Low-code: reddingsboei of springplank?

Auteur(s): Harold van Heeringen Sytse van der Schaaf

Low-code: reddingsboei of springplank?

Veel organisaties omarmen low-code applicatieontwikkeling om software gedreven innovatie op de rit te krijgen. Vanuit zijn expertise rond applicatiebeheer en softwareontwikkeling plaatst CAST Software vraagtekens bij de recente hausse rond low-code. Is deze nieuwe vorm van maatwerk een reddingsboei of kan het ook echt een springplank zijn voor een nieuwe toekomst?

Elke onderneming denkt na over innovatie. Bij een antwoord op de vraag hoe men vooruit wil komen in de digitale wereld is software vroeg of laat een essentieel ingrediënt in het antwoord. Applicatieontwikkeling wordt door veel bedrijven gezien als de motor achter nieuwe bedrijfsmodellen en marktkansen. Hoe laat je dat werken als de applicatiestack voor een belangrijk deel bestaat uit legacysoftware? Bedrijfsapplicaties met een aanzienlijke levensduur ondersteunen nieuwe platformen en devices slecht heeft de praktijk geleerd. En vooral: waar zijn de programmeurs om deze plannen te realiseren?

Abstractielaag

Op dit moment hebben veel organisaties low-code omarmd om hun software gedreven toekomstplannen te realiseren. Of zij zijn van plan om dit te doen. Low-code is de benaming van een nieuwe generatie programmeerhulpmiddelen die tot op een hoog niveau de abstractielaag van modellen gebruiken om het proces van softwareontwikkeling te versnellen. Een tweede pluspunt is een platform aanpak waardoor de ontwikkeling, het testen en het live brengen van applicaties volledig gestroomlijnd is. Deze twee zaken verhogen de productiviteit van softwareontwikkeling. Van een plan tot een werkende applicatie kost met een low-codeplatform minder tijd en moeite is het idee.

Daarnaast zorgt deze modelgebaseerde aanpak ervoor dat werknemers met hooguit wat basis programmeerkennis het grootste deel van applicatieontwikkeling voor hun rekening kunnen nemen. Dat klinkt bedrijven in de huidige IT-arbeidsmarkt als muziek in de oren. Een nieuwe groep ‘citizen developers’ die model gedreven software kan ontwikkelen, lijkt de innovatieplannen een impuls te kunnen geven. “Mijn gevoel bij zulke low-code platforms is vrij conservatief”, vertelt Lev Lesokhin. Hij is binnen CAST Software verantwoordelijk voor de software intelligence-strategie en de wereldwijde productmarketing. Lesokhin zit daarnaast in het bestuur van het Consortium voor IT Software Quality en de TMMI Foundation, twee internationale comités die een hogere kwaliteit en efficiëntie van softwareontwikkeling nastreven.

Het zwaartepunt voor toepassing van low-codeplatformen is verschoven van mobiele apps en workflow achtige toepassingen naar het vervangen van legacy software. “Organisaties die low-code inzetten zullen snel vooruitgang boeken”, vervolgt Lesokhin. “Zodra je met deze tooling op grotere schaal functionaliteit uitwerkt, zul je zien dat het applicatiebeheer strategische aandacht nodig heeft. Portfoliobeheer is belangrijk als je een grotere verzameling applicaties opbouwt en wilt onderhouden.

Zo zul je met het modelgedreven werken in het low-codeplatform niet alle benodigde functionaliteit kunnen realiseren. Het low-codeplatform zal gaandeweg met steeds meer specifieke wijzigingen te maken krijgen die niet met de modelfunctionaliteit is uit te werken. Dit wordt gerealiseerd inklassieke handgeschreven softwarecode, wat onderdeel wordt van het applicatieportfolio. Hier moet je op een structurele manier mee omgaan om het beheersbaar te houden. En je moet zicht hebben op de kwaliteit van de code zoals deze door het low-code platform wordt gemaakt bij de automatische vertaling van model naar softwarecode. “Neem het niet voor waar aan dat de softwarecode zoals een low-codeplatform dat genereert van zichzelf veilig en efficiënt is”, verduidelijkt Lesokhin. “Als je een omvangrijke verzameling aan applicaties aan het bouwen bent, moet je daar wel zekerheid over hebben. Applicaties moeten veilig zijn en efficiënt gebruik maken van het onderliggende platform.”

Kwaliteit en veiligheid

Low-codeplatformen zijn erop gericht om snel functionaliteit te bouwen. Op de lange termijn kan de kwaliteit en de veiligheid van deze applicaties een issue worden. “Grotere organisaties moeten grip houden op de onderhoudbaarheid van de codebasis om de kosten van het applicatiebeheer tijdens de gehele levenscyclus van een applicatie binnen de perken te kunnen houden”, vervolgt Lesokhin. “Vanuit de ervaring van CAST zien we dat sommige codegeneratoren die ingezet worden bij business procesmanagement een kwaliteit code genereren die van problematische kwaliteit is. Als gebruikersorganisatie zul je de vinger aan de pols moeten houden bij essentiële kwaliteitsaspecten ook als je met low-code applicaties werkt.”

Doe je dat niet dan krijg je vroeg of laat de rekening gepresenteerd. Het toevoegen van nieuwe software wordt lastiger en de onderhoudskosten springen hierdoor omhoog. Er is een reële kans dat de flexibiliteit waarmee je snel applicaties kunt bouwen het beheer van deze applicatiestack op de langere termijn lastiger maakt. Organisaties moeten zich daarvan bewust zijn als zij in low-codeplatformen een middel zien om hun legacy te vervangen.
De reële voordelen van low-codeplatformen, zoals het faciliteren van ‘citizen developers’ die op eigen kracht applicaties samenstellen, zijn een aantrekkelijke optie voor bedrijven. Maar organisaties moeten zich tegelijkertijd realiseren dat deze vrijheid gepaard moet gaan met bepaalde verplichtingen om het applicatieportfolio beheersbaar te houden. “Doe je dat niet”, waarschuwt Lesokhin, “dan zal low-code op termijn op zijn best een reddingsboei blijken en niet de springplank naar een nieuwe toekomst die je voor ogen had.”

Transparantie essentieel

Een uitgebreide applicatiestack kan niet zonder monitoring van de kwaliteit. CAST Software is een bedrijf dat transparantie biedt in de productiviteit en structurele kwaliteit van software en de risico’s die hiermee gepaard gaan. De analyses gaan verder dan componentniveau door de architectuur en structurele complexiteit van applicatiesystemen te onderzoeken om gedetailleerd inzicht te krijgen in de manier waarop individuele componenten het hele systeem beïnvloeden. Bij zo’n analyse op systeemniveau komt vaak nog het nodige naar boven omdat reguliere softwaretesten zich vaak beperken tot een specifieke subset van een toepassing buiten een productieomgeving.



Deel dit artikel:

Boeingavenue 251 - 1119 PD Schiphol-Rijk - Nederland - Tel + 31 20 655 1777