‘The good, the bad’ en het ‘ugly’ van ‘citizen development’

‘The good, the bad’ en het ‘ugly’ van ‘citizen development’

Veel innovatieplannen draaien om software, maar ontwikkelaars zijn schaars. Dit verklaart de huidige populariteit van kant-en-klare SaaS-software en low- en no-code ontwikkelhulpmiddelen. Een nieuwe, grote doelgroep van werknemers, zonder formele programmeer opleiding, neemt op grote schaal dit gereedschap ter hand. Aan de hand van vier quotes uit de klassieke Western van Sergio Leone laat Metri zijn licht schijnen op deze trend.

‘Every gun makes its own tune’

Dat zegt ‘good guy’ Clint Eastwood, alias Blondie, op een gegeven moment als hij als premiejager zijn pistool weer eens in een duel leeggeschoten heeft. In de legendarische filmklassieker uit de jaren zestig draaide dat om het omleggen van je tegenstander. Bij low-code is dat een hulpmiddel voor het bouwen van software dat een grote doelgroep van ‘citizen developers’ in staat stelt om applicaties tot in hoge mate zelfstandig te creëren. Net als ieder pistool zijn specifieke pluspunten heeft, zo haalt low-code met zijn ‘drag & drop’-aanpak drempels weg als het leren van een lastige programmeertaal. Programmeer- en architectuurvoorschriften rond security zijn voor een belangrijk deel in te bakken in het ontwikkelproces. Daarnaast verkort een aan de omgeving gekoppeld applicatieplatform de lange aanlooptijd van applicaties verder.

Deze democratisering van softwareontwikkeling slaat aan, zo bleek begin november op het eerste Low-code No-code congres dat Heliview in Rotterdam organiseerde. Citizen developers spelen een grote rol in het automatiseren van alledaagse taken, maar ook bij de introductie van een nieuwe generatie webapplicaties die dienstverlening aan klanten, burgers en ketenpartners sterk verbetert, zo bleek uit de voorbeelden die op het podium de aandacht kregen. Gebruikersorganisaties als de gemeente Rotterdam en verzekeraars CZ en Univé gaven aan dat ze het pilotstadium inmiddels achter zich hebben gelaten. Versnelling van softwareontwikkeling verhoogt de wendbaarheid van organisaties zo vatte dagvoorzitter Bouwe Kopaal het samen. Dat maakt het tot een krachtig wapen in de wedloop rond innovatie vindt deze ‘citizen development’ evangelist.

‘There are two kinds of people in the world, those with guns and those that dig. You dig…’

Het kan geen kwaad om het initiatief naar je toe te trekken. Daarom bijt Blondie op een gegeven moment zijn tegenstander Tuco ‘the ugly’ toe dat hij het onderspit zal delven. Low- en no-code tooling stelt de business in staat om het initiatief van softwareontwikkeling naar zich toe te trekken. Die assertiviteit is geen nieuw fenomeen. Er zijn altijd al mensen op de werkvloer geweest die het heft in eigen hand namen door hun eigen oplossingen in elkaar te hacken. In de jaren negentig waren dat de Excel-wizards. Dat groeide begin dit decennium uit tot business process management tools. Met de huidige generatie low-code kunnen citizen developers in teamverband hun slagkracht vergroten. Van innovatiemanagers, tot product owners, zakelijke gebruikers en IT-professionals. Efficiënte samenwerking – bij wijze van spreken aan één virtuele tafel – versnelt het innovatieproces enorm.

Daar is veel vraag naar. Veel bedrijven snakken naar deze procesverbetering in softwareontwikkeling, gezien de omzetverwachtingen rond het low- en no-code fenomeen. De markt van low-code groeit van een mondiale omzet van 3,8 miljard dollar in 2017 naar 21,2 miljard over vijf jaar voorspelde onderzoeksbureau Forrester vorig jaar, vooral omdat het een brede trend is. De markt voor modelgebaseerde softwareontwikkeling is eigenlijk een brede lappendeken. Veel aandacht trekken de platform gebaseerde no-code systemen die nu opkomen in de kantlijn van grote SaaS-platformen. De Salesforce Lightning no-code tooling. Op het Heliview congres kondigde Jan Brouwer van Microsoft de komst aan van een aparte Power Apps cloudvoorziening aan. Voor gebruik van zo’n no-code-voorziening in een SaaS-platform is wel een premium abonnement per gebruiker nodig. Salesforce en Microsoft vergroten daarmee op de lange termijn hun licentie-inkomsten aanzienlijk. Daarom is deze vraag zeker op zijn plaats: wie heeft hier uiteindelijk de ‘gun’ in handen?

‘If you work for a living, why do you kill yourself working?

De dynamiek van low-code vanuit de business heeft ook een schaduwzijde waar te weinig aandacht voor is. In de film is het mr Tuco ‘the ugly’ die Blondie vraagt waarom hij het gevaarlijke beroep van premiejager heeft gekozen. Je bent op pad om te moorden maar loopt tenslotte ook het risico om gedood te worden. En dat is een rake typering van de nieuwe balans die ontstaat tussen de business en IT op het moment dat low-code als belangrijke voorziening wordt neergezet voor softwareontwikkeling. De belevingswereld van de business en programmeurs rond low-code tooling loopt even ver uit elkaar als die van vrouwen en mannen. De Britse auteur John Gray schreef een prachtig boek over de communicatieproblemen die kunnen ontstaan tussen de seksen als het ene geslacht van Venus komt en het andere van Mars.

De business is uitermate enthousiast over low-code en gaat ermee aan de haal omdat het een nieuw wondermiddel lijkt voor hun belangrijkste kwaal: het legacy spook. Met low-code kunnen zij zelf aan de slag en de plannen met software en de issues rond een overvolle backlog te lijf gaan. Programmeurs die low-code uitproberen of er op een andere manier mee te maken krijgen, zijn een stuk gereserveerder. Zij zien het als een tool die minder nieuw is dan het lijkt. De klik en sleep interface kenden zij tenslotte al van 4GL programmeertalen als Powerbuilder en Uniface. Zij zijn terecht kritisch over de claims rond productiviteit, maar tegelijkertijd ook gereserveerd omdat het hun positie als programmeur schijnbaar bedreigt. Die achterdocht is begrijpelijk. Als het coderen van software verworden is tot het drukken op een knopje, waarna het systeem automatisch de applicatiecode genereert, dan komt vroeg of laat discussie over de toegevoegde waarde van jouw beroep en rol als professional. Toch moeten ook programmeurs serieuze aandacht hebben voor de snelheidswinst die met low-code te halen is. Die liggen alleen meer bij optimalisatie van het team en de processen en minder bij de tooling. Waarom al die moeite doen om regels te coderen als de organisatie in zijn geheel beter af is met een andere werkwijze?

De existentiële crisis van programmeurs ten aanzien van low-code is dan ook onterecht. Dat is een les die de geschiedenis van software ons leert. Er zit een belangrijke kern van waarheid in de veel voorkomende achterdocht van programmeurs rond low-code. De draai die Tuco ’the ugly’ aan het beroep van premiejager wil geven, door Blondie te wijzen op de gevaren van zijn beroep is ook op het terrein van softwareontwikkeling relevant. Naarmate een applicatieomgeving langer meegaat en meer software herbergt, neemt de complexiteit toe. Bij low-code is dat niet anders. Als er in de levenscyclus te weinig aandacht is voor kwaliteitsbewaking van het applicatiebouwen dan betalen organisaties daar vroeg of laat de rekening voor. Dat is een belangrijke les die ‘citizen developers’ van Mars en programmeurs van Venus van elkaar kunnen leren.

‘I’ve never seen so many men wasted so badly.’

Die verzuchting slaakt Blondie als op het einde van de film de kruitdampen boven het strijdveld uitgestegen zijn. Zijn tegenstanders liggen neergemaaid tegenover hem. Eenzelfde slagveld zal over enkele jaren te zien zijn als beheer en governance van software in low-code omgevingen onvoldoende aandacht krijgen. Hoewel, over enkele jaren? Op de beursvloer van het Heliview No-code low-code congres liep ik een oude bekende tegen het lijf. Het was een architect die bij een overheidsorganisatie de taak had om de beschikbaarheid, betrouwbaarheid en security van de grote hoeveelheid applicaties die met een bekende smaak van het low-code platform gebouwd waren te garanderen. Het lastige versiebeheer van softwarebouwstenen en de niet transparante complexiteit die in applicaties geslopen was met de jaren, bezorgde hem veel kopzorgen. Het haalde voor zijn organisatie de snelheid uit softwareontwikkeling. Hoe heette dat daarnet ook alweer? Het legacyspook?

Low-code staat tegenwoordig te boek als het Zwitsers zakmes van softwareontwikkeling, niet in het minst door de ronkende marketing machine van technologiebedrijven. Dat is het niet. Low-code programmeerhulpmiddelen vallen in een breed spectrum van model gedreven softwareontwikkeling. Deze tooling herbergt tal van voorzieningen om sneller dan gebruikelijk applicaties in een specifiek domein (mobile, procesondersteuning, workflow, webapplicaties) te bouwen. Het is de kunst om de juiste tool te zoeken, maar vooral ook om hem selectief en adequaat toe te passen bij de bouw van applicaties. Vergeet vooral ook niet het team – intern en extern, business en IT – en de processen die nodig zijn om de ambitieuze doelstellingen van veel organisaties rond software op de langere termijn te realiseren. Als deze drie aspecten van softwareontwikkeling – team, proces en tooling – de juiste aandacht krijgen, kan low-code een springplank zijn met blijvende impact op tempo en productiviteit van softwareontwikkeling in een aanzienlijk toepassingsgebied. Draait het alleen maar om snelheid en is alleen de business in de lead dan wordt low-code op zijn best een reddingsboei voor het standaard uitvoeren van maatwerk.

‘Waarschuwing’

Daarom is deze waarschuwing in lijn met de verzuchting van Blondie hier op zijn plaats. Als het bedrijfsbelang het vereist, zijn er checks en balances nodig rond het testen van bouwblokken en validatie van applicaties bij nieuwbouw en onderhoud. Vanuit een jarenlange ervaring met kwaliteits en kostenbeheersing van applicatiebeheer kijkt Metri met enige nuchterheid naar de productiviteitsclaims en snelheidswinst rond low-code. Wil je meer weten over het ‘good’, het ‘bad’ en het ‘ugly’ van softwareontwikkeling download dan het strategic report ‘Modernisering van softwareontwikkeling met low-code.

Impact digitalisering op het aanbesteden

2018 is het jaar dat digitalisering als trend voluit doorzet. Zowel aan de voorkant als initiatief vanuit de business als ook IT-afdelingen die flinke stappen in die richting zetten. Digitalisering begon een paar jaar terug allemaal vanuit de adoptie van trends als bijvoorbeeld Cloud First, Data Mining, Automation en IoT implementaties. Dit jaar zijn dit soort trends vanuit de business kant breed ingezet. Veel van de IT-leveranciers passen hun organisaties aan op deze vraag en kopen ontbrekende expertise en specifieke capabilities en domeinkennis rond thema’s als bijvoorbeeld customer experience, het digitaliseren van producten en diensten en data gedreven besluitvorming. Sourcing is uitgegroeid tot Strategic Sourcing: op continue basis de samenhang zoeken met de business doelen.

Het wordt de klant steeds duidelijker dat samenwerking noodzaak is, gezien de lappendeken aan benodigde expertises. Co-creatie, eco-systemen en wendbaarheid zijn de nieuwe toverwoorden. De klant heeft geen behoefte meer aan een ouderwetse end to end sourcing strategie maar aan een op business thema’s gerichte innovatie en strategie aanpak. Het karakter van de markt verandert hierdoor. De markt voor sourcing ontwikkelt zich goed, maar dat uit zich niet direct in grote deals. Eigenlijk zijn er dit jaar maar een paar echte grote deals die spelen in de markt. Dat zijn het Ministerie van Defensie en UWV.

Om echt het maximale uit de samenwerking met traditionele en nieuwe leveranciers te halen investeren klanten veel tijd en geld aan het opzetten van een regie organisatie die agile aansluit op de business behoeften. Die vraag wordt dynamisch vertaald naar beheersbare realisatie door de leveranciers. Langdurige strategische samenwerkingen met een paar kernleveranciers zijn daarin opvallende basiselementen. Zorgvuldig voorbereide contractverlengingen zijn aan de orde van de dag. Toetsing door een onafhankelijke partij van het te realiseren prijs- en kwaliteitsniveau hebben daarbij aan belang gewonnen.

Enkele specifieke trends:

Sourcen van applicatieontwikkeling

Bij contracten voor applicatieontwikkeling speelt de low-code trend een steeds grotere rol van betekenis. Een opmerkelijke bevestiging van de sterke opkomst van low-code is te zien in een marktuitvraag voor application-delivery-platform-as-a-service dienstverlening (aPaaS) door Surfmarket eerder dit jaar. Deze inkooporganisatie voor het hoger onderwijs (HBO en universiteiten) in Nederland sloot een mantelcontract met één leverancier, die de gestandaardiseerde softwareontwikkeling vanaf één PaaS-platform faciliteert voor alle organisaties die onder dit raamcontract vallen. Dat was niet de enige organisatie uit de publieke sector die met low-code aan de slag ging. De aanbestedingscasussen voor aPaaS van Prorail (Mendix) en gemeente Zaanstad (Bettyblocks) vielen ook op dit jaar.

Ruimte voor meer innovatie door low-code

Een aanzienlijk deel van de softwareleveranciers gebruikt low-codeplatformen als basis voor hun dienstverlening. IT-dienstverleners passen een bestaand onderhoudscontract aan en baseren de dienstverlening op een low-code platform om sneller te kunnen leveren en de onderhoudskosten naar beneden te krijgen. Met low-code verschuift de traditionele verhouding van 80% van het budget voor operationeel beheer van software versus 20% voor innovatie naar een verhouding van fifty-fifty. Door de lagere beheerkosten komt er meer geld vrij voor innovatie. Door de legacy bij een klant te transformeren, wordt onderhoud goedkoper en komt er meer ruimte voor innovatie zonder extra kosten voor de klant. Zo krijgt de populariteit van low-code platformen ook aan de aanbodzijde een impuls.

De adoptie door leveranciers gaat op dit moment hard. Atos heeft naast OutSystems ook een flinke poule consultants opgeleid om de low-code van Thinkwise te gebruiken. Mission critical Schuberg Philis, wil low-code als basis gebruiken om klanten te begeleiden in bredere digitale transformatie trajecten. Dit alles is te vinden in het strategic report over low code waar naast Thinkwise en Schuberg Philis ook Mendix, Outsystems en Cast Software aan mee hebben gewerkt.

Metri ziet de sterke opkomst van low-code softwareontwikkeling als een kans, maar tegelijkertijd ook als een risico. De wens vanuit de business om applicaties te bouwen is op een traditionele manier niet bij te benen. Low-codeplatformen helpen een business idee snel tot realisatie te brengen.

Risico’s

Maar hierin schuilt tegelijkertijd een risico. Als werknemers zonder formele IT-achtergrond applicaties op grote schaal gaan ontwikkelen of als er bedrijfskritische software met deze platformen gebouwd wordt, dan heb je waarborgen nodig rond kwaliteit en security. Best practices rond onderhoudbaarheid, performance of security kunnen uit beeld raken met alle gevolgen voor de kosten op de langere termijn. Ook bij low-code is daarom zicht op de kwaliteit nodig om de totale levensduurkosten beheersbaar te houden.

Meer dialoog

2018 is het jaar waarin het sourcen een nieuw gezicht leek te krijgen. De vorig jaar op rijksniveau begonnen trend van een dialoogfase in grote mantelcontracten dook dit jaar ook elders in de markt op. Zo ging Rijkswaterstaat met meerdere marktpartijen in overleg om de uitbesteding van netwerkdienstverlening voor te bereiden. Om optimaal aan te sluiten bij de trend van programmeerbare netwerken en een bijbehorende aanbestedingsstrategie kwam er een dialoog met meerdere marktpartijen over ontwikkelingen rond software defined networking. Deze dialoog leidde ertoe dat deze kavel in twee delen werd opgedeeld. Naast traditioneel operationeel beheer van het bestaande netwerk kwam er ook een kavel die tot doel had om het beheer van netwerkvoorzieningen tot in hoge mate te automatiseren.

Low-code: reddingsboei of springplank?

Veel organisaties omarmen low-code applicatieontwikkeling om software gedreven innovatie op de rit te krijgen. Vanuit zijn expertise rond applicatiebeheer en softwareontwikkeling plaatst CAST Software vraagtekens bij de recente hausse rond low-code. Is deze nieuwe vorm van maatwerk een reddingsboei of kan het ook echt een springplank zijn voor een nieuwe toekomst?

Elke onderneming denkt na over innovatie. Bij een antwoord op de vraag hoe men vooruit wil komen in de digitale wereld is software vroeg of laat een essentieel ingrediënt in het antwoord. Applicatieontwikkeling wordt door veel bedrijven gezien als de motor achter nieuwe bedrijfsmodellen en marktkansen. Hoe laat je dat werken als de applicatiestack voor een belangrijk deel bestaat uit legacysoftware? Bedrijfsapplicaties met een aanzienlijke levensduur ondersteunen nieuwe platformen en devices slecht heeft de praktijk geleerd. En vooral: waar zijn de programmeurs om deze plannen te realiseren?

Abstractielaag

Op dit moment hebben veel organisaties low-code omarmd om hun software gedreven toekomstplannen te realiseren. Of zij zijn van plan om dit te doen. Low-code is de benaming van een nieuwe generatie programmeerhulpmiddelen die tot op een hoog niveau de abstractielaag van modellen gebruiken om het proces van softwareontwikkeling te versnellen. Een tweede pluspunt is een platform aanpak waardoor de ontwikkeling, het testen en het live brengen van applicaties volledig gestroomlijnd is. Deze twee zaken verhogen de productiviteit van softwareontwikkeling. Van een plan tot een werkende applicatie kost met een low-codeplatform minder tijd en moeite is het idee.

Daarnaast zorgt deze modelgebaseerde aanpak ervoor dat werknemers met hooguit wat basis programmeerkennis het grootste deel van applicatieontwikkeling voor hun rekening kunnen nemen. Dat klinkt bedrijven in de huidige IT-arbeidsmarkt als muziek in de oren. Een nieuwe groep ‘citizen developers’ die model gedreven software kan ontwikkelen, lijkt de innovatieplannen een impuls te kunnen geven. “Mijn gevoel bij zulke low-code platforms is vrij conservatief”, vertelt Lev Lesokhin. Hij is binnen CAST Software verantwoordelijk voor de software intelligence-strategie en de wereldwijde productmarketing. Lesokhin zit daarnaast in het bestuur van het Consortium voor IT Software Quality en de TMMI Foundation, twee internationale comités die een hogere kwaliteit en efficiëntie van softwareontwikkeling nastreven.

Het zwaartepunt voor toepassing van low-codeplatformen is verschoven van mobiele apps en workflow achtige toepassingen naar het vervangen van legacy software. “Organisaties die low-code inzetten zullen snel vooruitgang boeken”, vervolgt Lesokhin. “Zodra je met deze tooling op grotere schaal functionaliteit uitwerkt, zul je zien dat het applicatiebeheer strategische aandacht nodig heeft. Portfoliobeheer is belangrijk als je een grotere verzameling applicaties opbouwt en wilt onderhouden.

Zo zul je met het modelgedreven werken in het low-codeplatform niet alle benodigde functionaliteit kunnen realiseren. Het low-codeplatform zal gaandeweg met steeds meer specifieke wijzigingen te maken krijgen die niet met de modelfunctionaliteit is uit te werken. Dit wordt gerealiseerd inklassieke handgeschreven softwarecode, wat onderdeel wordt van het applicatieportfolio. Hier moet je op een structurele manier mee omgaan om het beheersbaar te houden. En je moet zicht hebben op de kwaliteit van de code zoals deze door het low-code platform wordt gemaakt bij de automatische vertaling van model naar softwarecode. “Neem het niet voor waar aan dat de softwarecode zoals een low-codeplatform dat genereert van zichzelf veilig en efficiënt is”, verduidelijkt Lesokhin. “Als je een omvangrijke verzameling aan applicaties aan het bouwen bent, moet je daar wel zekerheid over hebben. Applicaties moeten veilig zijn en efficiënt gebruik maken van het onderliggende platform.”

Kwaliteit en veiligheid

Low-codeplatformen zijn erop gericht om snel functionaliteit te bouwen. Op de lange termijn kan de kwaliteit en de veiligheid van deze applicaties een issue worden. “Grotere organisaties moeten grip houden op de onderhoudbaarheid van de codebasis om de kosten van het applicatiebeheer tijdens de gehele levenscyclus van een applicatie binnen de perken te kunnen houden”, vervolgt Lesokhin. “Vanuit de ervaring van CAST zien we dat sommige codegeneratoren die ingezet worden bij business procesmanagement een kwaliteit code genereren die van problematische kwaliteit is. Als gebruikersorganisatie zul je de vinger aan de pols moeten houden bij essentiële kwaliteitsaspecten ook als je met low-code applicaties werkt.”

Doe je dat niet dan krijg je vroeg of laat de rekening gepresenteerd. Het toevoegen van nieuwe software wordt lastiger en de onderhoudskosten springen hierdoor omhoog. Er is een reële kans dat de flexibiliteit waarmee je snel applicaties kunt bouwen het beheer van deze applicatiestack op de langere termijn lastiger maakt. Organisaties moeten zich daarvan bewust zijn als zij in low-codeplatformen een middel zien om hun legacy te vervangen.
De reële voordelen van low-codeplatformen, zoals het faciliteren van ‘citizen developers’ die op eigen kracht applicaties samenstellen, zijn een aantrekkelijke optie voor bedrijven. Maar organisaties moeten zich tegelijkertijd realiseren dat deze vrijheid gepaard moet gaan met bepaalde verplichtingen om het applicatieportfolio beheersbaar te houden. “Doe je dat niet”, waarschuwt Lesokhin, “dan zal low-code op termijn op zijn best een reddingsboei blijken en niet de springplank naar een nieuwe toekomst die je voor ogen had.”

Transparantie essentieel

Een uitgebreide applicatiestack kan niet zonder monitoring van de kwaliteit. CAST Software is een bedrijf dat transparantie biedt in de productiviteit en structurele kwaliteit van software en de risico’s die hiermee gepaard gaan. De analyses gaan verder dan componentniveau door de architectuur en structurele complexiteit van applicatiesystemen te onderzoeken om gedetailleerd inzicht te krijgen in de manier waarop individuele componenten het hele systeem beïnvloeden. Bij zo’n analyse op systeemniveau komt vaak nog het nodige naar boven omdat reguliere softwaretesten zich vaak beperken tot een specifieke subset van een toepassing buiten een productieomgeving.

Low code wordt een blijvertje

Voor het zomerreces plaatsten we een oproep op LinkedIn om te horen hoe het verschijnsel low-code softwareontwikkeling in de markt ontvangen wordt. Uit de reacties werd duidelijk dat computer gestuurd programmeren als een belangrijk middel gezien wordt om ondanks de schaarste aan developers de business sneller van nieuwe applicaties te voorzien. De toegevoegde waarde zit hem vooral in de efficiënte samenwerking tussen business en IT die zo’n platform optimaal faciliteert.

Low code betekent dat de ontwikkelaar ontzorgd wordt. Een combinatie van processen tekenen, datamodellen opzetten en het systeem dat zelf de code voor de toepassingen uitwerkt, komt de productiviteit ten goede. Over de vraag of de machine beter programmeert dan de mens zijn de meningen verdeeld. De een vindt dat genormaliseerde systemen als low code platformen de kwaliteit ten goede komen. De ander stelt minder vertrouwen in softwarecode die uit een machine rolt. Blijft de complexiteit beheersbaar en is de geclaimde productiviteitswinst wel realistisch?

METRI Research werkt op dit moment in samenwerking met een aantal relevante marktpartijen een paper uit over deze nieuwe aanpak van applicatieontwikkeling, waarbij naast de werkwijze en nieuwe mogelijkheden ook aandacht is voor governance van een met een low-code opgebouwde applicatieomgeving. Wil je op de hoogte blijven over deze paper? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief.