‘The good, the bad’ en het ‘ugly’ van ‘citizen development’

‘The good, the bad’ en het ‘ugly’ van ‘citizen development’

Veel innovatieplannen draaien om software, maar ontwikkelaars zijn schaars. Dit verklaart de huidige populariteit van kant-en-klare SaaS-software en low- en no-code ontwikkelhulpmiddelen. Een nieuwe, grote doelgroep van werknemers, zonder formele programmeer opleiding, neemt op grote schaal dit gereedschap ter hand. Aan de hand van vier quotes uit de klassieke Western van Sergio Leone laat Metri zijn licht schijnen op deze trend.

‘Every gun makes its own tune’

Dat zegt ‘good guy’ Clint Eastwood, alias Blondie, op een gegeven moment als hij als premiejager zijn pistool weer eens in een duel leeggeschoten heeft. In de legendarische filmklassieker uit de jaren zestig draaide dat om het omleggen van je tegenstander. Bij low-code is dat een hulpmiddel voor het bouwen van software dat een grote doelgroep van ‘citizen developers’ in staat stelt om applicaties tot in hoge mate zelfstandig te creëren. Net als ieder pistool zijn specifieke pluspunten heeft, zo haalt low-code met zijn ‘drag & drop’-aanpak drempels weg als het leren van een lastige programmeertaal. Programmeer- en architectuurvoorschriften rond security zijn voor een belangrijk deel in te bakken in het ontwikkelproces. Daarnaast verkort een aan de omgeving gekoppeld applicatieplatform de lange aanlooptijd van applicaties verder.

Deze democratisering van softwareontwikkeling slaat aan, zo bleek begin november op het eerste Low-code No-code congres dat Heliview in Rotterdam organiseerde. Citizen developers spelen een grote rol in het automatiseren van alledaagse taken, maar ook bij de introductie van een nieuwe generatie webapplicaties die dienstverlening aan klanten, burgers en ketenpartners sterk verbetert, zo bleek uit de voorbeelden die op het podium de aandacht kregen. Gebruikersorganisaties als de gemeente Rotterdam en verzekeraars CZ en Univé gaven aan dat ze het pilotstadium inmiddels achter zich hebben gelaten. Versnelling van softwareontwikkeling verhoogt de wendbaarheid van organisaties zo vatte dagvoorzitter Bouwe Kopaal het samen. Dat maakt het tot een krachtig wapen in de wedloop rond innovatie vindt deze ‘citizen development’ evangelist.

‘There are two kinds of people in the world, those with guns and those that dig. You dig…’

Het kan geen kwaad om het initiatief naar je toe te trekken. Daarom bijt Blondie op een gegeven moment zijn tegenstander Tuco ‘the ugly’ toe dat hij het onderspit zal delven. Low- en no-code tooling stelt de business in staat om het initiatief van softwareontwikkeling naar zich toe te trekken. Die assertiviteit is geen nieuw fenomeen. Er zijn altijd al mensen op de werkvloer geweest die het heft in eigen hand namen door hun eigen oplossingen in elkaar te hacken. In de jaren negentig waren dat de Excel-wizards. Dat groeide begin dit decennium uit tot business process management tools. Met de huidige generatie low-code kunnen citizen developers in teamverband hun slagkracht vergroten. Van innovatiemanagers, tot product owners, zakelijke gebruikers en IT-professionals. Efficiënte samenwerking – bij wijze van spreken aan één virtuele tafel – versnelt het innovatieproces enorm.

Daar is veel vraag naar. Veel bedrijven snakken naar deze procesverbetering in softwareontwikkeling, gezien de omzetverwachtingen rond het low- en no-code fenomeen. De markt van low-code groeit van een mondiale omzet van 3,8 miljard dollar in 2017 naar 21,2 miljard over vijf jaar voorspelde onderzoeksbureau Forrester vorig jaar, vooral omdat het een brede trend is. De markt voor modelgebaseerde softwareontwikkeling is eigenlijk een brede lappendeken. Veel aandacht trekken de platform gebaseerde no-code systemen die nu opkomen in de kantlijn van grote SaaS-platformen. De Salesforce Lightning no-code tooling. Op het Heliview congres kondigde Jan Brouwer van Microsoft de komst aan van een aparte Power Apps cloudvoorziening aan. Voor gebruik van zo’n no-code-voorziening in een SaaS-platform is wel een premium abonnement per gebruiker nodig. Salesforce en Microsoft vergroten daarmee op de lange termijn hun licentie-inkomsten aanzienlijk. Daarom is deze vraag zeker op zijn plaats: wie heeft hier uiteindelijk de ‘gun’ in handen?

‘If you work for a living, why do you kill yourself working?

De dynamiek van low-code vanuit de business heeft ook een schaduwzijde waar te weinig aandacht voor is. In de film is het mr Tuco ‘the ugly’ die Blondie vraagt waarom hij het gevaarlijke beroep van premiejager heeft gekozen. Je bent op pad om te moorden maar loopt tenslotte ook het risico om gedood te worden. En dat is een rake typering van de nieuwe balans die ontstaat tussen de business en IT op het moment dat low-code als belangrijke voorziening wordt neergezet voor softwareontwikkeling. De belevingswereld van de business en programmeurs rond low-code tooling loopt even ver uit elkaar als die van vrouwen en mannen. De Britse auteur John Gray schreef een prachtig boek over de communicatieproblemen die kunnen ontstaan tussen de seksen als het ene geslacht van Venus komt en het andere van Mars.

De business is uitermate enthousiast over low-code en gaat ermee aan de haal omdat het een nieuw wondermiddel lijkt voor hun belangrijkste kwaal: het legacy spook. Met low-code kunnen zij zelf aan de slag en de plannen met software en de issues rond een overvolle backlog te lijf gaan. Programmeurs die low-code uitproberen of er op een andere manier mee te maken krijgen, zijn een stuk gereserveerder. Zij zien het als een tool die minder nieuw is dan het lijkt. De klik en sleep interface kenden zij tenslotte al van 4GL programmeertalen als Powerbuilder en Uniface. Zij zijn terecht kritisch over de claims rond productiviteit, maar tegelijkertijd ook gereserveerd omdat het hun positie als programmeur schijnbaar bedreigt. Die achterdocht is begrijpelijk. Als het coderen van software verworden is tot het drukken op een knopje, waarna het systeem automatisch de applicatiecode genereert, dan komt vroeg of laat discussie over de toegevoegde waarde van jouw beroep en rol als professional. Toch moeten ook programmeurs serieuze aandacht hebben voor de snelheidswinst die met low-code te halen is. Die liggen alleen meer bij optimalisatie van het team en de processen en minder bij de tooling. Waarom al die moeite doen om regels te coderen als de organisatie in zijn geheel beter af is met een andere werkwijze?

De existentiële crisis van programmeurs ten aanzien van low-code is dan ook onterecht. Dat is een les die de geschiedenis van software ons leert. Er zit een belangrijke kern van waarheid in de veel voorkomende achterdocht van programmeurs rond low-code. De draai die Tuco ’the ugly’ aan het beroep van premiejager wil geven, door Blondie te wijzen op de gevaren van zijn beroep is ook op het terrein van softwareontwikkeling relevant. Naarmate een applicatieomgeving langer meegaat en meer software herbergt, neemt de complexiteit toe. Bij low-code is dat niet anders. Als er in de levenscyclus te weinig aandacht is voor kwaliteitsbewaking van het applicatiebouwen dan betalen organisaties daar vroeg of laat de rekening voor. Dat is een belangrijke les die ‘citizen developers’ van Mars en programmeurs van Venus van elkaar kunnen leren.

‘I’ve never seen so many men wasted so badly.’

Die verzuchting slaakt Blondie als op het einde van de film de kruitdampen boven het strijdveld uitgestegen zijn. Zijn tegenstanders liggen neergemaaid tegenover hem. Eenzelfde slagveld zal over enkele jaren te zien zijn als beheer en governance van software in low-code omgevingen onvoldoende aandacht krijgen. Hoewel, over enkele jaren? Op de beursvloer van het Heliview No-code low-code congres liep ik een oude bekende tegen het lijf. Het was een architect die bij een overheidsorganisatie de taak had om de beschikbaarheid, betrouwbaarheid en security van de grote hoeveelheid applicaties die met een bekende smaak van het low-code platform gebouwd waren te garanderen. Het lastige versiebeheer van softwarebouwstenen en de niet transparante complexiteit die in applicaties geslopen was met de jaren, bezorgde hem veel kopzorgen. Het haalde voor zijn organisatie de snelheid uit softwareontwikkeling. Hoe heette dat daarnet ook alweer? Het legacyspook?

Low-code staat tegenwoordig te boek als het Zwitsers zakmes van softwareontwikkeling, niet in het minst door de ronkende marketing machine van technologiebedrijven. Dat is het niet. Low-code programmeerhulpmiddelen vallen in een breed spectrum van model gedreven softwareontwikkeling. Deze tooling herbergt tal van voorzieningen om sneller dan gebruikelijk applicaties in een specifiek domein (mobile, procesondersteuning, workflow, webapplicaties) te bouwen. Het is de kunst om de juiste tool te zoeken, maar vooral ook om hem selectief en adequaat toe te passen bij de bouw van applicaties. Vergeet vooral ook niet het team – intern en extern, business en IT – en de processen die nodig zijn om de ambitieuze doelstellingen van veel organisaties rond software op de langere termijn te realiseren. Als deze drie aspecten van softwareontwikkeling – team, proces en tooling – de juiste aandacht krijgen, kan low-code een springplank zijn met blijvende impact op tempo en productiviteit van softwareontwikkeling in een aanzienlijk toepassingsgebied. Draait het alleen maar om snelheid en is alleen de business in de lead dan wordt low-code op zijn best een reddingsboei voor het standaard uitvoeren van maatwerk.

‘Waarschuwing’

Daarom is deze waarschuwing in lijn met de verzuchting van Blondie hier op zijn plaats. Als het bedrijfsbelang het vereist, zijn er checks en balances nodig rond het testen van bouwblokken en validatie van applicaties bij nieuwbouw en onderhoud. Vanuit een jarenlange ervaring met kwaliteits en kostenbeheersing van applicatiebeheer kijkt Metri met enige nuchterheid naar de productiviteitsclaims en snelheidswinst rond low-code. Wil je meer weten over het ‘good’, het ‘bad’ en het ‘ugly’ van softwareontwikkeling download dan het strategic report ‘Modernisering van softwareontwikkeling met low-code.

AI in NL: is het glas halfvol of halfleeg?

METRI

Het Nederlandse bedrijfsleven lobbyde al een tijd voor een beter beleid rond Artificiële Intelligentie. Begin oktober is een heus nationaal, strategisch actieplan AI aangekondigd. Overheid en bedrijfsleven investeren elk flink in onderzoek en onderwijs om maatschappelijk relevante toepassingen van AI te ontwikkelen. Daarnaast moeten kennis en vaardigheden rond AI breder verspreid raken in de economie. Vooral dat laatste is relevant om het glas weer halfvol te maken.

Wereldtoneel

Niets ten nadele van deze schoonheidswedstrijd, maar de macro economische rapportcijfers van Nederland op het gebied van IT zijn niet al te best. Wat betreft mondiale IT-dienstverlening is Nederland flink gezakt, blijkt uit recente cijfers van het CBS. In 2014 had Nederland nog een marktaandeel van 7,1 procent. Drie jaar later is dat teruggezakt tot 4,8 procent. Daar handelt Nederland nog steeds niet naar. Niet alleen Nederland is laat wakker geschud. Werd in 2013 nog maar 1% van de mondiale investeringen in AI in de EU gedaan, vier jaar later zat dat al op 8%. Het grootste deel van deze investering heeft plaats gevonden in drie landen: Engeland (55%), Duitsland (14%) en Frankrijk (13%).

AI lab

Werk aan de winkel en aanzienlijke langetermijninvesteringen voor fundamenteel onderzoek en ontwikkeling om de economie structureel te verbeteren, zou je denken. Niet alleen omdat AI een beeldbepalende trend in de IT is, maar vooral ook een trend die de economie ingrijpend zal veranderen. Niks geen miljarden investering in fundamenteel onderzoek in het actieplan. In plaats daarvan komt er een publieke private aanpak. Tegenover iedere euro overheidsgeld moet ook het bedrijfsleven een euro inleggen. Een flink aantal Nederlandse universiteiten wordt aan een AI-lab voor toegepast onderzoek geholpen. In totaal worden er 25 nieuwe hoogleraren aangesteld. Nederlandse wetenschappers worden voor onderzoeksgeld vooral doorverwezen naar Europese subsidiepotten.

In de pers is het aangekondigde AI-beleid ook wel omschreven als ‘een afwachtplan voor AI dat niet verder komt dan het oppoetsen van de status quo’. Dat is jammer, want Nederland heeft altijd een pioniersrol gehad op dit gebied. Hoe het dan moet? De vermaarde Amerikaanse MIT universiteit stak kort geleden een miljard dollar in een nieuw topinstituut voor AI. In totaal werken er in de VS ruim 15.000 Amerikaanse onderzoekers aan kunstmatige intelligentie – versus 687 in Nederland – blijkt uit de Global AI Talent Pool Report 2019 van de Canadese ondernemer Jean-Francois Gagné. Uit ditzelfde onderzoek blijkt dat Nederland op dit moment een netto exporteur van AI-kennis is geworden: 44% van het AI-talent vertrekt naar het buitenland, terwijl er 35% binnenkomt.

Vestigingsbeleid

Het Nederlandse bedrijfsleven heeft er alle belang bij dat deze trend omgebogen wordt. Het zoekt daarvoor de samenwerking. KLM, Philips, ING en Ahold gaan structureel samenwerken om het vestigingsklimaat in Nederland op het gebied van AI te verbeteren. Naast de aanstelling van hoogleraren gaan Nederlandse organisaties AI competities organiseren en de bestaande Nationale AI-cursus breed verspreiden, ook Engelstalig. Het tekort aan AI-talent wordt verder tegengegaan door de Nederlandse beroepsbevolking bij- en om te scholen. In deze subsidieronde worden het mkb en de sectoren landbouw, horeca en recreatie niet overgeslagen. Deze samenwerking en stimulering van kennisontwikkeling in het beleid zijn positief te noemen. Het glas blijft echter halfleeg omdat het kabinet geen spierballen toont door het investeren van miljarden in fundamenteel onderzoek.

Context

Ondertussen blijft de adoptie van AI in Nederland achter, vooral door alledaagse besognes. Verantwoordelijke IT-managers zitten met hun handen in het haar hoe zij vragen uit de business over kunstmatige intelligentie goed kunnen faciliteren. Neem alleen al het vraagstuk rondom hybrid cloud. Een goede werking van AI vraagt aanwezigheid van deze technologie op alle platforms waar de data en applicaties in gebruik zijn. Het vaak ingewikkelde applicatielandschap en de grote verscheidenheid aan cloudomgevingen staan daarbij vaak in de weg.

METRI komt deze werkelijkheid regelmatig tegen bij de analyses van IT-omgevingen die het uitvoert. Een pragmatische feitenanalyse, opgebouwd uit financiële informatie, een kwaliteits- en risicoanalyse en een IT maturity scan, is de basis voor een adequaat oordeel over het vertrekpunt voor innovatie. METRI heeft de whitepaper ‘De renaissance van AI‘ uitgebracht om mensen, die het technologiebeleid van organisaties vormgeven, uit te leggen waar de hausse rond AI vandaan komt. Deze context biedt een solide basis om zin en onzin van elkaar te scheiden en vast te stellen voor welke keuzes een organisatie staat als het aan de slag wil met AI.

Snel en groot naar de cloud

Agile Teams

Organisaties die clouddiensten als SaaS via het publieke internet benaderen, lopen regelmatig tegen middelmatige netwerkprestaties aan. Zeker nu meer processen, medewerkers en klanten afhankelijk zijn van deze externe cloudomgevingen is het zaak om hier verandering in te brengen. In de markt is een nieuw aanbod ontstaan rond direct connect verbindingen naar bekende cloudplatformen en cloud exchanges. Wat is het en wat hebben bedrijven eraan?

Het internet is snel, goedkoop en overvloedig beschikbaar. Veel bedrijven zetten deze netwerkinfrastructuur in bijvoorbeeld om cloudomgevingen te bereiken. Zo loopt naar schatting meer dan 90% van het netwerkverkeer naar SaaS-omgevingen via het publieke internet. Deze publieke netwerken hebben een aantal inherente beperkingen rond beschikbaarheid, bandbreedte en security. Om die reden investeren organisaties in directe verbindingen naar cloudomgevingen die zij op aanzienlijke schaal afnemen.

Claims

Dat zijn aan de ene kant direct connect verbindingen naar de cloudplatformen van AWS en Microsoft Azure met een capaciteit tot 100 Gbps. Deze verbindingen lopen niet via het openbare internet en bieden daardoor een hogere betrouwbaarheid, een consistentere netwerkervaring. Er zijn claims dat bedrijven ook goedkoper uit zijn met dit soort verbindingen. Of die kostenverlaging daadwerkelijk te realiseren is, hangt af van het gebruik van deze verbinding. Gebruikers betalen een vast maandtarief voor poortgebruik. Daarnaast brengt het cloudplatform geld in rekening voor het netwerkverkeer dat het platform verlaat. Inkomend verkeer kost niks.

Dan ben je er nog niet, want je hebt aan de andere kant ook nog een fysieke dataverbinding nodig die door een telecombedrijf of een serviceprovider geleverd wordt. Deze samengestelde dienstverlening, die bestaat uit een component in het cloudplatform zelf en deze fysieke verbinding kan op verschillende manieren tot stand komen. Het kan bijvoorbeeld ingevuld worden met een MPLS-VPN verbinding van een bestaande WAN-netwerkdienstverlener. Een andere mogelijkheid is om de verbinding met het cloudplatform tot stand te brengen door een aansluiting te nemen op een carrier neutraal datacenter.

Koppelingen

Dit soort datacenters hebben een bijzondere rol gekregen bij het ontsluiten van cloudplatformen en providers. Van oudsher boden zij onderdak aan een groot aantal providers met verschillende achtergronden die er belang bij hadden om elkaars netwerkverkeer uit te wisselen. Het koppelen van elkaars netwerken bood hen de mogelijkheid om het eigen netwerk kosteneffectief de beste prestaties voor klanten te laten leveren. Deze netwerkintegratie kan plaatsvinden via publieke internet exchanges of via directe koppelingen onderling. Deze open aanpak week destijds sterk af van de gangbare praktijk in de telecom en carrierwereld, waar men van oudsher juist met gesloten netwerken werkte.

Het zijn deze directe verbindingen die losstaan van internet die nu ook ingezet worden om de connectiviteit naar cloud te verbeteren. De gangbare manier is om op basis van colocatie dienstverlening een eigen serverrack in zo’n datacenter af te nemen en via de meet-me-ruimte connecties te leggen met andere providers, cloudplatformen en ketenpartners. Naast een directe dataverbinding vanuit het WAN kan zo’n colocatie voorziening ook een middel zijn om connecties met meerdere leveranciers van cloudservices op een standaard manier uit te voeren. Zo’n standaard integratie-oplossing kan een woud aan separate internetverbindingen naar cloud in één keer vervangen.

Cloud exchange

In deze seperate verbindingen naar cloud vindt op dit moment de nodige innovatie plaats. De glasvezelverbindingen tussen multi-tenant-datacenters en de datacenters van veel cloudplatformen zijn op dit moment al aangelegd. . Alle datacenters in de Amsterdam-regio en ver daarbuiten hebben al uitstekende verbindingen klaarliggen met andere datacenters ook in het buitenland. Met behulp van netwerkvirtualisatie zijn er onder on demand voorwaarden interconnecties tot stand te brengen met meerdere cloudplatformen en aangesloten serviceproviders.

Equinix is een voorbeeld van zo’n provider, die als huisbaas van één van de grootste internet exchanges ter wereld – de AMS-IX, een groot aantal netwerkleveranciers en cloud providers aan zijn platform gebonden heeft. Het bedrijf heeft het afgelopen jaar het doek gehaald van een cloud exchange die bedrijven as-a-service toegang biedt tot een groeiende verzameling cloudplatformen en diensten.

Deze cloud connectiviteit via flexibele hubs komt op dit moment breder op in de markt. Ook andere uitbaters van commerciële datacenters bieden deze vorm van cloud connectiviteit soms op basis van kant-en-klare oplossingen. Voorbeelden hiervan zijn het DC Spine initiatief van Eurofiber en de cloud exchange oplossing van Megaport. Afnemers kunnen via webportalen zelf aan de knoppen van deze dienstverlening draaien, zoals ze dat bij diverse andere vormen van cloud computing al gewend zijn. Deze elastische vorm van interconnectie maakt nieuwe use cases mogelijk zoals tijdelijke datamigraties en het vergroten van de bandbreedte tijdens het draaien van backups.

Meer informatie

In deze blog is naar voren gekomen wat de mogelijkheden van direct connect verbindingen en connectivity hubs zijn om de netwerkverbindingen naar cloud te verbeteren. In een vorige blog cloud connectiviteit bespraken we de mogelijkheden van netwerkvirtualisatie om het bedrijfsnetwerk geschikt te maken voor bredere toepassing van cloud. Daarvoor besteedden we in deze blog aandacht aan het huidige adoptietempo van cloud.

Is public cloud goed voor de uptime of niet?

De grootschalige overstap op public cloud en de bijkomende schaalvergroting van datacenters lijkt een positieve impact te hebben op de beschikbaarheid. In 2018 is het aantal meldingen van aanzienlijke IT-verstoringen gedaald, meldt het kennisinstituut voor datacenters The Uptime Institute. Wat betekent dit?

Even voor de duidelijkheid: als IT met koppen in de krant staat, is dat bijna altijd in een negatieve context. Ook in 2018 regende het berichten over incidenten waarbij bedrijfskritische systemen uitvielen. Van financiële systemen, urenlange uitval van alarmnummer 112, vliegtuigen die aan de grond moesten blijven doordat luchtverkeerssystemen het niet meer deden tot complete ziekenhuizen die tijdens piekuren terug moesten vallen op papier. Wanneer een voor het publiek beeldbepalende organisatie een serieuze uitval van systemen heeft, dan wordt hier snel melding van gemaakt.

Cijfers

Hoe zit het getalsmatig? Dat wijst juist op een flinke stijging. In 2017 waren er 57 meldingen van dit soort incidenten. Vorig jaar zijn dat er maar liefst 78 geweest meldde The Uptime Institute in het recent gepubliceerde rapport ‘Publicly reported outages 2018-2019’. Ga je af op publiciteit, dan zijn er juist meer meldingen van IT-incidenten geweest.

Het Uptime Institute heeft een grote achterban en stelt dat aangesloten datacenters hetzelfde aantal majeure incidenten meldt. Een derde (30,8%) van de ondervraagde IT-service en datacenter leveranciers heeft het afgelopen jaar een IT-downtime-incident of ernstige verslechtering van de dienstverlening ondervonden. Dat is een relevante constatering. The Uptime Institute certificeert datacenters aan de hand van hun maatregelen die zij getroffen hebben om de continuïteit van hun systemen te organiseren aan de hand van de zogenaamde ‘tiers’. Hoe meer tiers, des te meer dubbel uitgevoerde systemen er in het datacenter zijn.

Grotere impact

The Uptime Institute schrijft het grotere aantal meldingen van incidenten toe aan de impact ervan op het maatschappelijk leven. Omdat IT in bijna alle sectoren een niet te missen bijdrage levert aan processen, zijn de gevolgen van uitval simpelweg groter. Er is dus vooral sprake van verhoogde zichtbaarheid van uitval.

Doe je deur van datacenters open, dan is er technologisch gezien vooral sprake van verbetering. Bedrijfskritische systemen zijn de afgelopen twee decennia vele malen betrouwbaarder geworden. De doorbraak van het cloud leveringsmodel en public cloud heeft juist gezorgd voor een vergaande professionalisering van datacenters aan de ene kant en nieuwe oplossingen als beschikbaarheidszones die de uptime ten goede komen.

De afgelopen drie jaar is dan ook het volledig uitvallen van een datacenter – een zogenaamde categorie 5-verstoring – dan ook veel minder voorgekomen. Kleinere verstoringen komen juist meer voor. IT-incidenten worden niet meer primair veroorzaakt door een datacenter dat op zwart gaat. Als tweede oorzaak wordt het netwerk genoemd en pas als derde een onderbreking in de stroomvoorziening. Voorheen was deze laatste factor de belangrijkste oorzaak van uitval in datacenters.

Indirecte oorzaken

De nadelige effecten zijn er niet minder om. Applicaties en bijbehorende databases vallen weg, waardoor werknemers en consumenten geen toegang meer hebben. Falende technologie heeft altijd indirecte oorzaken, die bijna allemaal organisatorisch van aard zijn. Slecht opgeleid personeel, operationele processen die niet waterdicht zijn en verkeerde beslissingen in het beginstadium van een incident die gaandeweg de verstoring desastreus uitpakken worden ook als veel voorkomende oorzaken genoemd.

Dat zijn allemaal zaken die zich binnen het managementdomein bevinden. De volgende slag verbeteringen zijn evenzeer in de organisatie als in de technologie te vinden. Slecht management is een van de belangrijkste oorzaken van IT-verstoringen stelt The Uptime Institute, al zwakt het deze stellingname meteen af door de onderbouwing hiervoor anekdotisch te noemen.

Hoe krijgt IoT voet aan de grond?

Applicatie portfolio

De toepassing van data uit sensoren en slimme apparaten kent in Nederland een langzame start. Dat is opmerkelijk want nieuwe technologie wordt in ons land vaak genoeg gretig omarmd. Neem bijvoorbeeld de low-code trend. Ook met IoT kan het snel gaan, als je kijkt naar de aanpak van het smart city programma in Hilversum.

Nederland loopt internationaal achter op het gebied van IoT zo was kort geleden te lezen in de Computerweekly publicatie ‘Dutch IoT value still not understood’. Hoewel het aandeel van wereldwijde organisaties dat IoT in applicaties gebruikt de afgelopen vijf jaar is verdubbeld tot 29%, blijft Nederland steken op 13%. Deze cijfers zijn gebaseerd op een internationale enquête van Vodafone uit 2018 naar de wereldwijde adoptie van IoT. Interessanter dan dit getal is de verklaring die aan de lagere adoptie werd gegeven. Nederlandse organisaties zetten IoT voornamelijk in voor verbetering van de klantervaring, de verzameling van data en het verhogen van de productiviteit. Er is terughoudendheid om businessmodellen te verbeteren door de data uit slimme apparaten ook echt te gaan gebruiken in een nieuw verdienmodel bijvoorbeeld. Die lage ambitie houdt je tegen.

Tenen

Tot nu toe staken Nederlandse organisaties vooral hun tenen in het water. Bedrijven experimenteren met IoT-technologie om te kijken hoe deze innovatie de efficiëntie en winstgevendheid zou kunnen verhogen. Neem een Rijkswaterstaat die begin vorig jaar meldde dat het tien sluizen aan een sensornetwerk had gekoppeld om deze kunstwerken real-time te kunnen monitoren. Veel organisaties zijn niet verder gekomen dan de pilotfase, omdat ze in hun eentje de businesscase niet rondkrijgen voor een grotere uitrol. Als sensortechnologie op grotere schaal aangezet moet worden, dan zijn er verschillende partijen in de waardeketen die de meerwaarde moeten zien en ervaren. In het gepolder dat vervolgens ontstaat, is het lastig om die innovatie echt tot stand te laten komen.

Zo niet in Hilversum. Aan het einde van de zomer meldde deze gemeente dat het een consortium geselecteerd had voor de realisatie van Smart City Hilversum. De toepassingen draaien om het publiek belang. Voorbeelden zijn een betere doorstroming van het verkeer door stoplichten sneller en beter te laten reageren op de omstandigheden. Hulpdiensten moeten hierdoor sneller op locatie kunnen komen of groepen fietsers krijgen een groene golf mee, zodat zij zich sneller door de stad kunnen verplaatsen. Om de veiligheid op straat te verbeteren, gaat de straatverlichting automatisch feller oplichten bij ongebruikelijke geluiden. Die lantaarnpalen spelen ook een rol bij het meten van luchtkwaliteit. Verder wordt er een Smart City Lab opgericht, waarin bewoners en ondernemers, jong en oud ideeën opperen en verkennen om zo bij te dragen aan de ontwikkeling van smart city-toepassingen.

Waarom dit keer wel?

Centraal in het smart city project staat niet de technologie maar het welzijn van inwoners en bezoekers van Hilversum. Hun leven moet prettiger en aangenamer worden. Dat is ook een belangrijke overweging geweest bij de selectie in deze tender. Dat was een lastige keuze, want er deden maar liefst vijftien consortia mee aan deze tender. De gemeente Hilversum In het winnende consortium zitten Atos, Dynniq, Esri, Sorama, ViNotion, Vodafone Ziggo en Sustainder. Dynniq, Sorama, ViNotion en Sustainder leveren de sensoren en hun toepassingen, die voor een belangrijk deel in lantaarnpalen en lichtmasten verwerkt zullen worden.

Het hart van het nieuwe en slimme Hilversum bestaat uit het Smart City Hubs platform van Esri, waar de informatie uit sensoren samenkomt en wordt verwerkt tot beslisinformatie. Atos vervult de rol van system integrator en VodafoneZiggo levert de netwerkdiensten. Door deze combinatie van gevestigde partijen en starters die samenwerken in een nieuw overkoepelend platform wordt de basis gelegd voor de inzet van nieuwe technologie en data. De richting die de gemeente Hilversum met dit initiatief zoekt draait om het publieke belang. Deze duurzame basis laat zien dat IoT de hype voorbij is. Het is tijd om initiatieven op te schalen.

Low-code: springplank of reddingsboei?

Dat Low Code No Code platformen enorm in de lift zitten is geen geheim. Veel organisatie maken gebruik van de platformen om innovaties en software snel in de markt te kunnen zetten en zien dit als de motor achter nieuwe bedrijfsmodellen en marktkansen. Toch horen we verschillende geluiden in de markt

Zijn low en no code platformen wel zo veilig?

Er kan om verschillende redenen gebruik gemaakt worden van een Low- of No Code platform. Het stelt bedrijven niet alleen in staat om snel nieuwe software applicaties en innovaties te introduceren om de snelle veranderingen in de markt bij te benen of zelfs voor te zijn. Het kan ook citizen developers, die niet de kennis genieten van een developer, in staat stellen om software ‘in elkaar te klikken’. Maar is deze nieuwe vorm van maatwerk dan een reddingsboei of kan het een springplank zijn voor een nieuwe toekomst? Veel Low- & No Code platformen zijn gericht op het snel bouwen van functionaliteiten, waardoor de kwaliteit of de veiligheid wellicht in het gedrang kan komen. Het is daarom van essentieel belang om continu vinger aan de pols te houden of kwaliteitsaspecten een gevaar kunnen vormen.

METRI deed onderzoek naar Low- & No Code oplossingen

METRI heeft hiervoor een uitgebreid onderzoek gedaan in samenwerking met een aantal bedrijven die hier ook een visie over hebben. Hierbij wordt niet alleen naar de voordelen gekeken van Low- & No Code oplossingen, maar worden er ook kritische vragen gesteld. De resultaten van het onderzoek vormen de basis voor de expertsessie die Sytse van der Schaaf, met ons zal delen op het Low Code No Code congres.

Het Low Code No Code Congres

Op woensdag 6 november vindt de eerste editie plaats van het Low Code No Code congres. Op deze dag komen de laatste trends en ontwikkelingen aan bod, komt u in contact met vakgenoten en delen diverse experts hun kennis. Schrijf u direct in en kom er op 6 november achter welke lessen het onderzoek van METRI voor u te bieden hebben.

Public cloud: de bakens verzetten?

Low Code METRI

Net zoals het nieuwe weertype Europa in juli een verzengende hittegolf bezorgde, zo is het mondiale klimaat in de technologie-industrie deze zomer flink omgeslagen. De vier grote Amerikaanse technologiebedrijven Alphabet (Google), Amazon, Apple en Facebook zijn lange tijd gezien als toonbeelden van economische innovatiekracht. De recent gestarte onderzoeken van Amerikaanse en Europese autoriteiten naar hun machtspositie kunnen resulteren in mega boetes, blokkades van mogelijke overnames en zelfs een opsplitsing of afstoten van activiteiten. Wat voor impact kan dit hebben op enterprise afnemers van public cloud?

Onder vuur

De vier techreuzen liggen onder vuur vanwege de massale verzameling van gebruikersgegevens. Overheden vinden dat zij verzaken in het controleren van de content op hun platformen. Dat beeld is verder doorgeschoven nu geluiden opduiken dat deze bedrijven de concurrentie schade toebrengen en daarmee consumenten in hun keuzevrijheid beperken. De EU-commissaris voor mededing zaken, Margrethe Vestager, startte begin juli een formeel onderzoek naar Amazon om te onderzoeken of het bedrijf verkoopgegevens gebruikt om een oneerlijk voordeel te behalen ten opzichte van kleinere verkopers op het Marketplace-platform. De afgelopen vijf jaren van haar ambtsperiode heeft zij bijna alle grote technologiebedrijven beboet, waaronder Google en Facebook. Als variant daarop dwong ze Apple om alsnog 15,4 miljard dollar aan belastingen terug te betalen.

Structurele ingrepen zijn vooral vanuit het thuisland, de VS, te verwachten. Iets verder in juli stuurde het Amerikaanse ministerie van Justitie een nog sterker signaal dat het bereid is om ingrijpende maatregelen tegen de grote vier te nemen. De antitrustafdeling van het Amerikaanse ministerie van Justitie (DOJ) gaat uitgebreid onderzoeken of de vier grote technologieplatforms te groot en machtig zijn geworden. Bedrijfsnamen zijn niet genoemd, maar dit soort DOJ-onderzoeken zijn in het verleden aanleiding geweest om bedrijven een kopje kleiner te maken.

Gevolgen

Uit het verleden weten we wat voor gevolgen handhaving van het mededingingsrecht kan hebben. In de jaren negentig probeerde Microsoft als dominante speler in de markt voor pc-besturingssystemen deze voorname positie over te zetten naar de destijds opkomende markt van de internetbrowser. Uiteindelijk was het een lagere Amerikaanse rechter van de federale overheid die Microsoft de voet dwars zette. Deze rechtszaak tegen Microsoft heeft op zijn beurt de weg gebaand voor de opkomst en markt doorbraak van Google en Facebook.

Politieke druk is er genoeg. De Amerikaanse president Donald Trump, beschuldigt de vier bedrijven er openlijk van dat zij conservatieve content op internet zoveel mogelijk het zwijgen proberen op te leggen. Ook aan de andere kant van het politieke spectrum lijkt de stemming omgeslagen. De Democratische senator van Massachusetts, Elizabeth Warren, neemt de grote vier op de korrel. Ingrijpende maatregelen heeft ze tot één van de belangrijkste punten in haar kandidaatstelling voor de presidentsverkiezingen van 2020 gebombardeerd. ‘Here’s how we can break up Big Tech’ slingerde ze dit voorjaar via Medium de wereld in. Aangevuld met een grote mediacampagne met verkiezingsbillboards door het land.

Riante positie

Is die greep op de economie werkelijk zo groot? De grote vier hebben een enorme invloed op het digitale leven van miljarden consumenten. In zijn thuismarkt verloopt ruim de helft van alle e-commerce via Amazon. Meer dan 70% van al het internetverkeer gaat via sites die eigendom zijn van of beheerd worden door Google of Facebook. Bij de grote vier werken in het totaal een kleine miljoen mensen, terwijl hun beurswaarde ruim 3 biljoen dollar bedraagt. Dat is net iets minder dan het bruto nationaal product van Duitsland, het grootste EU-land met ruim 82 miljoen inwoners. De kengetallen en de impact op de economie is ook om een andere reden vele malen groter. Bij Facebook werken 39 duizend werknemers, terwijl het bedrijf een marktwaarde heeft van 529 miljard dollar. Het Amerikaanse merkicoon Disney is minder dan de helft waard, maar heeft wel 185 duizend mensen in dienst.

De consument profiteert niet langer van de zegeningen die zoeken via Google, vrienden en kennissen digitaal volgen, winkelen bij Amazon en betalen met de iPhone de wereld gebracht hebben. Ook bij consumenten slaat de balans in het rood. Deze vier bedrijven hebben zich zo in het dagelijks leven van miljarden consumenten kunnen nestelen dat ze bijna niet meer te vermijden of te boycotten zijn. Inmiddels wenden de vier hun marktpositie, hun algoritmes en hun immense infiltratie in het dagelijks leven aan om de concurrentie op achterstand te zetten. De voordelen wegen niet langer op tegen de nadelen. Deze bedrijven zijn uitgegroeid tot exponenten van ongebreideld Amerikaans kapitalisme. Ingrijpen lijkt de enige juiste maatregel.

Miljonair

We kennen allemaal Google’s slogan nog: don’t be evil. Maar een te grote macht corrumpeert. Zeker in een maatschappij als de Amerikaanse die doordrenkt is van de verheerlijking van geld, stelde de Amerikaanse professor in business administration Scott Galloway in zijn boek ‘The big four’ van eind 2017. Ik las het met veel plezier tijdens mijn vakantie aan het Spaanse strand. Een quote als: “het was nog nooit zo gemakkelijk om miljardair te worden, maar nog nooit zo moeilijk om miljonair te worden”, geeft duidelijk aan wat hij van de bestaande machtsconcentratie vindt.

Of wat te denken van dit citaat: “Jeff Bezos had meer invloed op de detailhandel dan de detailhandel invloed had op Jeff Bezos”. Deze Galloway was met zijn ideeën het huidige sentiment een jaar voor. Dat kwam zeker door zijn eigen ervaring. Een van de bedrijven die hij heeft opgericht kwam bij de uitbouw van de e-commerce activiteiten Amazon op zijn pad tegen en is inmiddels verkocht aan Gartner.

Public cloud

Wat betekent deze verandering in het sentiment en de onderzoeken van Amerikaanse en Europese marktautoriteiten voor enterprise IT buyers? Public cloud is in veel organisaties uitgegroeid tot een belangrijk onderdeel van de strategische roadmap. Dat kan gaan om grote digitaliseringsprogramma’s waarin technologie van de vier speerpunt is in een nieuwe klantbenadering.

Ook bij de aanbodkant zijn twee van de grote vier platformen uitgegroeid tot de voornaamste spelers in de markt voor cloud computing. Inmiddels zijn Amazon-dochter AWS, Google en de Azure cloud van Microsoft uitgegroeid tot belangrijke platformen voor het aanbod van traditionele serviceproviders. Deze marktpartijen hebben inmiddels grote delen van hun dienstenaanbod op de public cloud gebaseerd. De markt vroeg er immers om.

Risico’s

Zal dat van blijvende duur zijn of worden er in het licht van nieuwe sentimenten en mogelijk overheidsingrijpen andere keuzes gemaakt? Eventuele ingrepen in de vier, gaat het aanbod van hun public clouddiensten op een aanzienlijke manier raken. De tijd zal het leren of de bakens verzet worden bij technologiekeuzes. Zeker is dat deze belangrijke, nieuwe risico overweging zijn invloed heeft op bij grote investeringen in public cloud.

Een retourtje cloud en snel graag!

Applicaties en data verhuizen op dit moment op grote schaal en in hoog tempo naar externe cloudomgevingen. Tegelijkertijd blijven in bijna iedere organisatie legacy-omgevingen in gebruik. Deze hybride aanpak stelt nieuwe eisen aan het ontwerp van het bedrijfsnetwerk en de opzet van het Wide Area Network (WAN). De opkomst van software defined netwerktechnologie (SDN) als SD-WAN biedt volop mogelijkheden om cloudomgevingen beter te ontsluiten.

Veel bedrijfsnetwerken brengen het dataverkeer samen in één of twee centrale datacenter locaties. Op deze plek bevindt zich de serverfarm waar een belangrijk deel van het applicatie portfolio draait, waar de databases en de securityvoorzieningen ondergebracht zijn. Dit centrale datacenter zorgde voor de beschikbaarheid van de ERP-software, spraakdiensten en unified communications, opslag van data, e-mail en centrale beveiligingsvoorzieningen als een grote firewall die via het WAN-netwerk ook hun werk doen op externe locaties. In zo’n situatie is vaak ook de internettoegang gecentraliseerd op deze hoofdsite om te waarborgen dat het verkeer aan de security principes van de organisatie voldoet.

Goede toegang tot internet heeft enorm aan belang gewonnen. Op dit moment worden bedrijfskritieke applicaties, klantgegevens en kritische workloads in hoog tempo overgebracht naar cloudomgevingen. Organisaties labelen deze verschuiving als digitale transformatie en modernisering van IT-systemen. In de praktijk lopen organisaties tegen tal van problemen aan. De opzet van het netwerk speelt een aanzienlijke rol. Uit een rondvraag van de Cloud Security Alliance blijkt dat latency issues in het netwerk een veel voorkomend probleem is bij datamigraties in de kantlijn van verhuizingen van het ERP naar de cloud. Omdat cloud per definitie gedeelde infrastructuur principe werkt hebben klantorganisaties geen controle over de doorvoer, latency en Quality of Service (QoS) voorzieningen die nodig zijn voor internet. Dat is onwenselijk als applicaties een aanzienlijke rol vervullen.

Andere aanpak netwerken

Als je kijkt naar de routering van dataverkeer, dan zijn er meerdere scenario’s mogelijk om het vergroten van het cloudgebruik stapsgewijs verder te brengen. Deze alternatieven hebben elk hun impact op het verkeer naar cloud.

Latency 41%
Limiet cloud provider op gebruik resources 39%
Datakwaliteit (afwijkende velden en validatie) 52%
Andere reden 19%
Figuur 1. Oorzaken voor issues bij omvangrijke datamigraties naar cloud. Bron: CSA.
Optie 1: Doorsluizen van het netwerkverkeer naar één plek om al het verkeer aan centraal opgelegde security policies en te ontsluiten naar veel gebruikte serviceproviders.

In het meest eenvoudige scenario wordt al het netwerkverkeer doorgesluisd naar een centraal datacenter. Hier kan het verkeer gecontroleerd en via aparte dataverbindingen doorgezet worden naar veel gebruikte cloudomgevingen. Dit scenario heeft als nadeel dat latency een issue wordt omdat het verkeer niet de meest efficiënte route volgt en het doorsluizen via centrale firewalls flessenhals effecten kan veroorzaken. De prestaties van applicaties en de gebruikerservaring kan eronder lijden. Daarnaast kunnen de kosten voor WAN-verkeer hoger uitvallen dan noodzakelijk.

Optie 2: Een deel van het verkeer gaat naar een centraal datacenter. Daarnaast wordt zoveel als mogelijk decentraal het verkeer direct naar internet doorgesluisd.

In dit scenario wordt internetverkeer vanaf elke locatie meteen doorgezet naar de cloudprovider. Dat kan via een gangbare internetverbinding gebeuren of via een VPN gebaseerde verbinding. Dit alternatief is beperkt schaalbaar vanwege kosten. Daarnaast zal security en routering een beheerlast met zich meebrengen. Dit is alleen een optie in een netwerk met een overzichtelijk aantal locaties.

Optie 3: Een met software aan te sturen bedrijfsnetwerk.

In dit scenario worden alle locaties, medewerkers en datacenters onderdeel van één groot logisch bedrijfsnetwerk door fysieke verbindingen en netwerk en security devices vanuit een centrale beheerapplicatie aan te sturen. In dit netwerk zijn ook aanvullende verbindingen met cloudproviders zo te integreren dat het verkeer op basis van centrale routering en beveiligingsregels de meest veilige en optimale route toegewezen krijgt. Zeker als een organisatie veel vestigingen heeft en ook mobiliteit van werknemers optimaal wil ondersteunen is dit een scenario dat meerwaarde biedt.

Snelle en veilige route

Het vergroten van cloudconsumptie en digitalisering is erbij gebaat om het verkeer daar waar het ontstaat via de snelste route en tegen aanvaardbare securityregels en zonder omwegen naar de desbetreffende cloudomgeving door te sturen. SDN faciliteert die controle op het netwerkverkeer vanaf een centrale plek. SDN is een concept dat het netwerk onderverdeelt in twee lagen. Dat is allereerst een logische beheerlaag die zich richt op de aansturing van het netwerkverkeer door instructies over te brengen naar onderliggende routers, switches en dataverbindingen. Deze laag van netwerkhardware en verbindingen heet de datalaag en zorgt voor het fysiek doorsturen en routeren van de datapakketten in een bedrijfsnetwerk.

Serviceproviders hebben daarnaast in hun nieuwste generatie netwerkdiensten ook op grote schaal software geïntroduceerd. Zij hebben voorzieningen als security, routering en werklastverdeling die voorheen via specifieke netwerkhardware op klantlocatie geleverd werden nu in software uitgebracht worden. Dit virtualiseren van netwerkfuncties heet Network Function Virtualization (NFV) en wordt ingezet om deze netwerkfunctionaliteit met een combinatie van gestandaardiseerde netwerkhardware en een SaaS-beheerapplicatie flexibeler en efficiënter uit kunnen leveren aan klanten. Deze convergentie op basis van virtualisatie heeft een decennium terug in het serverdomein tot grote standaardisatie, efficiënter gebruik van hardware en kostenverlaging geleid.

Meerdere verbindingen combineren

Op software gebaseerde WAN-dienstverlening maakt het mogelijk om dataverbindingen sneller uit te leveren en bijkomende dienstverlening als bandbreedte te wijzigen. Het in de markt veel genoemde Software Defined WAN (SD-WAN) is in feite een concreet voorbeeld van dergelijke dienstverlening. Het is gebaseerd op een combinatie van SDN en NFV. SDN en NFV zijn algemene technologische concepten die serviceproviders inzetten om hun IT- en telecominfrastructuur en productieplatforms te kunnen programmeren. Het is geen aanduiding voor een verbindingssoort zoals Mpls of 4G, laat staan een specifieke servicecategorie voor bedrijven. Dat betekent dat DSL-breedband verbindingen, glasvezelaansluitingen en mobiele 4G verbindingen door en naast elkaar gebruikt kunnen worden.

Verlaging van kosten onderliggende dataverbindingen 13%
Flexibiliteit om bandbreedte on demand aan te passen 12.5%
Flexibiliteit om verschillende toegangstypen te gebruiken (breedband, MPLS, LTE) 12%
Selfserviceportal 11.9%
Sneller in gebruik nemen verbindingen 10.3%
Verminderen van complexiteit beheer WAN 9%
Optimalisatie van WAN-verkeer door kwaliteitsverlies tegen te gaan 8.8%
Prioritering netwerkcapaciteit op basis van applicatie of toepassing 8.2%
Optimalisatie netwerkverkeer op basis van centrale policies 7.8%
Afhankelijkheid MPLS-netwerk verkleinen 6.1%
Figuur 2. Prioriteiten rond de inzet van SD-WAN. Bron: T-Systems

Door het design, de topologie en onderliggende verbindingen softwarematig te beheren besparen zij op hun operationele kosten. Een ander voordeel valt bij klantorganisaties erg in de smaak. Het uitleveren of verzwaren van verbindingen en het veranderen van andere netwerkeigenschappen is voor een belangrijk deel een klik in software geworden.

Er zijn relatief veel grote ondernemingen met een groot aantal kleine locaties overgestapt naar SD WAN. Voor winkelbedrijven, banken en andere organisaties met veel locaties zetten het in om hun op MPLS-verbindingen gebaseerde te vervangen door internetverbindingen. De kosten gaan ermee omlaag en de complexiteit verminderd met name bij implementaties van kleinere vestigingen. Deze voorkeuren zie je terug in de prioriteiten die T-Systems inventariseerde bij een rondvraag onder gebruikers van SD-WAN in de VS (zie figuur 2). De allerbelangrijkste reden om over te stappen op een door software aangestuurd netwerk is kostenverlaging. Met SD-WAN is Mpls te vervangen door goedkopere internet gebaseerde verbindingen. Vergroten van de flexibiliteit en het sneller opleveren van verbindingen worden minder belangrijk gevonden.

Een andere belangrijke functie van SD-WAN gebaseerde netwerken is dat decentrale vestigingen op basis van algemeen geldende beveiligings- en routering policies verkeer rechtstreeks door kunnen sturen naar internet. Daarnaast heeft SD-WAN voorzieningen om verbindingen met cloudservices in gedachten (niettemin met belangrijke verschillen, zowel in termen van cloudservicepartners als technische realisaties). Bovendien kunnen met VNF’s extra netwerkfuncties als firewalling of optimalisatie van het applicatieverkeer via de centrale beheerapplicatie aan- of uitgezet worden. Deze plugin activeert daarmee extra functionaliteit in het gestandaardiseerde netwerkapparaat.

In deze blog hebben we laten zien op wat voor manier SDN gebaseerde software het bedrijfsnetwerk een stuk flexibeler maakt. Dat gebeurt met een combinatie van het ruim in de markt beschikbare SD-WAN en NFV. In de vorige blog over cloud connectiviteit ‘Is het netwerk klaar voor cloudverkeer en digitalisering?’ hebben we vastgesteld dat de standaardisatie op het cloudleveringsmodel een grote vlucht heeft genomen. In deze blog bespraken we de mogelijkheden van SDN om het bedrijfsnetwerk wendbaarder te maken en geschikt te maken voor bredere toepassing van cloud.

Meer informatie

In een volgende blog gaan we in op voorzieningen als cloud exchanges en transit gateways die een centrale toegang tot veel gebruikte cloudomgevingen kunnen bieden. Er zijn private verbindingen en andersoortige koppelpunten als cloud exchanges voor public cloud providers in de markt gekomen, die interessante mogelijkheden bieden om verbindingen met cloudplatforms te verbeteren.
METRI werkt op dit moment aan het strategic report ‘Interconnectie in een digitale economie’ over cloud connectivteit. In dit rapport gaan we in op nieuwe aansluitmogelijkheden op cloudvoorzieningen. Interconnectie versterkt de flexibiliteit van het netwerk en biedt extra capaciteit. Kijk voor meer informatie op deze landingspagina.

Cloud werkplek: meer voor dezelfde kosten

Complexiteit zo efficiënt mogelijk ondersteunen. Zo zou je de exercitie kunnen noemen die organisaties ondernemen om de eigen medewerkers op een efficiënte en veilige manier toegang te geven tot software en data. Over de jaren heen zijn de kosten voor de ICT werkplek ongeveer gelijk gebleven, blijkt uit de facts van METRI. Voor dat bedrag beschikken organisaties wel over veel meer flexibiliteit en een grote diversiteit aan werkplekken.

Van flexwerkplekken, informele en formele vergaderruimten, concentratie booths, belkamers tot ontspanningsplekken. En dan hebben we het nog niet gehad over het aantal devices en de applicaties die medewerkers gebruiken voor hun werk. Werkplekconcepten ondersteunen inmiddels een grote verzameling aan werkvormen. In toenemende mate zijn deze concepten gebaseerd op de grote public cloudplatformen van Microsoft, AWS en Google. Een voorbeeld daarvan is het Amazon WorkSpaces concept dat gebruikers een snel reagerende desktop naar keuze voorschotelt door de werkplekhardware in deze cloud te beheren, besturingssystemen en patches uit te rollen en virtuele werkplekvormen als VDI (Virtual Desktop Infrastructure) zo efficiënt mogelijk aan te bieden.

Keuzevrijheid

De keuzevrijheid wordt vergroot door de dienst Appstream van deze cloud provider die eindgebruikers toegang geeft tot gerichte enterprise applicaties door deze interface te streamen naar het gewenste apparaat. Zonder specifieke hardware of infrastructuur aan te schaffen, in te richten of te beheren kunnen bedrijven software naar een willekeurig aantal gebruikers streamen. Vanuit een browser krijgen werknemers de volledige desktopversie van deze software bedienen.

En dat is niet de enige cloudsmaak, die werkplekbeheer ondersteunt. Zo heeft Microsoft de dienst Autopilot geïntroduceerd in zijn Azure-cloud. Laptops van bepaalde merken worden al in de fabriek voorgeconfigureerd om met deze dienst samen te werken. Zodra een eindgebruiker de laptop thuis opent, wordt hij of zij via internet doorgestuurd naar de Autopilot dienst in Azure om de juiste configuraties en applicaties te installeren. Hardwareleverancier, beheerders en eindgebruikers komen op deze manier in een heel andere verhouding te staan, waarbij de Azure cloud als een centraal schakelpunt fungeert.

Figuur 1. Verloop in ICT kosten werkplek
Figuur 2. Factoren die werkplek goedkoper maken in procenten.

Over de periode 2010-2018 zijn de kosten voor een werkplek nagenoeg op hetzelfde niveau blijven liggen. In 2018 is een lichte daling te zien in de kosten voor de werkplek ten opzichte van 2017 met 0,3% (zie figuur 1). Belangrijke reden voor deze dalende trend is dat devices en software in toenemende mate vanuit de cloud beheerd worden. De populariteit van Office 365 is daar ook een voorbeeld van. Voor veel organisaties bestaat een eerste stap naar de cloud uit data-opslag, e-mail of office- en bedrijfsapplicaties op basis van een online Office 365 abonnement. Medewerkers hebben het hele etmaal vanaf elk apparaat en op elke locatie veilig toegang tot hun cloud desktop.

Eigen IT-infrastructuur die centrale werkplekvoorzieningen faciliteren zijn bij deze cloudaanpak niet meer nodig. Bij traditionele werkplekconcepten waren centrale en gedistribueerde diensten als het beheer van softwaredistributies, desktops, bestands- en mailomgevingen een voorname kostenpost. Daarnaast zorgden investeringen die nodig waren om een werkplek en de bijbehorende software goed te beheren, ervoor dat een organisatie enkele jaren vastzat aan dit werkplekconcept. METRI ziet in de kosten dat dit aspect van end user management de afgelopen jaren het meest gedaald is.

Het verlagen van de werkplekkosten door een cloudaanpak is vooral terug te zien in de daling van centrale en gedistribueerde diensten die bij traditionele werkplekconcepten een voorname kostenpost waren (zie figuur 2). Deze kostenfactor ging de afgelopen twee jaar met 5,4% omlaag. Ook de dalende trend van kosten voor telematica zetten verder door (-2,7%). Medewerkers zijn dagelijks steeds meer online en gebruiken applicaties ook op andere devices onderweg en thuis. Door de sterk gedaalde kosten van mobiel internet heeft dit bedrijven toch niet op hogere kosten gejaagd. Een combinatie van concurrentie en een enorme toename van de capaciteit door de komst van 3G- en inmiddels ook 4G-netwerken heeft ervoor gezorgd dat providers eenvoudig aan de groeiende vraag naar mobiel internet konden voldoen zonder dat dit ten koste ging van hun omzet en marge.

Daarnaast zijn de kosten voor telematica gedaald door het verdwijnen van de traditionele telefoonlijn en door vast-mobielintegratie. Door deze integratie zijn werknemers bereikbaar via één nummer op zowel een vaste telefoon op het bureau als de mobiele telefoon. Telefooncentrales worden in softwarevorm afgenomen, hetgeen de kosten voor telefonie verder drukt. Die trend zal waarschijnlijk de komende jaren doorzetten als online vormen van Unified Communications doorbreken. In deze toepassing worden meerdere communicatievormen gecombineerd in een app waaronder chat, e-mail, bellen en videovergaderen. Die app is vervolgens op de werkplek maar ook op andere devices te gebruiken.

Hogere kosten

Sommige aspecten van de werkplek zijn juist duurder geworden door het vercloudiseren van de werkplek (zie figuur 3). Zo ging het Management & Advies component wederom fors omhoog met 8% in een jaar tijd. Het afstemmen van klanten op gestandaardiseerde online werkplekconcepten brengt kosten met zich mee. Daarnaast zijn er meer investeringen in security en voor adequaat gebruik van cloudoplossingen zijn belangrijke oorzaken voor deze stijging. Ook de beheerkosten stegen licht met 1,3% voornamelijk doordat de post voor client software bij een cloudwerkplek geschoven wordt onder de kosten voor het beheer. Een andere kostenfactor die de afgelopen twee jaren steeg, was gebruikersondersteuning. De tarieven van servicedesk zijn gemiddeld gezien gestegen door een verhoging van de uurtarieven en de minieme daling van supporttickets. Ook het uurtarief voor on site support is gestegen, maar de kosten voor lokale ondersteuning gingen toch omlaag doordat dit minder voorkomt. De kosten voor training van eindgebruikers zijn gestegen met 2%.

Figuur 3. Factoren die werkplek duurder maken in procenten.

Flexibiliteit

Over de langere termijn valt te concluderen dat het beheer van werkplekken vanuit de public cloud niet tot lagere kosten voor werkplekken hebben geleid. Wel geeft deze aanpak organisaties veel meer flexibiliteit. Bij een cloudversie van een beheerde werkplek zijn dedicated voorinvesteringen niet meer nodig. Daardoor komt er veel meer aandacht vrij voor het realiseren van toegevoegde business waarde. We zien dat terug bij branche gerelateerde werkplekconcepten, waarbij dienstverleners door het gestandaardiseerde werkplekaanbod hun toegevoegde waarde bewijzen door hun klanten te helpen met verbeteringen in het applicatieportfolio.

Daarnaast biedt een gestandaardiseerde werkplek ook het voordeel dat er veel meer aandacht kan zijn voor diversiteit in organisaties. De kwaliteit van het werkplekaanbod is ook belangrijk geworden omdat de millenial generatie aan werknemers inmiddels in groten getale aanwezig is. Zij hebben hoge verwachtingen en stellen hoge eisen aan de werkplek. Verschillende doelgroepen in een organisatie krijgen een desktop aangeboden die optimaal is toegesneden op hun takenpakket. Organisaties krijgen meer mogelijkheden om verschillende types devices af te stemmen op verschillende persona’s in een organisatie. Dienstverleners gaan ook gemakkelijk in deze klantvraag. Doordat het werkplekbeheer uitgeserveerd kan worden vanuit een gedeelde cloudinfrastructuur hoeven zij minder toegewijde investeringen voor losse opdrachtgevers te doen.

Facilitaire kengetallen

METRI werkte dit jaar net als andere jaren mee aan de onafhankelijke facilitaire kengetallen, die NFC Index® Kantoren jaarlijks publiceert. Deze NFC Index® kantoren wordt verkregen door de mediaan van de kosten per vierkante meter van alle hoofdactiviteiten van de norm NEN-EN 15221 bij elkaar op te tellen. De kosten voor de werkplek uitgedrukt naar m2 verhuurbare vloeroppervlakte (vvo) worden verkregen door de gerealiseerde kosten voor Strategisch Facility Management, Gebouw & Infrastructuur, Mens en Organisatie, ICT en Horizontale functies bij elkaar op te tellen. De ICT kosten voor de werkplek zijn tussen 2017 en 2018 licht gestegen met 0,2% per m2 verhuurbare vloeroppervlakte. De NFC Index® KANTOREN, 2018 is gebaseerd op 120 gebouwen met een totaal oppervlakte van 2.009.170 m² vvo. Zie voor meer informatie de website van NFC index.

Data als kruit voor de aanval

Public cloud; bedrijven klein en groot hebben het ook aanvaard als standaard voor dataopslag en informatiemanagement. De vele mogelijkheden om strategische waarde uit data te halen, betere middelen voor gegevensbescherming en lagere kosten maken de public cloud tot een logische keuze. Het voorkomt dat organisaties verdrinken in een niet in kaart gebrachte, risicovolle zee van data met lage waarde. In plaats daarvan moeten zij dit kostbare kruit klaar maken voor de aanval.

Data en gegevensbeheer, afgenomen als een dienst vanuit een public cloud als die van AWS, is het volgende grote ding, voorspelde Stijn Christiaens, CTO van Collibra, op het hoofdpodium van de AWS Summit, die medio april 2019 plaatsvond in Amsterdam. Eigen implementaties van datalake toepassingen als Cloudera Mapheart en de IBM-versie van Hortonworks zijn verruild voor datalakes in de public clouds van AWS, Microsoft en Google. Cloud als leveringsvorm speelt sowieso een fundamentele rol in de digitaliseringsbeweging die veel organisaties op dit moment doormaken. Dat geldt zeker ook voor de strategische asset nummer 1: data.

Silo’s

Zover zijn veel bedrijven nog niet. In de meeste organisaties zit data op dit moment opgeslagen in verschillende silo’s of wordt niet centraal opgeslagen. Organisaties halen die schotten eruit en brengen hun informatie onder een grote opslagplaats in het middelpunt, vanuit een centraal beleid om capaciteit te besparen, maar vooral ook vanuit de overtuiging dat dit beleid essentieel is om deze data voor een ander doel te kunnen hergebruiken. Bewaar iedere snipper informatie, is het idee. Vroeg of laat wil je het hergebruiken in een proces om klanten beter te kunnen bedienen. Adequaat beheer van ongestructureerde data is dan een absolute vereiste. Doe je dat niet, dan zal deze informatieberg in zowel financiële als in technische zin tot een enorm pijnpunt uitgroeien.

Zwitserland

Collibra is een Belgisch softwarebedrijf dat zich gespecialiseerd heeft in het beheer van gegevensverzamelingen voor grote organisaties. Met de SaaS-oplossing van deze leverancier is de trek naar de public cloud die organisaties op dit moment ook met data ondernemen goed te ondersteunen, legt Christiaens later uit in een zijkamertje in de kantlijn van de drukbezochte AWS summit. “Collibra is altijd het Zwitserland geweest in de datawereld. Dat is een rol die leveranciers als Informatica en Oracle niet op zich hebben kunnen nemen, omdat zij hun eigen database technologie uitbaten. Nu public cloud doorbreekt ook bij datamanagement bevindt ons bedrijf zich op een ideaal uitgangspunt. Om met iedereen goed samen te kunnen werken moet je open en neutraal zijn. Dit zit ons in de genen. De software van Collibra ondersteunt drie smaken van data deployments: on premise, multi cloud en hybrid.”

Collibra komt in de markt dataopslag in de public cloud van AWS het meeste tegen. Daarna volgen Microsoft Azure en Google op gepaste afstand. De keuze voor public cloud is deels kosten gerelateerd. Eigen implementaties van datalake technologie zijn kosten intensief. Niet door de kosten voor de IT-infrastructuur als fysieke opslagmedia, maar meer door het onderhoud. Voor eigen data lake implementaties zijn netwerkenigineers nodig, alsook infrastructuur die betaald wordt, naar het aantal opslagnodes, dat zij beheren. In een public cloud valt deze kostenpost voor klantorganisaties weg en blijft betalen per byte en per seconde over. Maar ook in een cloudomgeving als die van AWS heb je specifieke kennis nodig om kosten te kunnen beheersen. Collibra zelf bijvoorbeeld bespaart 80% op de kosten door de juiste serverinstances in deze cloud te gebruiken en on demand te combineren met de goedkopere varianten reserved en spot instances. Het zijn vooral de vele mogelijkheden om strategische waarde uit de data te halen die AWS als platform interessant maken. De functionaliteit AWS Deepracer bijvoorbeeld maakt het mogelijk om trainingsmodellen voor Artificial Intelligence veel sneller in te kunnen zetten en te laten renderen in praktijksituaties.

Moeras

Bedrijven brengen data onder in een data lake, maar dat kan uitdraaien op een data swamp, ofwel moeras stelt Christiaens. Na 1 tot 2 jaar weten organisaties niet meer wat er in hun datalake zit. Die onwetendheid brengt risico’s met zich mee als je kijkt naar de AVG-regelgeving. Dit soort defensieve doelstellingen is een belangrijke use case voor het gegevensbeheer zoals de Collibra-software dat ondersteunt. Zo’n 10 jaar geleden was de financiële crisis een zegen voor het bedrijf. In navolging van deze crisis moesten financiële instellingen aan steeds strengere regels voldoen voor het beheer van hun data. Zo was ten alle tijde voldoende en gedetailleerd inzicht nodig in de eigen liquiditeit en solvabiliteit. Collibra is deze toepassing gaan faciliteren en deed dat zo succesvol dat het in datamanagement op dit moment concurreert met grote namen als IBM, SAS en SAP.

Een defensieve toepassing als het kunnen voldoen aan regelgeving hebben inmiddels plaatsgemaakt voor datastrategieën die organisaties vooruithelpen in de wereld. Nu hebben de ondersteuning van business drivers als het faciliteren van AI en cloud het bedrijf in tal van andere industrieën gebracht. Collibra heeft klanten als DNB, Proximus en Adobe, die hun gegevensbeheer op een hoger plan willen brengen omdat ze ervan overtuigd dat hun bedrijfsmodellen de digitale disruptie moeten overleven. “Voor een offensieve inzet van data moet je deze asset ook van haver tot gort kennen”, aldus Christiaens.

Assymetrisch

Collibra werkt met een asymmetrisch licentiemodel. Collibra werkt met een asymmetrisch licentiemodel voor authors aan de ene kant en consumenten aan de andere kant. In de SaaS-oplossing is metadata te beheren, zoals het eigenaarsprofiel van een record en een histogram van een data-element. Hiermee kunnen bedrijven op een geavanceerde en gedetailleerde manier naar hun data kijken. Allerlei data uit subprocessen zijn in een catalogus samen te brengen om waardevolle dataelementen te identificeren, die kunnen dienen om bedrijfsprocessen te verbeteren. Door zijn omvang en sterke groei werkt het bedrijf ook veel samen met partners. Alle vier grote accountantskantoren, Deloitte, E&Y, PWC en KPGM zetten Collibra in om hun klanten te kunnen adviseren over het verbeteren van hun datamanagement.

Ook deze ondersteuning van offensieve dat strategieën legt het bedrijf bepaald geen windeieren. Begin dit jaar haalde Collibra 100 miljoen dollar investeringskapitaal op bij CapitalG, een aan Google verbonden investeringsfonds. Het Belgische bedrijf treedt daarmee toe tot een exclusieve club van Europese technologie `unicorns`, bestaande uit bedrijven als Deliveroo, TransferWise, Adyen en Spotify. De nieuwe investering verhoogt de marktwaarde van het Brussels bedrijf tot boven de miljard dollar. Eerder had Collibra al 133 miljoen dollar aan investeringsgeld opgehaald. De nieuwe ronde is onder andere bedoeld om de mogelijkheden voor AI uit te bouwen en beheerhandelingen in de software verder te automatiseren.

Enterprises vol in public cloud

En weer is er een ballon doorgeprikt: de public cloud wordt alleen gebruikt door startups, grote ondernemingen steken alleen hun teen in het water met testomgevingen. 80% van de bedrijven met een beursnotering aan de AEX gebruikt AWS op een aanzienlijke manier, stelde Kamini Aisola, directeur Benelux op de in april gehouden Amazon Web Services Summit 2019. Dat PostNL daar één van is, was geen nieuws. Wel dat het post- en pakketbedrijf één van zijn kernapplicaties op de AWS cloud gaat baseren.

De toepassing van AWS bij PostNL is in een nieuwe fase beland. Dat liet Marcel Krom, CIO van PostNL weten op de AWS summit. “Deze public cloud is binnen ons bedrijf uitgegroeid van een cloud die voornamelijk infrastructuurdiensten levert naar wat je een functioneel ecosysteem zou kunnen noemen”, meldde Krom op het hoofdpodium. “Als pakketbezorger wil je de klant zo goed mogelijk informeren over het tijdstip van bezorging. Naarmate die bezorgtijden nauwkeuriger worden, moet je in de logistieke keten met meer data gaan werken. Door nieuwe software, die klanten informeert over de bezorgstatus van pakketten, op serverless applicatiecomponenten uit de AWS-cloud te baseren, verwacht PostNL een betere klantervaring te kunnen bieden. In combinatie met een volledig functioneel datalake creëert PostNL de mogelijkheid om deze omgeving sneller en beter te ontwikkelen.”

Beloofde tijdstip

Het bezorgen van een pakket op het beloofde tijdstip wordt als hoge kwaliteit dienstverlening aangemerkt. Pakketbedrijven moeten met heel veel data werken om hun klanten goed te informeren over een zo specifiek mogelijk bezorgmoment van een pakket. Een public cloudomgeving als die van AWS heeft voorzieningen om in twee weken tijd een compleet datalake voor opslag van data uit een productiesysteem te implementeren. Vanaf dat moment kun je Artifical Intelligence toepassen in de logistieke keten. Daar komt veel informatie bij kijken. De statistieken met informatie uit 4 duizend retail verkooppunten voor pakketten bijvoorbeeld. De pakketvolumes bij de verwerking en de bezorging zijn met algoritmes beter af te stemmen op het aanbod. Daarnaast kan accurate informatie het logistieke proces versterken. Op het moment dat een nieuwe bezorger in een wijk rondrijdt, wil je dat deze medewerker met dezelfde kennis kan werken als een collega die deze route goed kent. Met dit soort achtergrondinformatie bij de hand, wordt de kans dat consumenten in dit bezorggebied een goede klantervaring krijgen groter.

Mensen vormen de kern van innovatie en ze zijn gelukkiger als ze met AWS-technologie kunnen werken, stelde Krom. PostNL is van plan om voor de ontwikkeling van de nieuwe logistieke applicaties zelf weer softwareontwikkelaars in dienst te nemen. Deze insourcing van softwareontwikkeling is een opmerkelijke stap en moet ervoor zorgen dat technologie gebaseerde innovatie bij PostNL in een hogere versnelling komt. De stap naar de public cloud zelf is voor PostNL bepaald niet nieuw. Al in 2011 besloot het bedrijf alle IT-systemen naar de cloud te verhuizen. Die migratie heeft jaren in beslag genomen. Dit jaar gaat het laatste eigen datacenter pas dicht. De interactie met medewerkers en marketing en commercie verloopt via SaaS-software van Salesforce. HR en finance wordt ingevuld met een cloudversie van SAP-software.

Innovatie

PostNL was niet het enige bedrijf uit de logistiek, die de eigen innovatie voor een belangrijk deel op de cloud van AWS baseert. De van oorsprong Amerikaanse fabrikant van vrachtwagens en trailers Wabco gebruikt deze public cloud om de dienstverlening rond wagenparken op een hoger plan te brengen. Het bedrijf heeft een Internet of Things (IoT) -connectiviteitsoplossing ontwikkeld die real-time track & trace-functionaliteit combineert met diagnostische informatie over trailers. Klanten kunnen met deze oplossing de positie van trailers volgen en daarnaast ook de conditie van de lading in de gaten te houden. Het bouwen van de oplossing en het inzetten van deze vernieuwing bij klanten verloopt twee keer zo snel door het vanuit een public cloud te ontwikkelen.

Ook Hylke Sprangers, CTO van Talpa, ontbrak niet. Sprangers praatte zijn publiek bij over het vorig jaar met de Knvb geïntroduceerde VoetbalTV. Er zijn nu ruim 100 amateurclubs, die met volautomatische videocamera’s en een algoritme de bal herkennen. De camera’s zoomen op het juiste moment in op het veld, waardoor het spel goed te volgen is. De content wordt ontsloten via een sociale app. Daarnaast helpt VoetbalTV verenigingen de kwaliteit van het voetbal te vergroten doordat hun trainers in een analysetool beelden van wedstrijden kunnen evalueren. Talpa zet AI inmiddels ook in bij andere commerciële toepassingen. Een voorbeeld is de site VakantieVeilingen dat big data technologie inzet om een miljoenen publiek aan consumenten het gewenste product tegen de voor hen gewenste prijs aan te bieden.

Datamanagement

Datamanagement en analytics uit de public cloud wint aan populariteit. Een belangrijke, eerste grote stap van ondernemingen in de public cloud is het gebruik van database-as-a-service. De waarde van AWS is hierbij niet zozeer goedkope rekenkracht. Het is vooral verlaging van de onderhoudskosten, omdat eigen IT-infrastructuur niet meer beheerd hoeft te worden. De Aurora-dienst van AWS biedt ondernemingen de prestaties en betrouwbaarheid van een commercieel databaseproduct tegen een fractie van de kosten. Dus niet zozeer het uitsparen van dure databaselicenties als wel toegang tot een volledig beheerde tool trekt klanten aan. Volgens AWS-directeur Benelux Aisola is Amazon Aurora de snelst groeiende dienst in de geschiedenis van de provider.

Coolblue is één van de labels, die recent op deze databasedienstverlening is overgestapt. Maar ook als deze verbeteringen na een overstap gerealiseerd zijn, blijft het zaak om de kosten van cloudconsumptie in de gaten te houden. Op het congres liet een ervaren gebruikersorganisatie zien dat 80% op de kosten te besparen is door de juiste serverinstances in de AWS-cloud in te zetten. Door on demand capaciteit te combineren met de goedkopere varianten reserved en spot instances kon het bedrijf zijn rekening bij deze provider verregaand verlagen. Wil je meer weten over de mogelijkheden om strategische waarde uit data te halen, betere middelen voor gegevensbescherming en lagere kosten van datamanagement in de public cloud, lees dan het interview met Stijn Cristiaens, CTO van Collibra, dat binnenkort op de METRI website verschijnt.

Is het netwerk klaar voor cloudverkeer en digitalisering?

METRI

Het cloudgebruik heeft een omslagpunt bereikt. Versterkt door ambitieuze plannen voor digitalisering, kiezen organisaties ook in hun kerntoepassingen voor software en hardware-omgevingen die vanuit de cloud geleverd worden.

Figuur 1. Uitgaven aan SaaS in Nederland x miljoen euro
Bronnen: ABN Amro & Gartner

Deze ontwikkelingen stellen nieuwe eisen aan de opzet van het Wide Area Network en bijbehorende netwerkdienstverlening. Het is tijd voor een strategische vernieuwing van het bedrijfsnetwerk.

Standaardisatie op het cloudleveringsmodel is op dit moment het best waar te nemen bij software in huurvorm. Waar het gebruik van Software-as-a-Service-software (SaaS) in de beginjaren vaak onder de radar van IT bleef, is het inmiddels uitgegroeid tot de standaard leveringsvorm voor software. De overstap op SaaS verloopt drie keer harder dan de overstap op Platform-as-a-Service en twee keer zo hard als infrastructuurdiensten (Infrastructure-as-a-service) vanuit de cloud.

Die groei is aanzienlijk, omdat SaaS al veel in gebruik was. In een internationaal onderzoek van Bettercloud uit 2017 gaf driekwart van de organisaties aan dat binnen twee jaar 80% van het applicatieportfolio zal bestaan uit SaaS-software. Belangrijke voordelen van SaaS voor gebruikers zijn flexibiliteit, betalen naar gebruik en lagere kapitaalsinvesteringen. Cijfers over de adoptiegraad van SaaS in Nederland zijn niet voor handen, maar een indicatie voor groei is er wel. Naar schatting wordt er dit jaar in Nederland over de hele linie 1 miljard euro uitgegeven aan SaaS-diensten. Dat is een stijging van 20% ten opzichte van een jaar geleden.

Office 365

Van SaaS is lange tijd gezegd dat alleen specifieke, ondersteunende diensten van deze standaardoplossingen gebruik zouden kunnen maken. Daar is inmiddels verandering in gekomen. Voor het hele applicatieportolio zijn nu SaaS-varianten beschikbaar. In een recent onderzoek van Smart Profile onder Nederlandse organisaties zijn HR en CRM nog steeds belangrijke categorieën binnen SaaS, maar ook ERP en branche specifieke toepassingen zijn flink opgekomen. Kantoorsoftware is uitgegroeid tot de grootste categorie. Het gebruik van Office 365 is zo hard toegenomen dat het zelfs Microsoft heeft verbaasd. Het bedrijf liet enige tijd terug weten dat in 2019 twee derde van zijn Office-businessklanten met de SaaS-variant werkt. Die mijlpaal wordt een jaar eerder bereikt dan Microsoft oorspronkelijk verwacht had.

Ook in het domein van de legacy applicaties is de beweging naar cloud duidelijk ingezet. ERP-applicaties worden nog steeds voornamelijk op locatie gebruikt. Ook in dit domein is de groei van cloud varianten is onmiskenbaar. Uit het onderzoek ‘The impact of cloud on erp’ van de Cloud Security Alliance (CSA) blijkt dat ondervraagde organisaties die binnen een half jaar hun ERP-applicaties gaan vernieuwen, vaker kiezen voor cloud IaaS (55%), PaaS (55%) en SaaS (49%) dan voor een volledige on-premise versie (24%). Veel organisaties gebruiken of stappen over op hybride ERP-modellen waarbij meerdere implementatievormen gecombineerd worden. Tussenvarianten zijn veel gezien, waarbij IaaS en SaaS met on premise worden gecombineerd. SAP S/4HANA is een goed voorbeeld van een leverancier die bij vernieuwing van de software klantorganisaties stimuleert om cloud te gebruiken. Een meerderheid van 64 procent van SAP-gebruikers is op dit moment betrokken in een ERP-migratie naar de cloud blijkt uit het eerdergenoemde CSA-onderzoek.

Figuur 2. Software varianten die in SaaS-vorm afgenomen worden.
Bron: Smart Profile.

Datamigratie is vaak een bottleneck bij dit soort projecten, waarbij belangrijke delen van de oplossing op externe clouddiensten gebaseerd worden. Dat komt omdat de bestaande opzet van het Wide Area Network (WAN) kan het netwerkverkeer tussen het eigen datacenter en een extern gehoste SAP-cloudomgeving vaak niet goed aan. Het WAN is lang niet altijd klaar om de nieuwe verkeersstromen die grootschalige cloudomgevingen met zich meebrengen goed te faciliteren. Dat ligt niet alleen aan de capaciteit van de verbindingen zelf. Ook de opzet moet anders.

Figuur 3. Gebruik meerdere SaaS-providers verzwaart netwerkverkeer (in Gbps).
Bron: Equinix.

Het aantal SaaS-oplossingen, dat bedrijven gebruiken, neemt sterk toe. Dit heeft een flinke verzwaring van het netwerkverkeer tot gevolg, zoals te zien is in figuur 3. Bedrijven gebruiken op dit moment volgens het eerdergenoemde onderzoek van Bettercloud gemiddeld 16 SaaS-applicaties. Dat is een stijging van 33% ten opzichte van 2016. Achter al deze software zitten verschillende cloudomgevingen die elk op hun beurt weer ondergebracht zijn in een fysiek datacenter. Dit is niet transparant voor de eindgebruiker en deze hoeft het niet te beheren, maar er moet wel voor gezorgd worden dat gebruikers van deze software een goede gebruikerservaring hebben. Daarnaast moet het een verbinding zijn die aan de beveiligingsstandaarden van organisaties voldoet.

Op een hoger niveau

Er zijn extra maatregelen en investeringen nodig in het netwerk om deze beweging naar cloudomgevingen goed te faciliteren. Een verbinding naar één of een handvol SaaS-providers is nog goed te managen. Als standaard internetverbindingen niet meer voldoen, kunnen organisaties kiezen voor private, losse verbindingen naar public clouds. De Expressroute verbinding naar de Azure cloud zijn daar een goed voorbeeld van. En ook AWS, Google en andere cloud spelers hebben hier allemaal oplossingen voor. Maar in plaats van het oplossen van dit ene specifieke probleem is het nodig om voor een geïntegreerde oplossing te vinden. Toekomstige netwerkvoorzieningen zullen de flexibiliteit en prestaties moeten leveren die nodig zijn om een multicloud-portfolio te ondersteunen.

In een nieuwe strategie rond cloud connectiviteit zal interconnectie een belangrijke rol spelen. Interconnectie is het verbinden van twee of meer netwerken voor de wederzijdse uitwisseling van netwerkverkeer om de betrouwbaarheid en efficiëntie van het netwerk te vergroten. Deze mogelijkheid om een rechtstreekse verbinding te leggen met serviceproviders is van oudsher het domein van internetbedrijven. Nu het cloud leverings model dominant is geworden in de markt is het ook relevant voor zakelijke klanten. Door de opkomst van software defined netwerktechnologie is interconnectie op de markt gekomen in een vorm die het geschikt en toegankelijk maakt voor enterprise afnemers. Netwerkfuncties die voorheen in hardwarevorm geleverd werden zoals routering, loadbalancing en security zijn nu als een dienst af te nemen. Ook cloudexchanges die on demand toegang geven tot meerdere cloudomgevingen zijn daar een voorbeeld van.

Meer informatie

In een volgende blog gaan we kijken naar de mogelijkheden van software defined netwerktechnologie om het bedrijfsnetwerk wendbaarder te maken en klaar voor bredere toepassing van cloud. METRI werkt op dit moment aan het strategic report ‘Interconnectie in een digitale economie’ over cloud connectivteit. In dit rapport gaan we in op nieuwe aansluitmogelijkheden op cloudvoorzieningen. Interconnectie versterkt de flexibiliteit van het netwerk en biedt extra capaciteit. Kijk voor meer informatie op deze landingspagina.