeling dus challengen en dat gebeurt te weinig. Voor je het weet ben je aan de beurt. En je merkt er niets van, het gebeurt geruisloos op een onbewaakt moment. Net als bij mij thuis. Veel bedrijven doen een jaarlijkse audit, maar daarin wordt voornamelijk gekeken of alles procesmatig goed zit. Ik kan u vertellen: bij mij thuis zat het procesmatig ook goed. De deur was dicht. En op slot. En toch ben ik alles kwijt. Gelukkig snapt Obama het wel. Wees gewaarschuwd!

De trend van 2015: weinig trends!

Ieder jaar is het weer raak: vele adviseurs, research bureaus en andere opiniemakers rollen over elkaar om alle trends en hypes van het nog piepjonge kalenderjaar uit de doeken te doen. Vaak worden wel tien hypes genoemd die er aan zitten te komen. Ik geloof dat het allemaal niet wereldschokkend zal zijn dit jaar. Wie goed om zich heen kijkt en zijn oor goed te luister legt, weet: veel bedrijven bezuinigen. Je ziet dat er veel onzekerheid is in de hele wereld. De dalende euro, de (export-)problemen met Rusland zijn groot en het economische herstel is wereldwijd fragiel. Er wordt weinig geïnvesteerd en trends en hypes kunnen alleen ontstaan als er flink wat geld gepompt wordt in innovatie. De verwachting is dan ook dat er niet heel veel trends in 2015 zijn, die echt nieuw te noemen zijn

Continue reading

Flexibility – A trend in the world of sourcing

We kunnen er niet omheen. De race die op dit moment gevoerd wordt op het IaaS circuit gaat leiden tot ongelukken. Vergaande virtualisatie en bijvoorbeeld nieuwe storage technologieën gaan de komende twee jaar op dit terrein echt flexibilityslachtoffers eisen onder de traditionele IT-dienstverleners. En dat is logisch te verklaren. De opbrengst per eenheid die leveranciers kunnen vragen voor hun IaaS-diensten gaat al jaren in extreem hoog tempo omlaag. Sinds Amazon – en in haar kielzog Microsoft en een aantal andere reuzen – de afrekeneenheden CPU, Storage en Memory als standaardeenheden heeft neergezet in de wereld van de infrastructuur, zijn de meeste sales- en operationele gesprekken met de meer traditionele dienstverlener ineens een stuk defensiever en eenzijdiger geworden. De toegevoegde waarde van het hebben van eigen datacenters zal nog meer onder druk komen te staan en verworden tot een echt specialisme. Mission critical datacenters is een veel gehoord portfolio-onderdeel bij een aantal middelgrote dienstverleners.

Wilt u weten welke trends METRI nog meer ziet? Lees dan HIER gehele artikel.

 

Standardization – A trend in the world of sourcing

Een belangrijke trend bij de IT-dienstverleners zelf is het optimaliseren en vergaand standaardiseren van het beheer van hun operationele processen. Van standaard servicedesk- en service management rapportage tooling als die van Strandard
ServiceNow, Topdesk, BMC Remedy tot aan het volledig geautomatiseerde leveren van End 2 End oplossingen voor bijvoorbeeld Mobility Management. Nieuwere IT-dienstverleners hebben weinig last van jarenlange opgebouwde en woekerende legacyen inefficiëntie en beginnen direct met het maximaal automatiseren van liefst alle processen rondom het beheer end de levering van diensten. Klanten roepen hier al jaren om. Handmatig en door mensen gestuurde processen, alsmede rapportages worden in hoog tempo volledig geautomatiseerd. De kosten voor IT-dienstverleners gaan door deze ontwikkelingen drastisch omlaag. Het aantal fouten en daaruit voortvloeiende escalaties – P1’s – daalt hard. De marge van de dienstverlener op zijn dienstverlening zou hierdoor weer enigszins omhoog moeten gaan.

Wilt u weten welke trends METRI nog meer ziet? Lees dan HIER gehele artikel.