Applicaties meten: een hoop kluitjes in het riet

10 april 2017

Auteur(s): Thomas Gordijn

Laatst was ik in een schoenenwinkel. ‘Volgens mij heeft u maat 9,5’ zei de vriendelijke dame die al een doos met sneakers voor mijn neus had gezet. Ik dacht: 9,5? Ik heb 42,5! Bleek 9,5 de US-maat te zijn. Zo kan het dus ook: er wordt gemeten met twee maten maar je kunt eenvoudig een vergelijking maken met behulp van een vertaaltabel. Gaat het om het meten van applicatie omvang dan heb je een hoop kluitjes in het riet. Het wordt tijd dat meetvarianten met elkaar in verhouding worden gebracht zodat we geen appels en peren meer hebben.

Er zijn talloze meetvarianten om applicatie omvang te meten. Enerzijds heb je de regels code die in de applicatie zitten, ofwel de fysiek getypte code die zegt wat de applicatie doet. Daarnaast zijn er varianten die meer uitgaan van functionaliteit, de documentatie en van de gebruiker. Die beoordeling wordt uitgedrukt in functiepunten. En dan heb je daarin ook nog veel verschillende smaken, bedacht door verschillende instanties. En ze proberen allemaal hun methode te standardiseren en beschrijven tot norm. In Nederland hebben we de Nesma, in de VS de IFPUG en Cosmic in Canada. Om er maar een paar te noemen.

En dan heb je nog de agile-clubs. Zij schatten met het spelletje Planning Poker of Scrum Poker in om te zien hoe groot de functionaliteit is en hoeveel effort je er in zou moeten steken om de applicatie te kunnen bouwen. Zij drukken dat uit met storypoints. Weer een methode. Weer een schoenmaat. Het is eenvoudigweg een complex landschap met verschillende maten. En omdat er zoveel ‘eilandjes’ zijn krijg je natuurlijk nooit één grote dataset.

De vraag is: hoe creëer je een methode waardoor al die waarden omrekenbaar zijn en je van functiepunten regels code kunt maken, van storypoints functiepunten, van functiepunten storypoints… Toch ook een vertaaltabel zoals bij de schoenmaten? In de sociologie bestaat het principe dat als je maar genoeg mensen dezelfde vraag stelt, het gemiddelde antwoord altijd goed is, of vrijwel goed. Vraag honderd mensen hoe zwaar een bepaalde koe is en het gemiddelde zit griezelig dichtbij de waarheid. Als al die mensen op verschillende manieren de applicatie gaan meten, lukt het ook om één waarheid te vinden. Er moet dus een standaard komen, om alle kennis die er is om de juiste maat van een applicatie te kunnen aangeven, echt goed te kunnen gebruiken.

Maar het is net politiek. Er zijn officiële, internationale groepen die zeggen: wat wij hebben bedacht is een goede manier om te meten, een waarheid. En dus zijn maten moeilijk vergelijkbaar, ieder team heeft zijn eigen methodes, zijn eigen dynamiek.

Er zouden rekenregels moeten komen. Iedereen mag het op zijn eigen manier doen, applicaties meten. Maar laten we in ieder geval vaststellen dat we dezelfde applicatie aan het meten zijn. Daar moeten dus relaties tussen zijn. Een model dat alles bij elkaar brengt, omrekent en vertaalt. Een omrekenmethode, zoals bij buitenlandse valuta. Of bij schoenmaten.

Nu nog een list verzinnen hoe. Wie de schoen past…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Website by Webroots