In de begindagen greep de business uit onvrede over de IT-ondersteuning nog weleens naar de cloud (en de creditcard). De term Schaduw IT was geboren en donkere wolken pakten zich samen. Maar elke wolk heeft een zilveren randje. Tegenwoordig werken business en IT optimaal samen aan de adoptie van clouddiensten.

Een cloud capability maturity model biedt waardevolle input voor een gezamenlijke en bedrijfsbrede aanpak en een doordachte roadmap voor cloud. Zo’n model is een middel om de eigen organisatie optimaal af te stemmen op het on demand leveringsmodel en meer structuur te brengen in de sourcing van clouddiensten. We staan we stil bij vijf essentiële punten die meer structuur kunnen brengen in het cloudgebruik.

  1. Kern van de vraag is altijd: waarom cloud? De reden heeft vaak te maken met het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen in een tijdperk van digitalisering en het verkorten van time-to-market. Daarin kan cloud een cruciale rol spelen. Uit een recente survey van het Uptime Institute onder duizend datacenterspecialisten blijkt dat een derde van de ondervraagden een serieuze hoeveelheid IT-infrastructuurdiensten naar de cloud gaat verhuizen. Belangrijkste redenen zijn het wendbaarder maken van de IT-dienstverlening en optimalisatie van de inzet van infrastructuur. Daarnaast is de vraag veranderd. Alle nieuwe ontwikkelingen vinden grotendeels plaats op public cloudplatformen.
  2. Cloudadoptie vraagt om nieuwe capabilities. Capabilities zijn een optelsom van processen, tooling en kennis van mensen, die ervoor zorgen dat de organisatie in een bepaalde toepassing of expertise bekwaamheid verwerft. Doordat bij een overstap op cloud processen en tooling zo sterk veranderen, is er bijna altijd sprake van een organisatie-ontwikkeltraject. Een voorbeeld is kostentoerekening. Wordt cloud veel gebruikt, dan is een zo specifiek mogelijke kostentoerekening een belangrijk middel om de kosten onder controle te houden. Voordat organisaties zover zijn dat er een gedetailleerde rekening naar de businessunits gaat, moeten de meeste organisaties een aantal stappen zetten. Vaak worden bedrijfskosten periodiek verzameld en toegewezen aan IT-kosten. Een eerste stap zou kunnen zijn om IT-consumenten (businessunits) hun afgenomen diensten en bijbehorende kosten in een management dashboard te laten controleren.
  3. Elke vorm van cloud (meest bekend: IaaS/PaaS/SaaS) vraagt om andere, specifieke capabilities. Veel organisaties gebruiken SaaS-software op ad-hocbasis, omdat het hen in een specifiek domein relevante functionaliteit biedt. Worden deze softwarediensten substantieel afgenomen, dan is een gedegen informatiearchitectuur zinvol om samenhang tussen informatievoorziening, security en privacy te borgen. De inzet van IaaS vraagt juist weer andere capabilities. Zo zullen veel ontwikkelaars IaaS-diensten in de vorm van een gevirtualiseerd serverplatform willen inzetten om niet-cloud applicaties naar de cloud te kunnen verhuizen, ook al is een groot gedeelte van de applicatiestack daar meestal niet geschikt voor. Maken ze meer gebruik van IaaS-diensten, dan ligt het voor de hand om de afgenomen servercomponenten verregaand te standaardiseren.
  4. Welke aanvullende capabilities nodig zijn, hangt ook af van de rol van de cloud in de sourcingsmix. In de praktijk zullen on-premise, traditionele vormen van sourcing, private cloud en public cloud naast elkaar blijven bestaan. Een generieke beheermethodiek voor deze diverse voorzieningen vraagt aanvullende kennis, vaardigheden en tooling.
  5. Overstappen van reactief naar proactief beleid vraagt om een nieuwe aanpak. Het is belangrijk om te benadrukken dat de tijd van de donkere wolken achter ons ligt. Achter die donkere wolken schijnt de zon: business en IT omarmen elkaar en gaan hand-in-hand samenwerken.

Naar een regie-organisatie

Met nieuwe vaardigheden en door hun samenwerking anders in te vullen kunnen de business en IT veel meer profijt hebben van clouddiensten. Veel meer structuur in het cloudgebruik brengen en een roadmap voor cloud formuleren, hoe doe je dat? Een volwassenheidsmodel, dat METRI samen met de Universiteit Twente ontwikkelde, biedt hiervoor handvaten.