Het goud van de normalisatie

IT normalisatie

De Olympische Spelen zijn weer voorbij. Heeft ‘Nederland’ het goed gedaan? Heeft het zijn record uit 2000 verbeterd – meer dan 25 medailles? Ja, ‘we’ hebben het verbeterd, in dat jaar won Nederland in totaal 25 medailles, waarvan 12 goud, 9 zilver en 4 brons. We waren achtste in de ranglijst, niet slecht voor zo’n klein landje. Dit jaar hebben Nederlandse sporters 36 medailles gewonnen en ja, we hebben het dus beter gedaan op aantallen.

Maar Nederlanders hebben dit jaar slechts 10 gouden medailles omgehangen gekregen: minder dan in 2000. Hier is geen officiële ranglijst voor, maar er is wel een klassement met de volgende regels: eerst telt het aantal gouden medailles, daarna zilver en dan brons. Niet het totale aantal, maar het aantal gouden medailles is leidend.

In de IT werkt dit niet heel anders. Een ranglijst met prijzen is niet gebaseerd op de laagste prijs. Een prijs is het resultaat van een aantal kenmerken en van marktvraag en -aanbod. Een prijs is vergelijkbaar met aantallen behaalde medailles – belangrijk maar niet allesbepalend – maar voor het klassement bepaalt de prijs op zich niet de positie in die ranglijst. Die wordt bepaald door meerdere factoren. Het normaliseren van een prijs is afhankelijk van functionele, soms technische, onderdelen. Elke klant heeft zijn eigen combinatie van IT-diensten en eigenschappen waardoor ieder IT-landschap praktisch uniek is.

Het normaliseren van de markt op de situatie bij de klant geeft een klassement dat per IT-landschap anders is. Normalisatie vindt plaats op dienstniveau en op verschillende factoren, vergelijkbaar met het aantal gouden, zilveren en bronzen medailles binnen een sport. Door normalisatie krijgen afnemer en leverancier een beeld hoe zij er voorstaan qua geleverde IT-dienst, gezien de situatie van de klant.

Zonder normalisatie zegt een ranglijst dus niet zoveel, deze kan onterecht de indruk geven dat je hoog of laag op de ranglijst staat. Nederland doet het voor een klein land heel goed maar om de competitie aan te willen gaan met China of de Verenigde Staten is niet reëel. De verschillen zijn in absolute zin te groot.

Normaliseren in de IT wordt gedaan per dienst, gebaseerd op factoren die prijs-sturend zijn. Voor Nederland op de Olympische Spelen zou het het aantal participerende sporters en sporten kunnen zijn.

Met normalisatie krijg je een andere ranglijst, gebaseerd op factoren die in Nederland spelen. In een benchmark doen we dat op eenzelfde manier. Hoe staat mijn IT ervoor? De marktwaarden zijn aangepast en genormaliseerd naar jouw situatie, en dat leidt tot een ranglijst waar je wat aan hebt.

Is het dan misschien tijd voor een officieel genormaliseerde Olympische ranglijst? Ik zou zeggen van niet. Laten we ons lekker laven aan die 36 medailles die onze sporters dit jaar omgehangen hebben gekregen!

Wil je meer weten?

Vul onderstaand formulier in om zelf een afspraak in te plannen voor een vrijblijvend gesprek. Kom je er niet uit? Bel ons dan op 020 655 1777.

Nieuwe tarieven? Neem ze niet voor kennisgeving aan!

Metri Benchmark

In de supermarkt weet je doorgaans vrij goed hoe het zit met de prijzen van producten die je regelmatig koopt: die staan immers goed zichtbaar op het schap. En als dat eens niet het geval is, ervaar je dat niet voor niets als hinderlijk. Sticker shock bij de kassa? Vervelend, maar dan laat je het product gewoon achter.

In de zakelijke markt gaat dat er wat anders aan toe. Hoe staat het eigenlijk met de contractprijzen van jouw leveranciers? De tarifering van zakelijke diensten en producten is vaak behoorlijk complex. En een service die je al jaren zonder na te denken afrekent kun je meestal niet zomaar afsluiten zonder gevolgen omdat de prijs je niet meer bevalt.

Prijzen worden aan het begin van een contract bepaald, gebaseerd op onder andere de investering die de leverancier moet doen, de betrokken licenties en het mensenwerk. De markt staat echter niet stil.

Klanten besteden hun IT niet alleen uit omdat het hun core-business niet is, maar ook omdat de kennis van innovatie bij leveranciers het grootst is. Deze zien in hun vakgebied de best mogelijke oplossingen voor hun klanten, daar ga ik tenminste even van uit.

Toch zijn contracten niet altijd op de huidige marktsituatie afgestemd. Gezien de opmars van (public) cloud computing is dit een gemis. Als klant hoor je een up-to-date IT-strategie te hebben. Daarmee kun je betere keuzes maken ten aanzien van de diensten die je afneemt en een contract kun je hierop laten inrichten. Zonder IT-strategie een contract afsluiten maakt de kans op stilstaan groter, waardoor je innovaties mist of zelfs gaat achterlopen in vergelijking met concurrerende bedrijven.

Leveranciers staan dus niet stil, maar veel contracten lijken achter de feiten aan te lopen. Want wat gebeurt er met de tarieven na verbeteringen van de dienstverlening? Innovatie stopt nooit en verbeterde tooling, snellere hardware of betere softwarelicenties hebben invloed op de marktprijzen. Deze dalen door een efficiëntere manier van werken bij leveranciers, of omdat je een oplossing kunt kiezen waarbij je minder betaalt voor vaak meer functionaliteit.

Hoe zit dat bij jouw leverancier? Heeft deze veranderingen in tarieven aangekondigd? Neem dit dan niet voor kennisgeving aan. Want wij hebben er een antwoord op. Het gaat er niet om de prijzen opnieuw te berekenen, maar om de leverancier te overreden een marktconforme prijs te hanteren. En dat betekent doorgaans: een lager tarief.

Bedenk wel dat prijzen op zich niet alles zeggen, het gaat om het totale pakket van een afgenomen dienst. Hoewel het onze aanpak is om vanuit de prijzen (bottum-up) tot een advies te komen, kijken we daarbij wel voorbij het prijspeil: we adviseren op het niveau van de dienstverlening.

Want elk contract is anders. Niet elk contract heeft immers dezelfde services of dezelfde configuratie. Metri beschikt over een component-based framework dat rekening houdt met contractdetails, zodat we de appels van jouw leverancier met de appels van de rest van de markt kunnen vergelijken.

Uitgaande van de tariefstelling en de kwaliteit van de dienstverlening, vergelijken we jouw contract met de markttarieven. Het inzicht wat we hiermee creëren, geeft jou en je leverancier aanknopingspunten om de dienstverlening te verbeteren tegen een marktconforme prijs.

Wil je meer weten?

Vul onderstaand formulier in om zelf een afspraak in te plannen voor een vrijblijvend gesprek. Kom je er niet uit? Bel ons dan op 020 655 1777.

Cloud werkplek: meer voor dezelfde kosten

Complexiteit zo efficiënt mogelijk ondersteunen. Zo zou je de exercitie kunnen noemen die organisaties ondernemen om de eigen medewerkers op een efficiënte en veilige manier toegang te geven tot software en data. Over de jaren heen zijn de kosten voor de ICT werkplek ongeveer gelijk gebleven, blijkt uit de facts van METRI. Voor dat bedrag beschikken organisaties wel over veel meer flexibiliteit en een grote diversiteit aan werkplekken.

Van flexwerkplekken, informele en formele vergaderruimten, concentratie booths, belkamers tot ontspanningsplekken. En dan hebben we het nog niet gehad over het aantal devices en de applicaties die medewerkers gebruiken voor hun werk. Werkplekconcepten ondersteunen inmiddels een grote verzameling aan werkvormen. In toenemende mate zijn deze concepten gebaseerd op de grote public cloudplatformen van Microsoft, AWS en Google. Een voorbeeld daarvan is het Amazon WorkSpaces concept dat gebruikers een snel reagerende desktop naar keuze voorschotelt door de werkplekhardware in deze cloud te beheren, besturingssystemen en patches uit te rollen en virtuele werkplekvormen als VDI (Virtual Desktop Infrastructure) zo efficiënt mogelijk aan te bieden.

Keuzevrijheid

De keuzevrijheid wordt vergroot door de dienst Appstream van deze cloud provider die eindgebruikers toegang geeft tot gerichte enterprise applicaties door deze interface te streamen naar het gewenste apparaat. Zonder specifieke hardware of infrastructuur aan te schaffen, in te richten of te beheren kunnen bedrijven software naar een willekeurig aantal gebruikers streamen. Vanuit een browser krijgen werknemers de volledige desktopversie van deze software bedienen.

En dat is niet de enige cloudsmaak, die werkplekbeheer ondersteunt. Zo heeft Microsoft de dienst Autopilot geïntroduceerd in zijn Azure-cloud. Laptops van bepaalde merken worden al in de fabriek voorgeconfigureerd om met deze dienst samen te werken. Zodra een eindgebruiker de laptop thuis opent, wordt hij of zij via internet doorgestuurd naar de Autopilot dienst in Azure om de juiste configuraties en applicaties te installeren. Hardwareleverancier, beheerders en eindgebruikers komen op deze manier in een heel andere verhouding te staan, waarbij de Azure cloud als een centraal schakelpunt fungeert.

Figuur 1. Verloop in ICT kosten werkplek
Figuur 2. Factoren die werkplek goedkoper maken in procenten.

Over de periode 2010-2018 zijn de kosten voor een werkplek nagenoeg op hetzelfde niveau blijven liggen. In 2018 is een lichte daling te zien in de kosten voor de werkplek ten opzichte van 2017 met 0,3% (zie figuur 1). Belangrijke reden voor deze dalende trend is dat devices en software in toenemende mate vanuit de cloud beheerd worden. De populariteit van Office 365 is daar ook een voorbeeld van. Voor veel organisaties bestaat een eerste stap naar de cloud uit data-opslag, e-mail of office- en bedrijfsapplicaties op basis van een online Office 365 abonnement. Medewerkers hebben het hele etmaal vanaf elk apparaat en op elke locatie veilig toegang tot hun cloud desktop.

Eigen IT-infrastructuur die centrale werkplekvoorzieningen faciliteren zijn bij deze cloudaanpak niet meer nodig. Bij traditionele werkplekconcepten waren centrale en gedistribueerde diensten als het beheer van softwaredistributies, desktops, bestands- en mailomgevingen een voorname kostenpost. Daarnaast zorgden investeringen die nodig waren om een werkplek en de bijbehorende software goed te beheren, ervoor dat een organisatie enkele jaren vastzat aan dit werkplekconcept. METRI ziet in de kosten dat dit aspect van end user management de afgelopen jaren het meest gedaald is.

Het verlagen van de werkplekkosten door een cloudaanpak is vooral terug te zien in de daling van centrale en gedistribueerde diensten die bij traditionele werkplekconcepten een voorname kostenpost waren (zie figuur 2). Deze kostenfactor ging de afgelopen twee jaar met 5,4% omlaag. Ook de dalende trend van kosten voor telematica zetten verder door (-2,7%). Medewerkers zijn dagelijks steeds meer online en gebruiken applicaties ook op andere devices onderweg en thuis. Door de sterk gedaalde kosten van mobiel internet heeft dit bedrijven toch niet op hogere kosten gejaagd. Een combinatie van concurrentie en een enorme toename van de capaciteit door de komst van 3G- en inmiddels ook 4G-netwerken heeft ervoor gezorgd dat providers eenvoudig aan de groeiende vraag naar mobiel internet konden voldoen zonder dat dit ten koste ging van hun omzet en marge.

Daarnaast zijn de kosten voor telematica gedaald door het verdwijnen van de traditionele telefoonlijn en door vast-mobielintegratie. Door deze integratie zijn werknemers bereikbaar via één nummer op zowel een vaste telefoon op het bureau als de mobiele telefoon. Telefooncentrales worden in softwarevorm afgenomen, hetgeen de kosten voor telefonie verder drukt. Die trend zal waarschijnlijk de komende jaren doorzetten als online vormen van Unified Communications doorbreken. In deze toepassing worden meerdere communicatievormen gecombineerd in een app waaronder chat, e-mail, bellen en videovergaderen. Die app is vervolgens op de werkplek maar ook op andere devices te gebruiken.

Hogere kosten

Sommige aspecten van de werkplek zijn juist duurder geworden door het vercloudiseren van de werkplek (zie figuur 3). Zo ging het Management & Advies component wederom fors omhoog met 8% in een jaar tijd. Het afstemmen van klanten op gestandaardiseerde online werkplekconcepten brengt kosten met zich mee. Daarnaast zijn er meer investeringen in security en voor adequaat gebruik van cloudoplossingen zijn belangrijke oorzaken voor deze stijging. Ook de beheerkosten stegen licht met 1,3% voornamelijk doordat de post voor client software bij een cloudwerkplek geschoven wordt onder de kosten voor het beheer. Een andere kostenfactor die de afgelopen twee jaren steeg, was gebruikersondersteuning. De tarieven van servicedesk zijn gemiddeld gezien gestegen door een verhoging van de uurtarieven en de minieme daling van supporttickets. Ook het uurtarief voor on site support is gestegen, maar de kosten voor lokale ondersteuning gingen toch omlaag doordat dit minder voorkomt. De kosten voor training van eindgebruikers zijn gestegen met 2%.

  • ICT mngt & Advies
  • Servicedesk
  • Werkplekbeheer
  • Training
Figuur 3. Factoren die werkplek duurder maken in procenten.

Flexibiliteit

Over de langere termijn valt te concluderen dat het beheer van werkplekken vanuit de public cloud niet tot lagere kosten voor werkplekken hebben geleid. Wel geeft deze aanpak organisaties veel meer flexibiliteit. Bij een cloudversie van een beheerde werkplek zijn dedicated voorinvesteringen niet meer nodig. Daardoor komt er veel meer aandacht vrij voor het realiseren van toegevoegde business waarde. We zien dat terug bij branche gerelateerde werkplekconcepten, waarbij dienstverleners door het gestandaardiseerde werkplekaanbod hun toegevoegde waarde bewijzen door hun klanten te helpen met verbeteringen in het applicatieportfolio.

Daarnaast biedt een gestandaardiseerde werkplek ook het voordeel dat er veel meer aandacht kan zijn voor diversiteit in organisaties. De kwaliteit van het werkplekaanbod is ook belangrijk geworden omdat de millenial generatie aan werknemers inmiddels in groten getale aanwezig is. Zij hebben hoge verwachtingen en stellen hoge eisen aan de werkplek. Verschillende doelgroepen in een organisatie krijgen een desktop aangeboden die optimaal is toegesneden op hun takenpakket. Organisaties krijgen meer mogelijkheden om verschillende types devices af te stemmen op verschillende persona’s in een organisatie. Dienstverleners gaan ook gemakkelijk in deze klantvraag. Doordat het werkplekbeheer uitgeserveerd kan worden vanuit een gedeelde cloudinfrastructuur hoeven zij minder toegewijde investeringen voor losse opdrachtgevers te doen.

Facilitaire kengetallen

METRI werkte dit jaar net als andere jaren mee aan de onafhankelijke facilitaire kengetallen, die NFC Index® Kantoren jaarlijks publiceert. Deze NFC Index® kantoren wordt verkregen door de mediaan van de kosten per vierkante meter van alle hoofdactiviteiten van de norm NEN-EN 15221 bij elkaar op te tellen. De kosten voor de werkplek uitgedrukt naar m2 verhuurbare vloeroppervlakte (vvo) worden verkregen door de gerealiseerde kosten voor Strategisch Facility Management, Gebouw & Infrastructuur, Mens en Organisatie, ICT en Horizontale functies bij elkaar op te tellen. De ICT kosten voor de werkplek zijn tussen 2017 en 2018 licht gestegen met 0,2% per m2 verhuurbare vloeroppervlakte. De NFC Index® KANTOREN, 2018 is gebaseerd op 120 gebouwen met een totaal oppervlakte van 2.009.170 m² vvo. Zie voor meer informatie de website van NFC index.

Haal je kop uit het zand!

De vraag naar IT-professionals is opnieuw tot een kookpunt gestegen. De tekorten op de IT-arbeidsmarkt zijn te vergelijken met die van tien jaar geleden, net voor de crisis. Sterker: het tekort wordt dit keer nog nijpender. Organisaties staan aan de vooravond van een ingrijpende vernieuwing van hun bedrijfsprocessen met technologie. Het is niet bepaald de tijd om als een struisvogel de kop in het zand te steken en de eigen organisatie met de zoveelste gelikte marketing- en imagocampagne te pimpen. Een pleidooi voor een fundamentele aanpak.

Voor de Nederlandse economie verwacht het Economisch Bureau van ING in 2018 opnieuw een groei van 2,9 procent. Weer is het hoogconjunctuur. De vraag naar IT-specialisten is dus opnieuw naar ongekende hoogtes gestuwd. Daar blijft het dit keer niet bij. De digitaliseringstrend is een belangrijke aanjager voor een toenemende vraag naar werknemers met specialistische IT-kennis. Veel organisaties vernieuwen hun bedrijfsprocessen door deze met software en cloudtechnologie digitaal te maken. Hierdoor is software steeds vaker onderdeel van producten en diensten van bedrijven. De IT-sector draait er weer op volle toeren door. Komend jaar gaat de sector met 4,5 procent groeien, ruim boven het gemiddelde van de hele economie.

Eind 2017 geeft een derde van de software en services bedrijven aan dat een tekort aan geschikt personeel een van de voornaamste groeibelemmeringen is geworden. En raad eens: bedrijven zoeken allemaal een IT-er met hetzelfde profiel. Werkgevers hebben een sterke voorkeur voor jongere werknemers met een paar jaar ervaring. Wat de jongere IT-professionals betreft, is er voor elke 26 vacatures een junior IT-professional beschikbaar, zo blijkt uit recent onderzoek van de Intelligence Group en recruitmentbureau Sterksen. Het tekort onder junioren is hiermee in korte tijd verdubbeld. Ook de vraag naar werknemers die in het midden van hun loopbaan zitten is toegenomen met 33 procent. Bij dit profiel is er voor elke 16 vacatures een werknemer beschikbaar.

Pijnpunten

Daarnaast worden de nadelige effecten van het tekort versterkt doordat de pijnpunten vooral in specifieke rollen en expertisegebieden zitten. Met name de vraag naar software, data-analyse en dienstverlening op het vlak van security groeien sterk. Ook de IT-industrie zelf ondergaat op dit moment een grote verandering doordat cloud als standaard leveringsmodel opgekomen is in de markt. De vraag naar traditioneel IT-beheer neemt af, terwijl organisaties schreeuwen om andere competenties als automatiseren van het beheer, Agile-softwareontwikkeling. Een juiste toepassing van cloudtechnologie heeft het gebruikelijke slepen met hardware naar de achtergrond gedrongen.

METRI ziet deze trends nadrukkelijk opduiken in de benchmarkdata over de inhuur van professionals. De inhuurtarieven van softwareontwikkelaars, businessanalisten, securityspecialisten, datascientists en database administrators hebben een flinke stijging laten zien. Andere rollen als technisch applicatiebeheerder en servicedeskmedewerker kenden juist een sterke daling in hun tarieven. Door de bank genomen gingen de tarieven flink omhoog door de toegenomen vraag. In opdracht van Fastflex zoomde METRI in op de tarieven voor werknemers die vanuit detachering of als zelfstandige ingehuurd werden. Gemiddeld stegen de tarieven met 4 procent ten opzichte van 2015 toen dit onderzoek ook uitgevoerd werd. De inhuur vanuit mantelcontracten waar grote organisaties vaak gebruik van maken steeg ook, zij het iets minder heftig met 2,4 procent.

Zeepbel

De inhuur van externen is meer dan ooit een schakel in de bemensing van de IT-functie. Dat is allereerst een mentaliteitskwestie. Ten tijde van de crisis was een relatief grote flexibele schil een probaat middel om de afnemende vraag naar IT-specialisten op te vangen. Dat effect ijlt nog steeds na, omdat bij de nodige organisaties de angst voor een nieuwe crisis nog steeds tussen de oren zit. Veel ondernemers lopen onterecht met het idee rond dat ieder moment opnieuw de zeepbel van de economie kan knappen. Dat maakt hen huiverig om personeel in vaste dienst te nemen en ervoor te zorgen dat hun kennis en competenties een forse update krijgen. Al is hier wel een duidelijke kentering in te zien. Zo besloot de grootafnemer van flexibele krachten, ASML, kortgeleden om meer werknemers in dienst te nemen.

Eenzelfde trend zien wij terug in het eerdergenoemde onderzoek voor Fastflex. Organisaties zijn zich bewust dat een te grote afhankelijkheid van externe krachten risico’s met zich meebrengt. De ruim twintig grote organisaties die meededen aan dit onderzoek gaven aan dat de externe inhuur teruggebracht was naar 39 procent van het hele IT-team. In hetzelfde onderzoek van 2015 kwam dit nog uit op 45 procent. Deze verschuiving van flex naar vast zal de komende tijd doorzetten. Een minderheid van 9 procent van de ondervraagden in het onderzoek verwacht meer externen in te zetten volgend jaar. Dat was in 2015 nog 32 procent. De helft van de deelnemende organisaties willen komend jaar minder externen inhuren. In 2015 was dat nog 44 procent.

Doorzetten

Die kentering in het werken met flexibele inhuurkrachten gaat doorzetten totdat de wal het schip keert. In het onderzoek geeft eenzelfde meerderheid (64 procent) te kennen niet zonder externen te kunnen voor de invulling van specialistische rollen en functies. Driekwart geeft aan niet aan de juiste mensen te kunnen komen, terwijl dit in 2015 nog maar bij 40 procent van de ondervraagden het geval was. Afhankelijkheid van externe inhuur is daarmee een realiteit waar veel organisaties misschien wel omheen willen maar niet kunnen. Het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht liet kort geleden weten dat werkgevers de komende zes jaar rekening moeten houden met grote knelpunten in de personeelsvoorziening van technische en IT-beroepen. Voor 87 procent van de vraag naar IT’ers, voornamelijk op hogere niveaus zoals software- en applicatieontwikkelaars, worden grote knelpunten verwacht.

Ook andere onderzoeken wijzen op het verscherpen van het tekort. Ruim de helft van de vacatures in de IT is moeilijk vervulbaar, zo liet het UWV in november weten. Twee op de drie werkgevers in de IT hadden het afgelopen jaar voor een of meerdere vacatures buiten hun vestigingsgebied geworven. Uit de enquête van het UWV blijkt dat er niet alleen te weinig reacties van sollicitanten kwamen. Een groot deel van de sollicitanten dat wel de moeite nam om te reageren bleek niet over de juiste kwalificaties te beschikken. Ook UWV geeft aan dat organisaties een grotere kans op het vinden van werknemers hebben als ze in een oudere doelgroep zoeken. Door de collectieve fixatie op jongere kandidaten en op werknemers met een gewilde achtergrond verergeren bedrijven de pijn van het tekort. De noodzaak om tot een structurele oplossing te komen is groter dan ooit.

Onvoldoende

Het gevoerde arbeidsmarktbeleid is onvoldoende en op sommige punten onzinnig. Er wordt op projectbasis veel energie gestoken om leerlingen vroeg in hun schoolcarrière voor IT te interesseren, maar toch is iets als leren coderen nog steeds geen vast onderdeel van het curriculum. Gevolg is dat opleidingen voor het brede vakgebied van IT nog steeds te weinig instroom kennen. Daarnaast wordt onvoldoende beseft dat IT de komende jaren in elk beroep op zal duiken. De vraag naar zogenaamde ‘T-shaped professionals’, die in hun specifieke vakgebied specialistische kennis uit het IT-domein effectief kunnen toepassen, zal zeer sterk toenemen. Dit soort mensen zijn in staat door een brede achtergrond om over de grenzen van hun vakgebied heen te kijken en verbindingen te leggen.

En waarom wordt er niet veel meer geacteerd op aanpassing en versterking van de bestaande workforce? Op zich heeft de IT-sector enkele jaren geleden al het initiatief genomen om een ‘leven lang leren’ te stimuleren. Het is hierbij essentieel om goed zicht te krijgen op bestaande competenties en op welke kennis en vaardigheden collectief geïnvesteerd worden, juist ook in beroepen waarin IT een secundaire rol vervult. Daartoe hebben initiatiefnemers van het Human Capital Agenda ICT-initiatief, waaronder het ministerie van Economische Zaken, branchevereniging Nederland ICT en Programmabureau ECP, instrumenten ontwikkeld om meer duidelijkheid en transparantie aan te brengen in de competenties die nodig zijn.

Eén ervan is het European e-Competence Framework (e-CF), een gemeenschappelijk referentiekader met IT-competenties. Zowel IT’ers als HR-managers en opleiders kunnen e-CF gebruiken om meer inzicht te krijgen in tekorten in IT-competenties en ervoor te zorgen dat de onbalans met opleidingen verdwijnt. Maar de kennis over dit raamwerk is uiterst beperkt, blijkt uit het eerdergenoemde onderzoek dat METRI voor Fastflex uitvoerde. Maar liefst 64 procent van de grote ondervraagde organisaties gaf aan e-CF in zijn geheel niet te kennen. Een uiterst kleine meerderheid van 4 procent gaf aan hiermee te werken.

Oplossing

Het zelf opleiden van mensen schiet al jaren te kort. Een leven lang leren is een veel gehoorde slogan, maar in de praktijk komt hier bitter weinig van terecht. Vakbonden, bedrijven, politici en deskundigen buitelen over elkaar heen om te benadrukken hoe belangrijk een leven lang leren is. Het geld voor scholing is er ook, maar het wordt niet ingezet. Werkgevers bieden zelf te weinig ruimte voor opleidingen. De helft van alle werknemers heeft in de praktijk al twee jaar geen opleiding of cursus gevolgd, zo blijkt uit onderzoek van TNO. In branches waar veel verandert, zoals de financiële sector, heeft 71 procent een cursus of opleiding gevolgd. Probleem is dat het in meer dan vier op de vijf gevallen een cursus was om de huidige baan beter te kunnen doen. In deze sector staat de werkgelegenheid juist zwaar onder druk. Deze mensen moeten als onderdeel van hun transitie zelf toegang krijgen tot opleidingen, om hun baankansen in andere sectoren te vergroten. Dat geldt zeker ook voor de 55-plussers. Deze groep komt eenmaal ontslagen, nog steeds moeilijk aan de slag. Slechts 6 procent volgt een cursus om de kans op nieuw werk te vergroten.

De enige oplossing voor de huidige stagnatie is werknemers zelf verantwoordelijk te maken voor hun scholing met een persoonlijk budget. Overheid en werkgevers moeten voor IT-competenties de kennis en het gebruik van e-CF stimuleren en ervoor zorgen dat er laagdrempelig een goed opleidingsprogramma komt rond digitale vaardigheden. Werkgevers haal je kop uit het zand en houd op met het zoeken naar het schaap met de vijf poten. Wees bereid om te investeren in het bestaande personeel of nieuwe werknemers die misschien niet het meest gewilde profiel hebben.