Superduperhyperhybrid cloud governance. Maar dan simpel.

Als u door de wolken de hemel niet meer ziet, troost u dan: u bevindt zich in goed gezelschap. Met de komst van cloud computing vliegen nieuwe en veelbelovende termen zoals hybrid cloud, cloud orchestration, cloud brokerage en multicloud ons om de oren. Wat betreft cloudbuzz words mag het wél wat minder.

Overigens is cloud governance net zo’n buzz woord. Want is het echt zoveel anders dan IT governance dat een aparte term noodzakelijk is? En wat moet je nu als IT-organisatie nog in huis hebben om cloud-diensten optimaal te gebruiken? Op deze plek maken we dat duidelijk.

We gaan daarbij uit van onderstaand schema waarmee we willen benadrukken dat de business altijd bovenaan staat, data steeds belangrijker wordt voor de business, de IT-architectuur zich ontwikkelt van lagen naar ‘stacks’, en de sourcing van deze stacks steeds meer, en nog heel lang, een mix zal zijn van on-premise, outsourced en cloud.

Business first

Business en IT zijn steeds meer verweven en vaak is IT onmisbaar voor de business, waardoor enthousiaste IT’ers soms uit het oog verliezen dat de business op de eerste plaats komt. De business zelf is van oudsher afgestemd op (combinaties van) klanten/markten, producten/diensten en/of marktontwikkelingen die op hun beurt op gang zijn gekomen dankzij (informatie-)technologie.

Het schema geeft één ‘end-to-end bedrijfsproces’ (een begrip uit het vorige millennium) weer, bijvoorbeeld order-to-cash, purchase-to-pay of record-to-report. Zo’n E2E-proces is onder te verdelen in sub-processen (order-to-cash bijvoorbeeld in verkoop, productie, levering, facturatie en dunning) die steeds vaker (deels) uitgevoerd worden door business partners of door slimme, krachtige algoritmes die as-a-service worden afgenomen en waarmee in real time data wordt uitgewisseld om veeleisende consumenten te bedienen en hippe Ubers-van-vul-hier-uw-branche-in voor te zijn.

Data second

Het belang van data, data-analyse en het ontstaan van nieuwe verdienmodellen op basis van data is niet te missen. In het vorige millennium kon het nog voorkomen dat ERP-implementatieprojecten vergaten rapportages op leveren. Vandaag de dag zijn data en algoritmes niet weg te denken uit het bedrijfsproces.

Sterker nog, in het reguliere bedrijfsproces blijkt vaak data ‘gratis’ beschikbaar die van belang zijn voor het voorspellen van de business of het opstarten van bedrijfsprocessen van business partners. Bijvoorbeeld de slimme bolders in de haven die dankzij sensoren zelf detecteren dat een schip de trossen lost en vertrekt, een belangrijk signaal voor de baggeraars die dan op die plek net even terecht kunnen om slib en zand te baggeren.

IT-architectuur van laagjes naar stacks

We schreven in ons blog over Charlotte uitgebreid dat de traditionele IT-architectuur, bestaande uit ‘lagen’ voor netwerk, infrastructuur en applicaties, steeds meer overgaat in ‘stacks’. Dat illustreren we in ons schema waarin ieder bedrijfsproces beschikt over een eigen ‘stack’, die bovendien uit veel meer dan de genoemde drie laagjes bestaat.

Natuurlijk, we kunnen een discussie starten over de definitie van de genoemde lagen, de afbakening, de precieze volgorde en/of het aantal, maar daarmee zouden we voorbij gaan aan de boodschap: het zijn er meer, ze zijn minder ‘breed’ en ze moeten koppelen met andere stacks. Ze ondersteunen namelijk één E2E-bedrijfsproces. Gelukkig kan koppelen op bijna alle niveaus en elke optie kent specifieke voor- en nadelen op het gebied van latency, throughput, scalability, etcetera.

Dit is het IT-domein waar een continue stroom van technische ontwikkelingen en nieuwe diensten nieuwe wegen openen en de laatste IT-strategie hopeloos ouderwets doen lijken. Heb je net je applicatie refactored om historische transactiedata weg te schrijven naar goedkopere storage en dan blijken stretched databases dat automatisch voor je te doen. Jammer van de inspanning? Toch de moeite waard? Om die vraag te beantwoorden, moet je diep de materie in. Op het gebied van IT, rekening houdend met compliance, security en privacy. En prijsmodellen. En de te verwachte ontwikkelingen om een goede sourcing-mix te kiezen.

Overgangsperiode

Die sourcing-mix omvat bijna altijd alle bekende vormen van sourcing, omdat we nog in een overgangsperiode zitten. Gelukkig wordt sourcing ook eenvoudiger, want de gevestigde cloud-aanbieders hebben een strak afgebakende dienst, wijken niet af van hun processen en onderhandelen niet over hun service levels. Het is dus de kunst om met alle beschikbare bouwblokken iets moois te maken, met dat verschil dat de steentjes van Lego, Playmobil, Meccano, K’nex, Kapla, Clics en Magformers zijn. Best ingewikkeld, totdat API’s te hulp schieten, of, om het over een andere boeg te gooien: ontwikkelingen ontstaan als software defined data centers, software defined storage en krachtige tools voor cloud orchestration en cloud brokerage. Hoezo leveranciers in kaart brengen? Op de spot market voor compute en storage doe je met iedereen zaken!

Meer fuzz dan antwoorden in dit verhaal, maar het is dan ook een teaser. Op elk van de onderwerpen gaan we later dieper in. En u kunt via een simpele reply onderstaand, invloed uitoefenen op de onderwerpen en aandachtspunten![/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Met ‘demand’ valt veel meer te verdienen

Innovatie is prachtig en noodzakelijk. Maar er is een wedstrijd die bijna wekelijks gewonnen moet worden. Het is de wedstrijd tussen demand en supply, tussen de vraag wat verstandig is en wat technisch mogelijk is. En aan demand wordt vaak te weinig aandacht besteed terwijl daar juist een hoop te winnen (lees: verdienen) valt.

In mijn eerste werkjaar sprak ik een keer met een collega die zei: ‘Mijn afstudeerproject betrof een real-time bestuurde robotarm die met behulp van vision geraspte kaas uitstrooide boven een pizza.’ We hadden allebei technische computerkunde gestudeerd en werkten bij een innovatief bedrijf dat een soort ‘Google car’ maakte, maar dan voor inzet op bedrijfsterreinen zoals de Rotterdamse haven en in de fabrieken van een niche computermaker met als logo een appel met toen nog gekleurde streepjes.

Dat waren de jaren tachtig. De IT stond nog in de kinderschoenen. ‘Normaal gebeurde dat uitstrooien met de hand’, zei mijn collega enthousiast. ‘Maar dat proces moest geautomatiseerd worden. Het was enorm ingewikkeld, want geraspte kaas in een bak gaat al gauw klonteren en je wilt natuurlijk dat de kaas heel gelijkmatig over de pizza wordt uitgestrooid. Met vision ‘keken’ we hoe de kaas terecht kwam op de pizza en op basis daarvan stuurden we de robotarm aan zodat de geraspte kaas mooi egaal werd uitgestrooid over de pizza. Ik heb de software gemaakt,’ zo zei hij tot slot trots. Ik knikte begrijpend en met oprechte, nerdy-bewondering voor het staaltje techniek, maar vroeg met enige verbazing : ‘Kon je niet gewoon een blok kaas boven de pizza raspen?’ Met de kennis van nu, is dat een voorbeeld van ‘indammen van de demand-kant.

Maar dat waren de jaren tachtig. BPR (Business Process Re-engineering) bestond nog niet, laat staan dat we wisten van de diepe valkuilen die dat met zich meebracht.

Toch is vandaag de dag nog steeds veel te verdienen aan de demand-kant en ik las daar laatst een mooi voorbeeld van. De kinderafdeling van een ziekenhuis had net fors geïnvesteerd in een nieuw ziekenhuis informatiesysteem met elektronische patiëntendossiers (ZIS/EPD). Nu waren de twaalf printers op de afdeling ‘op’, dus diende het hoofd van de afdeling de vervangingsaanvraag in. Er doemde een supply-probleem op want geld voor twaalf nieuwe printers was er eenvoudigweg niet. Gelukkig, voor het ziekenhuis, wist de demand manager met veel tact en praktisch inzicht in het werkproces van de kinderafdeling de gebruikers te overtuigen dat er dankzij het systeem ZIS/EPD nog maar op twee plekken in het werkproces afgedrukt hoefde te worden. Het resultaat: twee nieuwe printers. De demand manager bespaarde dus 83,33%. Een score die lastig te evenaren viel aan de aan de supply kant.

Hieruit blijkt dat sommige dingen niet veranderen. Zo is ‘simpel’ bijna altijd beter dan ‘ingewikkeld’. En veel CIO’s zullen beamen: demand is veel groter dan supply. Ofwel, de business heeft meer IT-wensen dan de CIO kan leveren. En dus moet de CIO slim zijn en vindingrijk. In de situatie van het kinderziekenhuis geldt ook dat demand belangrijker is dan supply en dus meer aandacht verdient. Het levert namelijk vaak meer op om demand te beteugelen dan supply te optimaliseren. Het voorbeeld van het kinderziekenhuis is illustrerend voor de beweging die we zien in IT-organisaties. Meer dwarsdenkers die in de huid van de business kruipen en dankzij materiekennis en tact de business flink vooruithelpen.


Hoera, Charlotte is realiteit!

In de drukke vrijdagmiddagspits ben ik op weg naar hartje Amsterdam om mijn Charlotte op te halen. Ik neem net de afslag vanaf de A10 als de telefoon gaat. ‘Goedemiddag’, zegt een aardige stem. ‘U spreekt met Patisserie Holtkamp. U weet dat hier nog een Charlotte Russe voor u klaar staat?’

U dacht natuurlijk bij het lezen van de naam Charlotte aan een charmante, onbereikbare Parisienne. Maar nee, we hebben het hier over een taart.

Vlak voor zessen is het nog steeds erg druk bij Holtkamp zodat ik alle tijd heb om Charlotte eens goed te bekijken in de vitrine. Ik bekijk haar intensief, laat mijn gedachten de vrije loop en ineens zie ik het: Charlotte is de perfecte weergave van de landschapsarchitectuur van onze klanten.

De oorsprong van het huidige IT-landschapsarchitectuur van onze klanten is te vergelijken met lasagne. Iedere laag – netwerk, datacenter, infrastructuur, database, applicaties en data – is over de hele breedte van het landschap uitgerold en bij outsourcing zijn de kavels ‘opgeknipt’ volgens deze lagen. Alles tot en met serverbeheer is uitbesteed aan partij X. Applicatiebeheer en onderhoud aan Y. Heel overzichtelijk.

De afgelopen jaren is het aantal lagen echter flink toegenomen. Storage en servers zijn ontkoppeld en gevirtualiseerd en software frameworks zoals .Net voegen extra lagen toe aan het landschap. Meer lagen dan een lasagne, dus meer vergelijkbaar met een millefeuille, u weet wel: taartjes met veel laagjes. Het zijn gelukkig nog lang geen duizend laagjes, maar de trend is duidelijk. Meer lagen lijkt omslachtig maar is in feite vanzelfsprekend dankzij de stabiliteit en volwassenheid van alle individuele lagen. Het geheel heeft een goede massa, zoals ook een Charlotte voornamelijk uit bavarois bestaat.

Daarom heeft een Charlotte aan de onderkant een stevige, krokante laag en ook dat zie je terug. Met name door de opkomst van de cloud is dat de laag Infrastructure-as-a-Service die steeds vaker geadopteerd wordt. Niet omdat het goedkoper is maar cloud maakt een organisatie wel flexibeler. Je kunt sneller op en neer schalen en het neemt veel werk uit handen, zodat je tijd over houdt voor belangrijker zaken.

Verder ontstaan met de opkomst van cloud naast het landschap aparte ‘stacks’. Deze worden as-a-service aangeboden en ze beslaan dus alle eerdergenoemde lagen. Het begon voorzichtig in de ‘periferie’ met oplossingen als G-mail en Dropbox, maar dankzij O365, Servicenow, Salesforce, SAP Business ByDesign en Exact Online neemt dit een grote vlucht. Hierdoor wordt het oude IT-landschap omringd door deze ‘stacks’, zoals ook een Charlotte aan de buitenkant door Franse lange vingers omringd is. Wat zorgt nu voor het nodige verband tussen het geheel? Tussen oud en nieuw?

Bij een IT-landschap is dat een integrale visie op de architectuur, security en privacy. Afhankelijk van de specifieke eisen die security en privacy stellen aan de opslag en verwerking van data worden specifieke oplossingen gekozen. In de nieuwe architectuur wordt enerzijds meer aandacht besteed aan bedrijfsprocessen, data en koppelingen met (ad hoc) ketenpartners en anderzijds aan het slim inzetten van XaaS, als aanvulling op het bestaande landschap en met rekenschap van security en privacy. Voorbeelden van de tweede categorie zijn het scheiden van transactie-verwerkende en rekenintensieve applicaties in aparte systemen of het splitsen van transactie- en historische data in aparte databases.

Dit is ook precies de reden waarom we het in gesprekken met klanten steeds vaker hebben over service integration, architectuur, security en privacy naast het ‘aanjagen en digitaliseren van de business’.

‘Wie is er aan de beurt?’, vraagt de vriendelijke mevrouw van Holtkamp.’
Hoera, het is nu echt zover. Charlotte is realiteit.

(N.B. de titel van dit blog was Over lasagne, millefeuille en Charlotte.Maar om de 83.77% – we zijn een fact-based adviesorganisatie – mannelijke lezers van onze blogs te triggeren koos de redacteur voor deze prikkelende kop)


Drie tienerdochters en een creditkaart

‘Ik ben bijna failliet,’ zei mijn broer half serieus. ‘Heb je zo’n hoge alimentatie afgesproken dan?’ vroeg ik meteen. Mijn broer is net gescheiden en zijn drie tienerdochters wonen bij hun moeder. Het bleek niet de alimentatie die hem aan de ‘rand van de afgrond’ had gebracht, maar zijn creditcard.

Om praktische redenen had mijn broer zijn kaartgegevens gedeeld met zijn drie dochters. Handig, want ze gingen op vakantie en voor noodgevallen is zo’n pasje natuurlijk een uitkomst. Maar in de maanden daarna gebruikten ze de kaart ook voor het oplossen van minder urgente ‘noodsituaties’ die een moderne tiener het hoofd moet bieden. Zoals: ‘Wel een nieuw vriendje, maar geen nieuw jurkje voor het weekend’. Of: ‘Wel de goede schoenen, maar net niet in de juiste kleur’. Of: ‘Geen beltegoed (en wel een nieuw vriendje dat je nog zoveel moet vertellen en wat echt geen seconde kan wachten)’. Het leven van een moderne tiener is echt een stuk ingewikkelder in vergelijking met vroeger.

Mijn broer zuchtte en vervolgde zijn verhaal. ‘Om het nog erger te maken: ik weet niet eens wie ik er op moet aanspreken, want ze gebruiken allemaal dezelfde kaart.’

Als goede broer en beroepsadviseur tekende ik het demand/supply-model uit. Sommige CIO’s hebben precies hetzelfde probleem, lichtte ik toe. Bij hen heeft de business de vrije hand om clouddiensten in te kopen zoals servers en storage van cloudleveranciers als AWS en Azure. Je kunt in de cloud met een aantal muisklikken het equivalent van een behoorlijk datacenter ‘contracteren’. Of met Office365 en Gmail in no time bring your own device realiseren. Handig.

Zeker als daarna de CIO’s de rekening van die diensten gepresenteerd krijgen. Want het gaat om IT.

Soms weten die CIO’s ook niet wie die diensten heeft ingekocht. En dus kunnen ze de diensten ook niet opschorten. Je weet niet wat voor business critical diensten er op draaien. Gelukkig weten de CIO’s die we tot onze klanten mogen rekenen het beter dan mijn broer. Zij nemen het heft in handen en zorgen dat ze zelf betrokken zijn bij de inkoop. Zo houden ze zicht op de verplichtingen. Ze richten mechanismen in om de IT-kosten zoveel als mogelijk door te belasten aan de gebruikers die de kosten veroorzaken. Ze rapporteren aan de gebruikers en reiken mogelijkheden aan zodat er tijdig kan worden bijgestuurd. Zo blijft alles qua kosten ‘in control’. Zelfs mijn broer herkende de analogie. Maar hij is geen CIO. ‘Wat moet ik nu doen?’ vroeg hij, met de armen in de lucht. ‘Simpel’, zei ik. ‘Ten eerste de kosten doorbelasten: de vervuiler betaalt. En ten tweede: je dochters leren om zelf hun behoeften af te wegen tegen noodzaak en budget.’
Hij leek niet helemaal gerustgesteld.

Het gebeurt nu eindelijk wel, net echt!

Ik hoor het mijn grappige schoolvriendje nóg zeggen. Op de tennisbaan sloeg hij uit een onmogelijke positie een fantastische winner. Een beetje zoals Jimmy Connors dat deed. Weer een stapje op weg naar de overwinning. Ik keek hem bewonderend aan en hij glunderde: ‘Ja, net echt!’

Die opmerking is me altijd bijgebleven en ik heb hem dankbaar overgenomen. Ik ben niet zo grappig van mezelf en je moet wat. Ook in mijn werk gebruik ik hem nog steeds. Bijvoorbeeld als een klant aan iets begint of ergens mee bezig is waar je heel enthousiast over wordt. En gelukkig hebben we een flink aantal van zulke klanten.

Iets minder ver terug in de tijd in 1998 aan het begin van de internet bubble, was ik trendwatcher voor een middelgrote IT-leverancier. Beetje luxe, maar: … bubble. Ik zag de potentie van internet en schetste de toekomst met grote verhalen. Informatie zonder grenzen, lagere transactiekosten, organisaties die teruggaan naar de kerncompetenties, samenwerken in netwerken, de impact daarvan op mens en maatschappij.

Ik heb nog steeds het krantenartikel bewaard uit die periode over boze boeren in een afgelegen dorpje in India. Dankzij een krakkemikkige PC, een luidruchtig piepende modemverbinding en een twaalfjarige whizzkid kwamen zij achter de verkoopprijzen van groente op de markt in de stad. Boos joegen ze de opkoper uit het dorp.

In Nederland wilde de interneteconomie maar niet doorbreken. Ja, in 2000 hadden we Max, de online supermarkt, die tegen een kleine vergoeding binnen twee uur na je bestelling je boodschappen in de keuken bezorgde. Ik had het geluk mee te mogen werken aan de backoffice automatisering. Max was een super idee en de fulfilment werkte, maar de consument en de markt was er nog niet klaar voor.

Plof zei de bubble en ik belandde in de wereld van outsourcing. Een heel gelukkige landing. Outsourcing werkend krijgen, procesmatig werken, technische silo’s doorbreken. SIAM avant la lettre. Vijf jaar lang met je voeten in de modder. Een mooie basis voor een volgende periode van acht jaar ontwerpen en inrichten van de regie-organisaties bij outsourcing.

En zie, in 2016 worden de voorspellingen van net voor de internet bubble waarheid. Een soort stille revolutie. Niet weer een verhaal over Uber en Airbnb, zie ik u denken. Nee hoor. We hebben gewoon drie Nederlandse klanten die nieuwe verdienmodellen bouwen naast de bestaande business. Eentje zelfs ten koste van de bestaande business, maar die ligt sowieso onder druk. De CIO’s van die bedrijven zijn als surfers van een super wave.

Wat betekent dat nieuwe verdienmodel eigenlijk voor de IT en de IT-functie? Enterprise architectuur gaat eindelijk om het bedrijf en de data. Security-by-design wordt een begrip. De regie-organisatie slankt af, maar neemt toe in gewicht.

En dat alles terwijl de technische achterstand ook nog moet worden ingelopen, want tijdens de verbouwing blijft de winkel gewoon open. En ja, we hebben ook nog klanten die ‘alleen maar’ een organisatieverandering doorvoeren. Bij elkaar een uitvergroting van de uitdagingen voor de CIO van vandaag. In stand houden, verbeteren én transformeren. Je zult maar CIO zijn.

Kortom, hét gebeurt nu eindelijk wel. Aan de westkust van Europa. En het is net echt!


METRI is een Fact Based IT adviesorganisatie gespecialiseerd in sourcing en benchmarking die organisaties helpt bij het verbeteren van de inrichting en besturing. Via een maandelijkse nieuwsbrief blijf je op de hoogte van marktontwikkelingen en trends.

[wysija_form id=”1″]