Skip to content

Wat heeft technologie in petto voor de economie in 2016?

Auteur(s): Kaj Wen

Niet een virtual agent die saai kenniswerk van je overneemt, een spotgoedkope Lora-sensor voor een onverwachte IoT-toepassing of een flashy virtual reality bril voor de huiskamer vallen dit jaar op. Florerende webshops die zorgen voor massaontslag van winkelpersoneel bij traditionele retail merken en massa-sluitingen van bankfilialen eisen de aandacht op. Er is zoveel spanning opgebouwd dat de veerkracht van bestaande structuren opgebruikt is. Die energie zoekt zijn weg in een nieuwe marktordening die niet per se slechter uit hoeft te pakken.

PowerPoint Presentation

Begin december kondigde Rabobank het ontslag aan van 9 duizend werknemers. Net voor de kerst volgde het nieuws dat bij de schoenenwinkels, vallend onder de Macintosh Retail Group, ook 5.500 banen in de Benelux op de tocht staan. Evenals tienduizend werknemers van V&D en La Place dat in twee weken tijd ook failliet werd verklaard. Zodra de beurzen in 2016 opengingen duikelden de koersen naar beneden op nieuws van een verder afkoelende Chinese economie. Geen goed voorteken voor het bedrijfsleven dat juist snakt naar stabiliteit en herstel. Wat zal de rest van 2016 ons brengen na zo’n exemplarisch uiteinde en bewogen start van het nieuwe jaar?

Veelzeggender nog dan deze grote groepen mensen die nu aan de kant komen te staan, is dat de werkgelegenheid niet toeneemt, ook al groeit de economie weer. Een logische verklaring is dat technologische vernieuwingen reguliere banen overbodig maakt. Wie gaat er nog naar een schoenenwinkel als je favoriete merk, op basis van een slim algoritme, op basis van twee jaar koopgedrag proactief een aanbod doet voor een nieuw paar. De verloren gegane werkgelegenheid gaat hem niet zitten in nog meer niche schoenenwinkels of hakkenbars. In de financiële wereld zorgt veranderd klantgedrag voor een even hard gelag. Ook de laatste grootbank die nog wel veel filialen aanhield sluit en masse vestigingen omdat bijna alle transacties met een veeg op het scherm uit te voeren zijn. En dat is nog maar het begin, want tal van Fintech-starters staan te trappelen om de financiële dienstverlening op zijn kop te zetten.

Sporen

We staan nog maar aan het begin van deze ontwikkeling. De toepassing van kunstmatige intelligentie zal een groot spoor trekken door de Nederlandse arbeidsmarkt. In de maakindustrie kennen we de vele robotarmen al in de productiehallen. Ook in andere sectoren zal standaard werk van routine matige handelingen tot administratie verregaand geautomatiseerd worden. Webshops die winkelpersoneel overbodig maken zullen in de niet zo verre toekomst aangevuld worden met robots die zorgtaken aan het bed overnemen en zelf rijdende taxi’s die het stuur overnemen van chauffeurs. In de financiële dienstverlening zal bij de administratieve verwerking steeds minder mensenhanden nodig zijn door het volledig automatiseren van bedrijfsprocessen.

De factor arbeid lijkt steeds minder nodig en de kans dat grote groepen mensen economisch en sociaal buiten de boot vallen, neemt toe. Het aloude adagium in de economie, die van de paardenmenner een machinist op de stoomtrein maakte en telkens zorgde voor nieuwe werkgelegenheid lijkt niet meer op te gaan in tijden dat IT veel werk uit mensenhanden slaat. De opmerking dat er als vanzelf nieuwe banen voor in de plaats komen is te gemakkelijk en klopt ook niet als je het vergelijkt met het reguliere patroon van een crisis. Het herstel van de werkgelegenheid die altijd volgt op het aantrekken van de economie komt dit keer heel moeilijk op gang.

Wat er op dit moment aan de hand is, is goed op een rij gezet door de Britse journalist Paul Mason die in de zomer van 2015 het boek ‘PostCapitalism: A Guide to our Future’ uitbracht. Mason stelt dat de economie de afgelopen twee eeuwen tal van cycli heeft gekend, waarbij de lonen en omstandigheden van werknemers telkens iedere vijftig jaar echt stevig onder druk kwamen te staan. Als reactie op zo’n dip is er iedere keer een vooral technologisch gedreven vernieuwing opgekomen die er juist voor zorgde dat de productiviteit omhoog ging, er nieuwe banen kwamen, mensen meer gingen verdienen en er een nieuwe balans in de economie kwam. Op iedere crisis volgde een nieuwe ordening die de mensheid telkens vooruitgang heeft gebracht. Sinds de 19e eeuw zijn we zo van paardenkar doorgestoomd naar elektrische auto’s en van ganzenveer en papier naar devices met glazen schermen die spraak omzetten in schrift.

Gifpil

Waarom gaat dat dan niet op voor de jongste technologische vernieuwingen die bijna allemaal IT gerelateerd zijn? Waarom leiden zij schijnbaar niet tot meer productiviteit en zorgen zij voor nieuwe banen? Wat dat betreft lijkt de uitwerking van de technologie anno 2016 meer op een gifpil dan op een medicijn. De Brit Mason wijt dit effect aan de opkomst van het neoliberalisme rond 1979. Door individualisering hebben werknemers massaal hun lidmaatschap van een vakbond opgezegd. Verregaande flexibilisering van de arbeidsmarkt heeft de lonen onder druk gezet. Dat heeft organisaties niet gedwongen om hun weg te innoveren uit de crisis door nieuwe technologie in te zetten.

Dat is niet de enige factor. Door productiemiddelen met informatiesystemen optimaal te ontsluiten zijn oude barrières geslecht. Op dit punt leunt Mason zwaar op het denkwerk van de Amerikaan Jeremy Rifkin die in het eveneens vorig jaar verschenen boek ‘The Zero Marginal Cost Society’ aantoonde dat traditionele economische modellen die gebaseerd zijn op schaarste hun langste tijd hebben gehad. Door informatie technologie zijn de marginale kosten om een extra eenheid product te maken extreem laag geworden. Bovendien zijn de middelen om markten te betreden voor iedereen bereikbaar en beschikbaar. Er zijn geen kapitaal of technologiebarrières, om een taxibedrijf te starten of eten te bezorgen, als IT productiemiddelen slim aan elkaar knoopt en benodigde infrastructuur als een webshop een minimale kostprijs heeft. Daarnaast zorgt digitalisering ervoor dat er nieuwe samenwerkingsverbanden opkomen die voorheen ondenkbaar waren. De traditionele hiërarchieën zijn passé in de nieuwe economie. Iets waar we tot nu vaak op vertrouwden en bouwden.

Als geen ander

Opvallend is dat juist de relatief jonge IT-industrie als geen ander last heeft van nieuwe krachten die bestaande marktverhoudingen achterhaald maken. Wat voor de arbeidsmarkt in zijn geheel geldt, gaat zeker op voor de IT-markt zij het op kleinere schaal. Met het concurrerend vermogen van menig IT-leverancier is het niet goed gesteld, omdat ze onvoldoende echte toegevoegde waarde leveren en moeilijk aan de klantvraag kunnen voldoen. Deze malaise, die al jaren stilletjes aan de gang is en begon bij grote internationale concerns als Capgemini, Atos, IBM, HP, T-Systems, Fujitsu en CGI, is inmiddels ook doorgedrongen tot de haarvaten van de Nederlandse IT-industrie.

De tarieven van traditionele IT-diensten staan onder druk. De as-a-service trend die de vraag in het hele IT-veld verandert in een dienstenmodel is op dit moment juist door kleinere partijen moeilijk bij te benen. Daarbij willen gebruikersorganisaties ook een oplossing die optimaal is afgestemd op hun bedrijfssegment. Je hebt schaal nodig om die toegevoegde waarde te realiseren in je klantoplossingen. IT-leveranciers blijven aanhikken tegen echt drastische veranderingen. Vaak is de klacht te horen dat het zo extreem hard is gegaan dat er bijna niet op te plannen en te investeren valt. Als je de boterham moet verdienen met IT-infrastructuur en deze kosten marginaliseren tot een punt dat je geen bestaansrecht meer hebt als bedrijf, dan zal je het echt snel over een andere boeg moeten gooien.

Welke kant gaat dat op? Voor een antwoord op die vraag kun je nu al terecht bij tal van goede voorbeelden in de markt. Het is niet overal malaise troef. Grote partijen die sector specifieke technologiediensten en kennis ontwikkelen gaan als een speer. Hetzelfde geldt voor clubs die het anders aanpakken en marktkennis in huis halen door ecosystemen en ventures op te zetten en de markt met kleine, bewegelijke swat-teams te bewerken. Bestaande disfunctionele leveringsmodellen in de IT moeten echt op de schop. Door IT verregaand te automatiseren en het menselijk handwerk uit producten en diensten te halen, kunnen de operationele kosten omlaag. Een deel van die besparingen kun je blijvend inzetten om te investeren in nieuwe technologie en innovaties. In brede zin moet het tempo van flexibilisering omhoog. Kasstromen en productontwikkeling moeten ingericht zijn op kortere vernieuwingscycli. Werknemers moeten training krijgen om nieuwe vaardigheden op te doen en nieuwe marktkennis te verwerven. Deze mix van randvoorwaarden maakt het juist zo complex voor de meer traditionele marktpartijen.

Wat betekent dat voor de werkgelegenheid? Slimme technologie maakt het mogelijk om organisatie- en logistieke processen veel planbaarder te maken dan ooit het geval is geweest. Organisaties zouden zich hier op moeten richten om hun producten en diensten veel meer waarde toe te laten voegen. Het standaardiseren en automatiseren van handelingen in een waardeketen, om deze zo goed mogelijk te stroomlijnen, moet voor veel organisaties een nieuw doel zijn om de eigen positie overeind te houden of voor zichzelf een nieuwe toekomst uit te werken. Bedrijven moeten echt willen veranderen en investeren in het personeel zodat zij met nieuwe kennis en vaardigheden nieuwe banen kunnen creëren.

Meer dan ooit tevoren zijn er onorthodoxe verbanden nodig om gezamenlijk de veerkracht te organiseren die nodig is voor deze verandering. Een klant-leverancier relatie die in het verleden nogal eens op de spits werd gedreven rond een zo laag mogelijk gehouden kostprijs. Die achterdocht moet ingeruild worden voor een verhouding waarbij solidariteit en vertrouwen centraal staat. Als er geen schaarste is in productiemiddelen als IT-infrastructuur moet je elkaar toch trouw beloven om schokken op te vangen en veerkracht te hebben als een of beide partijen lastige periodes doormaken. Belangrijkste karakteristiek daarvan is vrijwilligheid en keuze. Dus geen jarenlange looptijden, maar contracten met een onbepaalde looptijd die onder redelijke voorwaarden op te zeggen zijn als er aanleiding is voor andere keuzes.

Opgebouwde spanning

Net als in de IT is er in de bredere economie van Nederland zoveel spanning opgebouwd dat de veerkracht van bestaande structuren opgebruikt is. Nederland heeft vernieuwing nodig om het verdienvermogen overeind te houden. Dat staat onder druk door de sterke toename van het aantal flexwerkers en zzp’ers. Van een groeistrategie kan alleen maar sprake zijn als er ook geïnvesteerd wordt in kennis. Zelfstandigen krijgen minder scholing dan vaste werknemers blijkt uit recent onderzoek van verschillende ministeries. Dat knaagt aan de fundamenten van de economie nu banen in een rap tempo veranderen door mondialisering, robotisering en digitalisering. Nederland, overheid, bedrijven en werknemers moeten, veel meer dan tot nu toe het geval is, investeren in kennis om die nieuwe banen te realiseren.

Learning

Naast scholing op de werkvloer is het om een andere reden ook hoog tijd voor een overkoepelende visie op de arbeidsmarkt. Het kan best zo zijn dat er in de toekomst gewoon minder werk zal zijn. Dat zal grote maatschappelijke gevolgen hebben. Wie durft er nu eindelijk eens hardop te zeggen dat het wellicht heel lastig wordt voor veel 50 plussers met een te lage scholing om een baan te vinden? Daar moet de politiek en de samenleving een antwoord op formuleren. Overheid en bedrijfsleven moeten ook om de tafel om onorthodoxe maatregelen te bespreken. Wellicht is weer arbeidstijdverkorting nodig om werk beter te verdelen. Die visie is hard nodig om de energie, waarmee technologie nu een nieuwe marktordening veroorzaakt, in goede banen te kunnen leiden.


Lees verder

Laatste IT-nieuws? Volg IDC Metri op LinkedIn

Nieuwsbrief

Boeingavenue 238 - 1119 PZ Schiphol-Rijk - Nederland - Tel + 31 20 655 1777